ALLE WEGEN LEIDEN NAAR CHINA

Bij het lezen van de titel zullen veel mensen denken: “O jee, toch niet weer een complottheorie over het corona-virus?” Nee, wees gerust, ik ben niet van de complottheorieën. Deze blog gaat erover dat alles wat we zien binnen de martial arts (en aanverwante praktijken) naar het oude China leiden. Deze blog dat er al heel erg lang aan te komen.

Al sinds jaar en dag ben ik geïnteresseerd in alles wat met de martial arts te maken heeft. Op mijn 5e levensjaar begon ik met de beoefening ervan en sindsdien is er geen einde aan gekomen. Een levenslange zoektocht die begon onder de stap van één voet. Echter kende deze zoektocht ook vele hobbels, (val)kuilen, verwarring en frustratie. Zo erg dat ik er in het verleden regelmatig aan dacht om er helemaal mee te stoppen. Maar zoals met alles in het leven ontvangen de doorzetters uiteindelijk de beste vruchten. In deze onzekere tijden, waarin het corona-virus een ieder aan huis gekluisterd heeft, bemerk ik tegelijkertijd ook een “vreemde vorm van rust”. En dat is ook niet zo vreemd. Wereldwijd is Moeder Natuur haar balans aan het herstellen. De lucht, het water en de aarde is sinds vele tientallen jaren nog nooit zo zuiver geweest en zelfs wilde dieren komen nieuwsgierig uit de bergen en de bossen de verlaten steden in gelopen om onbekende terreinen te verkennen. Zo ook krijgt de mensengeest van deze generatie pas voor het eerst te maken met echte rust, ongeacht de heersende onrust door het rondwarende virus en alle gevolgen vandien.

OP EEN PERIODE VAN BEZINNING VOLGT ‘SHUHARI

In tijden van rust ervaren sommige mensen al snel verveling en irritatie daar waar anderen het als een ‘ideaal moment’ beschouwen om met zichzelf in retraite te gaan en de balans op te maken van hun leven. We zijn nu dichter bij onze gezinnen komen te staan dan ooit en beseffen nu krachtiger wie en wat we het meeste in ons leven missen en wie/wat niet. Ik bemerk in deze periode dat het mistgordijn van vraagtekens, irritaties en soms verwarring in mij is verdwenen. In Japan kent men het shuhari-principe dat gebruikt wordt om het groeiproces mee aan te duiden. ‘Shu’ staat voor het begin van het leerlingschap; de leraar doceert en begeleidt de leerling. ‘Ha’ staat voor het ontwikkelingsproces van de leerling waarop hij/zij zelf keihard aan de slag gaat met alles wat er geleerd is en nog verbetert dient te worden. Men volhard als het ware in de opgedane kennis en begint aan een intensief polijstingsproces. ‘Ri’ staat voor het zelfstandig zijn en ‘klaar zijn’ met dit proces. Dit is de fase waarin de leerling de meester wordt in anderen gaat helpen met hun ‘Shu’ fase. In zekere zin is dit vergelijkbaar met de ouder-kind-relatie en het volwassen worden.

EERST LEREN STAAN, DAN LEREN VLIEGEN

Terugkerend naar het onderwerp van deze blog: Alle wegen leiden naar China. Vanwaar deze titel? Vanwaar deze introductie voorafgaand aan het onderwerp? Omdat hier zowel de kracht als de zwakte van al mijn opgedane kennis in verschool en ik bij de bron mijn antwoord vond. Mijn vraagstukken en irritaties lagen namelijk mijn hele vechtsportleven verscholen in het feit dat ik nooit de versnippering van alle stijlen heb begrepen en ik nooit bereid was een eenduidige keuze te maken binnen die versnippering. Toen ik 21 jaar oud was zag ik dit al en klaagde ik hier volmondig over. Mijn vader zei destijds tegen mij dat, wilde ik serieus genomen worden bij de meesters, ik eerst aan mijn zeggenschap moest werken en zorgen dat ik over de nodige kennis en diploma’s moest beschikken. Velen zouden mij anders niet serieus nemen en mij afdoen als een betweterige snotneus. Mijn grote voorbeeld, Bruce Lee, werd door velen eveneens als een betweterige snotneus gezien ondanks zijn kunde en dus besloot ik naar mijn vader te luisteren. Wel had ik geleerd dat, wanneer ik ergens aan zou beginnen, het ook eerst af diende te maken…. en dat deed ik. Later zou ik inzien dat Bruce Lee, die immers al op zijn 32e overleden was, wel degelijk veel over het hoofd zou hebben gezien. Niet uit onkunde maar uit onwetendheid die op dat moment verklaarbaar gepaard ging met zijn nog relatief jonge leeftijd. Helaas heeft hij nooit de tijd gekregen om veel van dat soort zaken op latere leeftijd alsnog te mogen ontdekken.

DE VERSNIPPERING; EEN VERDEEL EN HEERS TACTIEK?

Wie naar de martial arts kijkt ziet een zeer grote wereld versnipperd in duidenden stijlen en substijlen. Alleen al kung fu en pencak silat kennen vele honderden en misschien zelfs wel duizenden stijlen. Bij karate is er maar een handjevol echt bekend maar ook hier lopen de stijlen in de vele tientallen. Taekwondo is slechts in tweeën gesplitst en muay thai kent eveneens slechts twee vormen, namelijk de traditionele muay boran vorm en de moderne wedstrijdvorm. Die veelzijdigheid op het palet geeft enerzijds veel keuzemogelijkheden, maar net als het kiezen van een politieke partij, ook veel irritatie want niet één partij heeft immers alles op zijn repertoire staan waar jij voor staat. Laat staan de tegenstrijdigheden waar jij het niet mee eens bent! Maar je moet kiezen en dus kies je uit meerdere kwaden de voor jou minst kwade. Echter stemt het je nooit echt tevreden… zeker niet wanneer het onderwerp van jouw dilemma weer eens wordt uitgelicht.

VELE SMAKEN VERWARREN DE TONG

Zo heb ik nooit begrepen waarom je bij een voorkeur voor voetvechten beter taekwondo kon gaan beoefenen en voor hand- of vuistvechten voor boksen of kempo, voor grondvechten voor judo of ju-jitsu en voor wapens voor kobudo (Okinawa), mukido (Korea) of wushu (China). En om de versnippering nog completer te maken werd binnen het nihon koryu (de Japanse kobudo variant) ieder wapen nog eens als een aparte stijl onderwezen. Voor jodo (stokvechten) diende je een aparte school te gaan beoefenen evenals voor kenjutsu (zwaardvechten), naginatajutsu (hellebaardvechten), bojutsu (vechtkunst met de lange stok) enzovoorts. Nu werden sommige ryu (familiescholen) al eeuwen geroemd om hun voorkeur en specialisatie in één specifiek wapen maar dat interesseerde mij niet zo heel veel. Ik had nooit zoveel zin om feodale buitenlandse tradities in leven te houden terwijl ik in de 21e eeuw in het westen leef. Ook baalde ik er altijd van dat ik voor iedere nieuwe stijl nieuwe kleding diende aan te schaffen. Uniformiteit oké, maar ik had helemaal geen zin om me telkens weer opnieuw om te moeten kleden om dan weer voor Koreaantje, dan weer voor Japannertje en dan weer voor Indonesiër te moeten spelen. Met al mijn oprechte, diepgaande respect en interesse dat ik voor deze tradities koester, ben ik namelijk van mening dat een traditie een wisselwerking moet hebben en mij eveneens van nut moet zijn wil ik deze dienen… anders heeft het voor mij namelijk niet zo heel erg veel zin.

“Vele smaken verwarren de tong,
vele kleuren verwarren het oog,
vele geluiden verwarren het oor,
maar Tao
(lees: het universum) is onveranderlijk
en blijft altijd Tao…

– Lao Tsé –
Chinese filosoof 604-507 v.Chr.

DE VERWARRING NEEMT TOE

Inmiddels zijn we 27 jaar verder en is gebleken dat mijn vader gelijk had. Door de enorme hoeveelheid kennis die ik wereldwijd opdeed bij de vele meesters en grootmeesters ben ik veel diepgaander alle lagen van de martial arts en aanverwante kunsten gaan onderzoeken. Hierdoor is mijn zeggenschap in deze materie dus vele malen beter geworteld geraakt dan destijds het geval was. Talloze nieuwe inzichten en gewaarwordingen maakte van mij een ander, rijper martial artist. Echter begon de verwarring met de jaren alleen maar sterker toe te slaan. Want wat deed ik nu eigenlijk precies? De Japanse vechtkunsten? De Koreaanse? De Indonesische? Russische of Israelische? Of van alles een beetje? Inmiddels had ik ruime ervaring en hoge graduaties opgedaan in onder andere taekwondo, karate, taijutsu, kobudo, hapkido, pencak silat, systema en krav maga. Maar niet alleen in de martial arts…

Hetzelfde geld namelijk ook voor de oosterse geneeskundige diploma’s die ik behaalde. Zo behaalde ik mijn papieren voor o.a. gan-zhen (dry needling), zheng-gu (bone setting ofwel chiropractie), jiushu (moxa-therapie), jiaofa/baguanfa (cupping-therapie), lokprakop (Thaise kruidenstempeltherapie), shiatsu (Japanse drukpuntmassage) en acupressuur. En hier rees inmiddels hetzelfde vraagteken als bij de martial arts: Wat doe ik nu eigenlijk? De traditionele Chinese geneeskunst, de Japanse of de Thaise? Of van alles wat?

Toen mijn vader mij bijna 30 jaar geleden het advies gaf om eerst zeggenschap te verwerven had hij, zoals ik al aangaf, volkomen gelijk. Echter zie ik in deze inmiddels aangebroken era dat er soms ook raar gekeken wordt naar mensen die ‘van alles wat’ doen en niet al hun energie in één specifieke stijl steken. Want is het niet beter om in één ding heel goed te worden dan om al je aandacht zo te verdelen? En is het niet zo dat alle nep-meesters binnen de martial arts ook niet over talloze dan-graden beschikken binnen allerlei verschillende stijlen? Mijn antwoord is een volmondig “ja”. “Maar Patrick….trek je nu niet jezelf naar beneden door deze stelling in te nemen?” Hier geef ik een volmondig “nee”, want ik behoor gelukkig niet tot die selecte categorie egotrippende, dan-gradenjagende nepmeesters. Evenals dat ik niet tot de categorie mensen behoor die zijn aandacht verdeelde zonder één ding echt goed tot een einde te brengen. Misschien ben ik wel een van de weinigen, maar ik gaf iedere krijgskunst die ik beoefende altijd voor de volle 100% mijn aandacht, van het begin tot het einde. Dan-graden hebben mij nooit gefascineerd en ook die wetenschap ontging veel meesters en grootmeesters niet.
De kennisvergaring daarentegen was en is mij altijd heilig. De verbreding van mijn kennis volgde dan ook pas, als takken aan een boom, nadat één core-stijl (het Koreaanse taekwondo) in mijn jongere jaren voor sterke wortels en een stevige stam als fundament had gezorgd. De basis voor wat nog allemaal komen zou en zal.

EEN NIEUWE VISIE, EEN NIEUWE HOUDING

Wanneer we naar een boom kijken horen we natuurlijk ook eerst een sterke stevige stam te zien want anders zouden de verwante takken slechts een lage struik vormen. Maar wanneer we met röntgen-ogen door de aarde heen zouden kunnen kijken zouden we zien dat de boom er aan de onderkant exact hetzelfde uit ziet als boven de aarde, namelijk met talloze vertakkingen. Uit het fundament, de basis, groeien dus mooie vertakkingen die nieuwe vruchten afwerpen, maar diezelfde basis of fundament, is daarentegen eveneens voortgekomen uit de vertakkingen van eerdere vruchten in de geschiedenis. Ook hier geldt dus: Alles is een en een is alles. De cyclus van het leven. En deze visie leidde tot een nieuwe, duidelijke visie die ik aan het einde van dit relaas zal verduidelijken met een slotpleidooi.

ALLE STIJLEN BINNEN MIJN SCHOOL ONDER DE LOEP GENOMEN

Om mijn nieuwe visie te versterken neem ik hier, inmiddels als kyoshi ofwel professor in de martial arts, de geschiedenis in een notendop onder de loep. Voorafgaand aan mijn relaas wil ik even voorop stellen dat ik geen van de vernoemde culturen tekort wil schieten en niet hun eigen aanvullingen en de daaraan ontleende identiteit teniet wil doen. Dat zou ronduit beledigend zijn. Echter ontkomen we er niet aan, wanneer we diep in de geschiedenis graven, te zien dat alle wegen naar China leiden.

TAEKWONDO

Het taekwondo dat ik beoefende stamde af van de Koreaanse Chang Moo Kwan dat zijn stijl voor 85% aan kung-fu en 15% aan karate ontleende. De stichter, Byung In Yoon, trainde jarenlang in Mantsjoerije-China, onder leiding van een Mongoolse kung-fu leraar. Daarna vulde hij zijn kennis aan met shudokan karate (niet te verwarren met shotokan) met behulp van zijn Okinawaanse vriend Kanken Toyoma. De eerste 8 loopvormen van het Chang Moo Kwan taekwondo heette palgwé wat slechts een Koreaanse verbastering is van het woord pakua, ofwel het oude Chinees-taoïstische 8 hexagrammensymbool. Dit zeggende trek ik een link naar het baguazhang ofwel 8 hexagrammen boksen. In het oude Korea sprak men van kwon-bup en taekyon als voorgangers van het taekwondo. Kwon-bup is het Koreaanse woord voor kempo, dat op zijn beurt weer een Japanse vertaling is van het Chinese woord quan-fa, ofwel ‘weg of wet van de vuist’. Het ‘taekyon’ zou volgens diverse historici afgeleid zijn van het noordelijke Shaolin boksen. Het bekendste woord voor quan-fa is kung fu. Het woord ‘taekwondo’ werd immers pas in 1955 ingevoerd door generaal Choi Hong Hi.

KARATE

Het Karate dat ik beoefen stamt eveneens af van het Chinese Quan-fa. De originele naam op Okinawa was tote-jutsu, ofwel ‘technieken van de Chinese hand’. Pas veel later ontstond de naam karate dat in de orginele context eveneens ‘Chinese hand’ betekende. Nadat Okinawa in 1879 door Japan geannexeerd werd veranderde er veel. De term ‘Chinese’ hand moest van de nationalistische Japanners verdwijnen, maar de naam karate was inmiddels een begrip gaan vormen, waarop de meesters besloten om het woord ‘kara’ (Chinees) dat twee betekenissen had, een andere kanji toe te dienen, namelijk het woord ‘leeg’. Vandaar dat men nu de invulling ‘lege hand’ gebruikt. Eerder werd nog gepoogd de term kempo karate te hanteren, maar aangezien kempo wederom verwijst naar het Chinese quan-fa, was dit idee eveneens al snel van tafel.
Binnen het karate kennen we bijzonder veel loopvormen (kata) die net als de Koreaanse loopvormen (palgwé) afstammen van Chinese loopvormen. Reden? Goju-ryu grondlegger Chojun Miyagi bezocht in 1915 en 1936 China om daar dichter bij de bron te gaan leren. Zijn leraar, Kanryo Higaonna leefde zelfs enkele jaren in China tussen 1876 tot 1888. Zij bestudeerde daar het baihéquan, ofwel witte kraanvogel kung fu en het lohan-quan. Ook de naam goju (hard-zacht) verwijst rechtstreeks naar de taichi, ofwel het alom bekende Chinese yin-yang symbool (niet te verwarren met taichiquan dat men ’s ochtends in de Chinese parken beoefent). Ook de bijbel van het karate, ofwel de Bubishi is een verbasterd woord van het Chinese kung fu boek Wubeizu. Wie dit boek gelezen heeft weet dat de binnen het karate zo hoog aangeslagen onderdeel kyusho-jitsu eveneens volledig afstamt van het Chinese dian xue shu (356 acupunten) en dimmak (36 dodelijke en verlammende acupunten), dat op zijn beurt weer in relatie staat tot het Indiase marma-adi.

Het pakua (acht hexagrammen) symbool met in het midden de taichi ofwel het yin-yang symbool

PENCAK SILAT

Het Indonesische pencak silat heeft mij als vechtkunst altijd in het bijzonder aangetrokken. Het feit dat ik in een Indische familie opgroeide zal daar ongetwijfeld een grote stempel op hebben gedrukt. De cultuur, het voedsel, de muziek, de filosofie en de atmosfeer hebben daarbij zonder enige twijfel een diepe invloed op mijn persoonlijkheid nagelaten. Maar je weet wat ze zeggen als je onderzoek wilt verrichten; “kill your darlings” en dat is nu precies wat ik ook ga doen. Wanneer we het boek van Gubes George de Groot lezen dan zien we dat hij de geschiedenis van de woordcombinatie ‘pencak’en ‘silat’ in heel Indonesië heeft getracht te doorgronden. Echter beweerde men in iedere provincie wel weer wat anders of had men er een andere interpretatie aan gegeven. De woorden ‘pencak’ en ‘silat’ kon dus door niemand in Indonesië, notabene in hun eigen taal, worden verklaard? Betreft het dan wellicht geen echte Indonesische woorden zoals ‘makan’ (eten) of ‘pasar’ (markt)? Want zelfs een dialect zou toch ergens verklaart moeten kunnen worden? Uiteindelijk komt de Groot met een wel heel bijzondere uitleg. De woorden pencak silat zouden mogelijk verbasterde woorden zijn van de Chinese uitspraak ‘pun chao sil lak’ zijn, dat acht-richtingen-boksen betekent, net als het eerder genoemde baguazhang dat direct gelieerd is aan de pakua. Verbazingwekkend zou het niet zijn aangezien pencak silat, net als binnen het kung fu, veelvuldig gebruik maakt van gekopieerde dierenbewegingen.
Pencal silat zou uitgevonden zijn door een vrouw die een gevecht tussen een kraanvogel en een slang zou hebben gadegeslagen…. Is het dan niet bijzonder toevallig dat het Chinese baihéquan (ofwel witte kraanvogel kung fu) op exact dezelfde wijze ontstaan zou zijn…?

SYSTEMA

Ik beschrijf systema weleens als ‘het cement tussen de stenen’ omdat ik het als vechtsysteem an sich niet toereikend genoeg vindt (er wordt nooit op snelheid getraind en er komen geen traptechnieken in voor) maar het als aanvulling een geweldig concept vind bieden aan de beoefenaars. Systema heeft namelijk voor alle problemen die binnen de gevechten van conventionele stijlen kunnen ontstaan een passende oplossing. Het vloeit op geheel natuurlijke wijze als water tussen alle ontstane of opgeworpen blokkades door en dat is ook de kracht van systema’s leermethodiek. De oorsprong van systema is onduidelijk. Er wordt verwezen naar Kozakken, eeuwenoude Russische krijgstradities en zelfs de spetsnaz (commando’s). Volgens wijlen Alexey Kadochnikov zou de voormalige Sovjet Unie een eenheid van officieren Azië in hebben gestuurd om daar allerlei stijlen te bestuderen. Deze uitleg klinkt plausibel want tot de val van de Sovjet Unie in 1989 had immers nog nooit iemand van systema gehoord. Nu, 13 jaar na dato en terugkijkend naar wat ik doe, vermoed ik dat het systema een enorm belangrijke invloed moet hebben ondergaan door het zuiquan, ofwel het Chinese dronkenmansboksen (lettelijk: dronkenmans vuist). Dat zou ook niet zo verwonderlijk zijn aangezien het enorme Rusland als buurland, naast Mongolië, tegen het eveneens enorme China aangrenst. De Kozakken-dansen lijken daarbij een sterk aanvullende invloed te hebben gehad.

HAPKIDO

In mijn school geef ik ook les in het Koreaanse hapkido. Een stijl die zo’n 60 jaar geleden pas door de Koreaanse grootmeester Choi Yong-sul werd ontwikkeld. Hapkido stamt af van het Japanse Daito Ryu Aiki-Juju, een krijgskunstschool die zijn oorsprong vond tussen 1045-1127 na Chr. Het Aiki-Jujutsu was de voorvader van het aikido, het jujutsu en (met de laatstgenoemde) ook van het judo. De legende wil dat Dr. Akiama, een Japanse geneesheer, door China reisde om daar de inlandse geneesmethodes te bestuderen. Al doende stuitte hij op de Chinese voorloper van wat we nu als aikido en jujitsu kennen, namelijk chin-na. Deze maakt hij zich eigen alvorens hij deze mee terug naar Japan nam.

KOBUDO

Het geschiedenisboek over oorlogvoering, de ‘Muyedobotongji‘, dat in 1790 op last van koning Jeongjo werd geschreven, beschrijft de Koreaanse vechtstijlen en de militaire wapens die hoofdzakelijk bestaan uit identieke of aangepaste Chinese wapens en voor een klein deel uit Japanse equivalenten. Ook beoefent men in Korea, welliswaar in mindere mate, het Okinawaanse kobudo onder de naam mukido waarbij de Okinawaanse wapens worden gebruikt onder Koreaanse namen zoals nat (kama ofwel sikkels), ssang sool gon of ee chul bong (nunchaku), jangtando (sai ofwel drietand), charu (tonfa ofwel molensteenhandvat) en de gum (het zwaard, veelal gelijkend op de Japanse katana maar in sommige gevallen ook op de Chinese jian en dao zwaarden). Maar is Okinawa’s kobudo wel echt Okinawaans…? Door de jaren heen ontdekte ik steeds meer en meer hoeveel van de in Okinawa gebruikte wapens van Chinese origine bleken te zijn. De sai (drietand) wordt in vrijwel heel Azië gebruikt. In Indonesië heeft men er zelfs drie namen voor zoals trisula, siku-siku en cabang, maar het wapen blijkt toch echt afkomstig te zijn vanuit het Chinese baihéquan (witte kraanvogel kung fu) waar het chai wordt genoemd.. Ook de legendarische nunchaku stamt af van zijn Chinese equivalent, de chuang chin kun. Toen ik op Okinawa verbleef ontdekte ik dat er in veel karate- en kobudo-scholen authentieke Chinese wapens aan de muren hingen. Er is daar ook niemand die krampachtig zijn best doet om dat te verbergen.

NINJUTSU/TAIJUTSU

Bij het horen van de term ninja (een term die onbekend was ten tijden van de historische ninja) denken wij meteen aan Japan. Echter was Japan niet de enige die een soortgelijke spionageklasse kende. De Koreanen kenden immers de sulsa-krijgers en de Chinezen de linkiu-krijgers. Toch hebben de Japanners de eer om bekend te staan vanwege deze eeuwenoude spionagekunst. Maar is dit wel terecht? Wanneer we diep in de geschiedenis van de ninja, of liever gezegd shinobi, duiken dan zien we dat de Chinese linkiu-krijgers toch echt de oorspronkelijke eer toekomt, inclusief de mythe van de tengu-bosdemonen waarvan de ninja af zouden stammen! Het ninjutsu, overigens geen martial art maar een overlevingskunst, is namelijk gebaseerd op het boek ‘De kunst van het oorlogvoeren’ van de beroemde Chinese generaal Sun Tzu (544-496 v. Chr.).

MUAY THAI / THAIBOXING

Zelfs het muay boran, ofwel de oorspronkelijke krijgskunst die vooraf ging aan de moderne ringsport muay thai, vindt zijn oorsprong in China in de krijgskunst angquan of zhuangquan. Het anquan of zhuangquan werd in China ontwikkeld door de dai, een grote minderheidsgroep die het in een dansvorm beoefenden. Zij verlieten de streek Guangxi in het eerste millenium na Chr. in verband met de Mongoolse invasie en begonnen de gebieden te bewonen die nu bekend staan als Thailand, Myanmar, Laos en Cambodja.

ESKRIMA & PANGAMOT

Hetzelfde gebeurde met de Filipijnense bewoners die van origine uit Indonesië afkomstig waren. Ook hun afkomst is nog steeds waarneembaar in de Filipijnse taal en de sterke gelijkenissen die hun wapens vertonen met die uit Indonesië. Ook vertoont de inheemse, ongewapende Filipijnse vechtkunst panantukan of pangamot bijzonder veel overeenkomsten met de Indonesische silat-stromingen serak en pukulan. Beiden vertonen onmiskenbaar sterke invloeden vanuit het kunetao, ofwel kung-fu waarvan het wing-chun kung fu in deze context een fraai voorbeeld is.

Dit verklaart tevens waarom Bruce Lee zijn stijl jeet kune do noemde, ofwel jeet kunetao! Het Koreaanse woord taekwondo stamt hier eveneens deels vanaf: kwondo betekent namelijk letterlijk vertaald eveneens kunetao! Overigens wordt er vaak gedacht dat kickboksen afstamt van muay thai maar dit een misvatting. Kickboksen is van Japanse origine en werd omgebouwd tot een hybride ringsport. Kickboksen stamt namelijk af van het Japanse karate en dus in die zin ook van het Chinese kung fu. In China heeft men overigens binnen het leger eveneens een eigen kickboksvorm gecreëerd, genaamd sanshou of sanda.

Links: Dr. Masaaki Hatsumi. Midden: Imi Lichtenfeld. Rechts: Doron Navon als tolk.

KRAV MAGA

Imi Lichtenfeld ontwikkelde deze Israelische vorm van zelfverdediging (eigenlijk Hongaarse, Lichtenfield was immers een Hongaar) uit zijn ervaringen vanuit karate, worstelen en boksen. Dit deed hij voor het Israelische leger, de IDF, Shin Beth (binnenlandse geheime dienst) en de Mossad (militaire geheime dienst). In die zin heeft dus ook krav maga een vertakte wortel die ver weg, diep in de Chinese aardbodem zit genesteld. Ook bestudeerde Lichtenfield in mindere mate het Japanse ninjutsu van Dr. Masaaki Hatsumi en zoals we inmiddels weten is ninjutsu, of liever gezegd taijutsu, van origine eveneens een Chinese krijgskunst.

OOSTERSE GENEESKUNDE

In Korea staat acupressuur al eeuwen bekend als chimsul, in Indonesië als pidjit, in Japan als do-in en shiatsu en in India als marma-adi. Toch zijn het ook hier weer de Chinezen die met hun anma en tuina aan de bakermat stonden voor het gehele meridianenstelsel, de acupressuur en acupunctuur. Het Canadese dry needling is gebaseerd op de traditionele Chinese geneesmethode gan-zhen (TCG). De Amerikaanse geneeswijzen chiropractie en osteopathie zijn beiden afgeleid van het Chinese zheng-gu (TCG). Het Japanse kyujutsu, beter bekend als moxibustie (niet te verwarren met boogschieten) stamt af van het Chinese jiushu (TCG). Ook het bekende cupping vindt zijn duidelijkste oorsprong in jiaofa/baguanfa (TCG). Ook de lokprakop (Thaise kruidenstempel) en tok-sen (meridiaan-klopmethode) vinden hun oorsprong in de tradirionele Chinese geneeskunst. Een combinatie van beiden noemt men namelijk niet voor niets tzoe-jan massage. Enkel voor de kruidengeneeskunde heb ik doelbewust voor Nederlandse fytotherapie gekozen en niet voor de Chinese kruidenleer. De reden?

Ik ben ervan overtuigd dat de kruiden die Moeder Natuur om ons heen laat groeien precies daar groeien waar zij moeten groeien; namelijk voor de specifieke doelgroep van mensen die op die plek woonachtig zijn. Aziaten, Europeanen, Afrikanen zijn dan wel allemaal ‘mensen’ maar er zijn voldoende genetische en klimaatgerelateerde verschillen die onderbouwen dat we toch enigszins van elkaar verschillen. Ook het 30 jarige medisch-wetenschappelijke onderzoek dat resulteerde in ‘The Okinawa Program’ onderstreept en onderbouwt deze stelling. Ook tijdens mijn opleiding acupressuur leerde ik dat men in het oude China, wat immers een enorme oppervlakte van de aarde beslaat, eveneens overtuigd was dat bewoners van het noorden, zuiden, oosten en westen van het land, gezien de klimatologische verschillen, voorzien dienden te worden van gedifferentieerde kruidenbehandelingen. Ook Dr. Masaaki Hatsumi, de beroemde ninja-grootmeester waar ik in 2010 in Atago, Japan bij trainde, onderstreepte deze bewering ooit stellig tijdens een interview.

OVERIGE MARTIAL ARTS-GERELATEERDE KUNSTEN

Naast de martial arts en oosterse geneeswijzen zien we ook ander zaken die regelmatig ten tonele verschijnen binnen de klassieke krijgskunsten van Azië en die eveneens sterke wortels vertonen in de Chinese cultuur. Denk daarbij aan de bekende Japanse bonsai-bomen: een Chinese uitvinding. ‘Shodo’, ofwel de Japanse kunst van het calligraferen? Ontwikkeld vanuit het Chinese kanji-geschrift. De lampionnen in de lucht en op het water? Chinese oorsprong. De filosofische stromingen die ten grondslag liggen aan de Japanse en Koreaanse filosofie? Lao-Tzé, Mencius en Confusius waren allen Chinezen. Ook het Japanse zen-boeddhisme stamt letterlijk af van het Chinese shan-boeddhisme. Oké, Boeddha was dan wel van Indiase afkomst en ook hij heeft zo via de Indiase monnik Tamo zijn invloed gehad op de Chinese cultuur. Maar de stelling dat Tamo de Indiase vechtkunst kalaripayattu naar Shaolin bracht en dat daaruit alle Chinese kung fu voortvloeide, is een ernstig overschatte veronderstelling. Tamo bracht er inderdaad de 18 hand-methodes die vandaag de dag bekend staan onder de naam lohan quanfa. Maar…

Iedere Chinese kung fu meester kan je vertellen dat de beste kung fu niet van Shaolin kwam, maar er naar toe ging.

En dat is logisch. Het Shaolin monniken zijn van oudsher, net als de Japanse ninja-krijgers, voor lange tijd een favoriet onderwerp geweest in de filmindustrie van Hollywood. Daarbij werd de realiteit niet zelden ernstig geromantiseerd. Maar wanneer we de realiteit onder de loep nemen kunnen we een eenvoudige optelsom maken: Boeddhistische monniken leefden doorgaans veilig en in vrede binnen de muren van het klooster. Boeddhisten verfoeien immers geweld en dus werd er nooit echt gevochten. Daarentegen was het klooster een geliefd toevluchtsoord voor criminelen en gevluchte soldaten die de doodstraf ontvluchtten. Het waren dus juist deze ervaren outlaws en getrainde militairen die hun praktijkgerichte kung fu mee namen binnen de kloostermuren.

SLOTPLEIDOOI

Ik onderstreep hier nogmaals(!) dat het geenszins mijn bedoeling is om hier alle landen van de eer te strippen die hen inmiddels wel degelijk toekomt. Ieder land heeft door middel van zijn eigen cultuur en geschiedenis gretig zijn steentje bijgedragen aan de verdere perfectionering van de martial arts in zijn algemeen. Wat wilde ik dan bereiken met deze blog?

Duidelijkheid!
Want duidelijkheid heeft namelijk – wanneer deze gebaseerd is op concrete onderzoeksfeiten – de eigenschap om alle drogredenen en verwijtende veronderstellingen van
allerlei zogenaamde meesters en grootmeesters
in zijn geheel onderuit te trekken.

Ik zou in principe alle door mij beoefende stijlen zomaar op kunnen geven en het voortaan onder één naam, namelijk quanfa, kunetao of kung fu kunnen scharen. Niemand die dan zou kunnen beweren dat wat ik doe niet zomaar zou kunnen. Niemand die zou kunnen zeggen ‘dat wanneer je van alles wat doet eigenlijk niets concreets doet’ nu het tegendeel immers waar blijkt te zijn. Ik ben immers inmiddels een mengelmoes geworden van alle directe en indirecte historische ingrediënten vanuit de Chinese cultuur. Mijn kennis is immers niet slechts één tak, blad of wortel van de boom maar omvat vrijwel de gehele boom. “Maar Patrick, beweer je nu dat Chinese kung fu de beste vechtstijl ter wereld is?” Nee, dat beweer ik hier absoluut niet. Sterker nog: De beste vechtstijl bestaat überhaupt niet! Het is immers altijd de vechter en nooit de stijl die het gevecht bepaald. Jouw kung fu (wat ‘vaardigheid’ betekent) tegen mijn kung fu. Maar wat mij betreft mogen we morgen gewoon terug naar de martial arts wereld van vóór de 20e eeuw waarin er nog geen onzinnige dan-graden en titels bestonden (zelfs al draag ik nu de 7e dan, ik zou hem met plezier inleveren!), toen er nauwelijks nog sprake was van echte benoemenswaardige afsplitsingen en de vechtkunst gewoon was wat het was; namelijk een rete interessante wereld vol martial arts ingrediënten, filosofie, religie, kennisdeling en budo-normen en waarden (of moet ik zeggen wushu-normen en waarden?). Want los van periodes van oorlog – waarbij ieder dorp zijn kennis angstvallig geheim hield – toont mijn levenslange onderzoek onomstotelijk aan dat de mensheid in Azië door de eeuwen heen bijzonder veel kennis gedeeld heeft. Het was een tijd waarin dokters nog naar ratio betaald werden om het volk gezond te houden en zichzelf niet verrijkten door eindeloos chemische medicijnen voor te schrijven.

Tegenwoordig denkt iedereen met een 4e of 5e dan ‘vanzelfsprekend’ een meester of een grootmeester te zijn, ook al is het maar in slechts één tak van de boom, terwijl velen niet eens meer serieus de werkelijke wortel van hun stijl terug weten te traceren. Velen hebben geen enkele weet meer van de werkelijke groei van de stam en baseren zich slechts op wat zij via hun leraar of een boekje (lees: een tak) hebben vernomen. Veelal zien we dat het sportvechten het enige is waar zij zich in hebben verdiept en hebben zij geen flauw benul meer van het voor echte zelfverdediging zo verschrikkelijk belangrijke “do” of “tao” principe. Dergelijke “meesters en grootmeesters” verschuilen zich bij iedere confrontatie relatief vaak achter de body van hun wereldwijde organisaties en hun verkregen dan-graden en titels in plaats van achter de door henzelf opgedane, onderzochte, intrinsiek beleefde en ondervonden kennis en kunde. Een oprecht vakman verschuilt zich echter nooit achter onwetendheid en onkunde, laat staan rangen en titels, maar zal zich tot het einde van zijn levensjaren verdiepen in het ontdekken en verder ontwikkelen van datgene wat hij in alle eerlijkheid bewust, selectief en onbaatzuchtig als zijn waarheid heeft aangenomen.

Wat maakt iemand een meester of grootmeester,
anders dan de directe en indirecte profilering van zijn gedrag, woorden en daden naar zowel zijn innerlijke als uiterlijke wereld?

Zoals ’s werelds meest vooraanstaande martial arts historici Hanshi Patrick McCarthy al eens eerder zei zullen er altijd vele zichzelf of elkaar benoemde “meesters en grootmeesters” zijn die na het lezen van een blog als deze zullen zeggen: “O dat wist ik allemaal allang”. Dat terwijl als we hen zouden vragen om zelf een dergelijk epistel te schrijven zij vaak nog niet tot een 10e procent van de vermelde feiten en wetenswaardigheden zouden komen. Maar dat geeft niet. Ik schrijf een blog als deze dan ook niet voor hen. Ik schrijf hem, hoe egoïstisch dan ook, eigenlijk voor niemand anders dan mijzelf opdat ik alle verzamelde feiten, wetenswaardigheden, persoonlijke ontwikkelingen en nieuwe zienswijzen niet vergeet. En een ieder die er zijn of haar voordeel mee wil doen? Be my quest. Zo ook als je feedback hebt waar ik weer slimmer van wordt. Osu!

Oss, 19 april 2020.

Patrick Baas

Share Button