Alle berichten van Patrick Baas

Corona Virus en sporten

Nu het coronavirus zich verder verspreidt en inmiddels ook Nederland en zelfs al Oss heeft bereikt, roept dit begrijpelijkerwijs vragen op bij zowel de sporters als de instructeurs van Sam Lung Martial Arts. We beoefenen immers een contactsport waarbij een vochtige lucht, contact met zweet en soms zelfs druppeltjes speeksel nagenoeg niet te vermijden is. Ook wij houden dan ook de ontwikkelingen rondom het Coronavirus nauwlettend in de gaten. Wij volgen daarbij de landelijke richtlijnen van RIVM en lokaal die van de GGD. De trainingen gaan voor nu gewoon door zoals gepland, tenzij RIVM en GGD anders adviseren. Uiteraard brengen wij iedereen direct op de hoogte wanneer er zich nieuwe ontwikkelingen voordoen.

Het is echter wel degelijk belangrijk om alert te zijn en de nodige hygiënemaatregelen te nemen. Er wordt door sommige mensen hysterisch en door anderen weer juist uiterst nuchter gereageerd op het coronavirus. Wat je mening ook is, wij verwachten van iedereen dat zij de volgende maatregelen in acht nemen zodat de verspreiding van het virus binnen de muren van onze sportschool zoveel mogelijk kan worden voorkomen:

  • Was je handen zeer regelmatig, bekijk hier handige tips!
  • Hoest en nies in de binnenkant van je elleboog
  • Gebruik papieren zakdoekjes
  • Vermijd het onnodig schudden van handen
  • Als je grieperig bent, blijf dan uit voorzorg thuis

Kom je net terug van een vakantie uit het buitenland?
Kijk dan op de site van RIVM voor actuele informatie over het virus: www.rivm.nl/coronavirus/covid-19/vragen-antwoorden. Check via www.nederlandwereldwijd.nl/ en www.lcr.nl/nieuws of je in een risicogebied bent geweest.
Kom je uit een risicogebied en heb je koorts of ben je de afgelopen twee weken in contact geweest met een (mogelijk) besmet persoon? Dan ben je zelfs verplicht contact op te nemen met je huisarts en adviseren wij je uiteraard om thuis te blijven tot je meer duidelijkheid hebt over je gezondheidsstatus.

Wanneer moet je contact opnemen met je huisarts?
Je moet contact opnemen met je huisarts als je koorts hebt met luchtwegklachten (hoesten, kortademigheid) en de afgelopen twee weken in een risicogebied bent geweest en/of de afgelopen twee weken in contact bent geweest met een patiënt die is besmet met coronavirus. Kijk voor de meeste recente adviezen de website van het RIVM: https://www.rivm.nl/coronavirus/covid-19

Share Button

DE VLOEK VAN DE TREND-ERA

Wellicht zal niemand het ontkennen wanneer ik schrijf dat we in een trend-era leven. Een era waarin zaken die gisteren nog als geweldig en zinvol werden beschouwd, vandaag de dag alweer als ouderwets en nutteloos worden afgeschilderd. De steeds sneller toeslaande verveling jaagt deze wereld dagelijks steeds sneller voort, terwijl de meeste mensen zich hier eigenlijk helemaal niet zo comfortabel bij voelen.

Want wat is er erger dan je halve leven al je tijd en energie in iets steken en het dan plotseling in de publieke opinie te zien transformeren als ‘iets ouderwets’ en ‘niet meer van deze tijd’, vergelijkbaar met opa’s driedelige pak dat niemand nog na zijn dood wil dragen. Dagelijks zien we allerlei zaken impopulair en populair worden. Dingen zijn in of uit de mode. Of het nu onze kleding, auto’s, interieurs of ons voedingspatroon betreft. Hetzelfde zien we gebeuren met allerlei sporten. Telkens duikt er weer iemand op die net één heel klein dingetje veranderd, het een nieuwe naam geeft en huppekee: een nieuwe trend is geboren. De sportscholen die er in mee gaan blijven hip en populair en wie dat niet doen gaan er vroeg of laat mogelijk aan ten onder. In de jaren ’70 was Kung Fu de populairste oosterse vechtkunst en kort daarna Karate en Taekwondo. Deze vechtkunsten lijken vandaag de dag echter steeds verder van de radar te raken.

Het Free Fight deed zijn intrede maar werd al snel weer vervangen door het zogenaamde MMA, ofwel Mixed Martial Arts (eigenlijk Mixed Fighting Sports aangezien het geen krijgerskunst is maar een sport). De vraag blijft; voor hoelang zal deze vechtkunst het toneel domineren? De geschiedenis heeft namelijk de eigenschap zich telkens weer te herhalen en met het trendieuze vertrek van iedere vechtkunst zien we tegenwoordig niet zelden ook meteen al het respect voor de legendes binnen dergelijke sporttakken vertrekken. Geanimeerde youtube filmpjes met namen als “Conor McGregor versus Bruce Lee” zeggen immers voldoende. Zelfs de doden blijven niet meer gespaard wanneer het even trendy en hersenloze machogedrag de overhand neemt. In die zin wordt het er natuurlijk niet beter op aangezien iedere martial art zonder goede moraal even betrouwbaar is als een vuurpijl zonder stok.

Het grote probleem met de martial arts is echter dat deze van nature een levenslange focus van je verwacht wil je ooit het meesterschap in een specifieke vechtkunst kunnen bereiken. Voor diegene die graag leraar willen worden of het meesterschap nastreven, heeft het geen enkele zin om telkens van stijl te wisselen nadat er weer eens iets anders populair is geworden. Een Joods gezegde luidt:

“Het toppunt van onzekerheid is wanneer je bij het zien
van iedere klok denkt je horloge gelijk te moeten zetten”.

De vloek hiervan is dat tegen de tijd dat je effectief genoeg bent geworden om een specifieke kunst over te dragen, dat er dan mogelijk nog maar een paar mensen over zijn gebleven die interesse tonen in de vechtkunst die je onderwijst. De waarheid is echter dat zelfs de meest traditionele stijlen, die je nog met traditionele honderden oude wapens leren vechten, of vol met formele oosterse routines zitten, vaak voldoende kwaliteiten bevatten die nog steeds universeel toepasbaar zijn in de moderne hedendaagse wereld.

En ook al is de kans niet zo heel erg groot dat je tegenwoordig nog op straat met een katana of een naginata wordt aangevallen; de timing, snelheid, behendigheid, inzichten en vooruitziende blik die een dergelijke training van je vereist maken het mogelijk om situaties die veel vaker voorkomen, maar niet minder serieus zijn, te voorzien, te voorkomen of tot een goed einde te brengen. Dus ongeacht hoe populair of impopulair je vechtkunst ook is, of hoeveel leerlingen je ook hebt; je dient altijd op zoek te gaan naar de meest praktische applicaties van wat je onderwijst. Overigens vinden er in Nederland jaarlijks gemiddeld nog zo’n 15 á 20 zwaardaanvallen plaats!

Natuurlijk dienen we enerzijds onze best te doen om de krijgskunsttradities te beschermen en in tact te houden (specifieke etiquette, vocabulaire, technische applicaties) maar we moeten ons leven niet in het teken van de geschiedenis plaatsen. We bouwen immers niet aan onze geschiedenis maar aan onze toekomst. Onze voorouders kunnen we niet meer beschermen, wel onze kinderen. Om iedere vechtkunst dus in leven te houden dienen we deze dus tegelijkertijd eigentijds te maken en toepasbaar te maken op het leven anno 2020. Wanneer we dat doen hebben onze leerlingen iets om uit te dragen buiten de dojo, in hun dagelijkse leven, op hun werk, in hun gezin en in de gemeenschap.

Wanneer we dit niet doen dan zijn we met niets meer bezig dan een exotische anachronisme in leven te houden waardoor we als martial arts meesters niet langer de juiste leerlingen zullen aantrekken maar juist mensen die aan hun eigen alledaagse monotome leven trachten te ontsnappen. Dergelijke mensen leven niet zelden in een fantasiewereld en wanen zich heuse samoerai, ninja of kung fu meesters. En dit is niet wat een waar meester na zou moeten streven, tenzij lesgeven op de Fantasy Fair je voorkeur heeft.

Share Button

HET MEESTERSCHAP. Een titel of een levenslang proces van werk-in-uitvoering?

Enkele jaren geleden schreef ik het boek “Kempo Karate. De weg naar meesterschap”. Ik schreef deze uitgave in de hoop de westerse budowereld meer inhoudelijke inzichten te geven in de ware budoleer en de lezer in te laten zien dat het hier niet louter om sportbeoefening gaat. Het boek werd goed ontvangen en de grootste eer kwam mij wellicht toe van niemand minder dat Sifu Jim Bax, één van de drie grootste pioniers van het Nederlandse kempo. Hij liet voor mij een recensie achter op de website van Bol.com waar ik stilletjes in mijn hart een diepe buiging voor maakte. Toch blijft het moeilijk om het ware meesterschap te formuleren… en daarom tracht ik, na mijn recentelijke blog over dan-graden, hier een omschrijving van te geven volgens mijn visie.

In mijn blog over dan-graden liet ik al het immense verschil zien tussen de westerse en oosterse denkwijze in de richting van graduaties. Wanneer we kijken naar titels zoals ‘meester’ en ‘grootmeester’ dan zien we op dit vlak eveneens gelijkwaardige maar negatievere ontwikkelingen plaatsvinden. In dit geval is het nog vele malen schrijnender en verraderlijker dan in het geval van een dan-graad. Door onwaardig rond te lopen met een valselijk of iets te gemakkelijk verkregen dan-graad, houdt de drager vooral zichzelf voor de gek. Dat is zijn eigen probleem. Echter is er in het geval van een titel zoals meester of grootmeester ook sprake van dat goedgelovige volgelingen er het slachtoffer van kunnen en zullen worden. Onwaardige meesters verstrekken op hun beurt weer onwaardige dan-graden en dus is de cirkel van het neerwaartse spiraal voor een hele generatie van sportbeoefenaars een feit. 

Om het een en ander toe te lichten dien ik eerst duidelijkheid te scheppen in de hiërarchische indeling van graduaties en titels. Dergelijke titels, ofwel shogo (称号), zijn in de budo-leer al eeuwenlang bekend aangezien het militaire kunsten betreft. Echter kende men in vroegere tijden geen gekleurde bandensysteem. Het was Kano Jigoro (1860-1936), de grondlegger van het Judo, die in 1898 de eerste twee dan-graduaties ter wereld aan twee van zijn leerlingen verstrekte. De zwarte band stamt af van het zwarte koord dat in Japan bij het schoolzwemmen om de middelen werd gebonden van leerlingen die al goed konden zwemmen.

Indien je de onderstaande hiërarchische indeling niet interessant vindt kun je deze gerust overslaan en doorgaan naar het volgende kopje.

De hedendaagse hiërarchie van dan-graden en (ere)titels

Voor lange tijd werd er in de meeste Japanse budostijlen verondersteld dat een leraar, ofwel sensei, minimaal de 6e dan-graad moest behalen alvorens hij tot meester, ofwel shihan, kon worden benoemd. Dat is inmiddels op veel scholen bijgesteld naar de 5e dan-graad. Ook de rood-wit geblokte band, die eerder pas bij het behalen van de 7e of 6e dan werd verstrekt, wordt tegenwoordig steeds vaker gegeven bij de 5e dan-graad. Deze rood-wit geblokte band, die het meesterschap symboliseert, begon al snel een van de ultieme statussymbolen te vormen voor veel dan-gradenjagers. Dat terwijl men op Okinawa deze band nog steeds pas officieel mag dragen vanaf de 7e dan-graad. 

In Korea wordt men echter standaard tot meester, ofwel Sabum, benoemd bij het behalen van de 4e-dan-graad. De haat en nijd tussen Japan en Korea, die vanuit een lange onderlinge oorlogsgeschiedenis ontstond, speelt op sportpolitiek-niveau tot op de dag van vandaag een latente  rol. In Japan kan men pas tot grootmeester, ofwel Hanshi, worden benoemd wanneer men minimaal over de 9e dan-graad beschikt. In Korea is de grootmeestertitel, ofwel Sahyun, vanzelfsprekend bij het behalen van de 8e dan-graad. In Japan draagt men vanaf de 9e dan-graad een rode band die het hoge grootmeester-niveau aangeeft. De Koreaanse meesters geven hun leerlingen een rode band daar waar de Japanners een bruine band hanteren. Een duidelijke statement waarin de spot wordt gedreven met de voormalige Japanse overheersers. Die statement zegt zoiets als: “Onze lagere band leerlingen staan gelijk aan jullie grootmeesters”. Maakt dit de Koreaanse meesters en grootmeesters een stelletje eikels? Welnee. Vlak na de Tweede Wereldoorlog hebben zelfs de meest vriendelijke en vergevingsgezinde Nederlanders wellicht ook volop de spot gedreven met de voormalige Duitse overheersers. Dat is mens eigen en dus dient daar niet te zwaar aan worden getild.

Wat opvalt wanneer we naar bijvoorbeeld de karatecommune kijken, is dat men in het westen elkaar automatisch Shihan begint te noemen wanneer een persoon de 5e of 6e dan-graad heeft behaald. Dat terwijl deze twee zaken geheel los staan van elkaar. Shihan is een titel die men van oudsher officieel toebedeeld dient te krijgen. Toen ik in 2010 Okinawa bezocht vertelde Hanshi Tetsuhiro Hokama, één van Okinawa’s meest gerenommeerde karategrootmeesters, mij dat Shihan te vergelijken is met het Engelse Sir ofwel de riddering van een nobel persoon. In Okinawa worden speciaal voor deze titel officiële certificaten verstrekt. In het Japanse Bujinkan budo-taijutsu, beter bekend als Ninjutsu, wordt een persoon als Shihan beschouwd zodra mensen hem zo beginnen te noemen.
Persoonlijk ben ik hier niet zo’n fan van omdat hier het gevaar op de loer ligt dat leerlingen al snel hun eigen sensei met Shihan aan beginnen te spreken. Er is in dat geval geen sprake van een onpartijdige, objectieve beoordeling en dus kan men al snel van bevoordeling spreken, niet zelden baatzuchtig en in de hoop om zelf vroeg of laat ook gezien en geëerd te worden.
Daarnaast noemen velen zich automatisch Kyoshi (professor in de martial arts) bij het behalen van de 7e dan-graad, maar ook hier geldt: Dit is absoluut geen vanzelfsprekendheid! Kyoshi betreft een eretitel die je door middel van een officieel certificaat behoort te verkrijgen van een gerenommeerde grootmeester. Binnen het Japanse shogo-systeem zijn de drie bekendste titels Renshi (gepolijste leraar), Kyoshi (professor in de krijgskunsten) en Hanshi (voorbeeldmeester ofwel grootmeester). Het woord ‘professor’ (Kyoshi) mag overigens niet worden verward met de professor-benoeming in het Braziliaanse Jiujitsu, aangezien professor in het Spaans, Portugees en Frans slechts het inheemse woord voor leraar/docent is en dus vergelijkbaar is met het Japanse woord sensei.

Rangen en titels in het feodale tijdperk

In feodale tijden waren het vooral de naamloze krijgers die de krijgskunsten tot een hoog niveau brachten, terwijl de adel met hun fraaie titels en grote ego’s vanuit een hoge berg op een veilige afstand de strijd gade sloegen. De krijgers wisten dat de oorlog hen niet groot maakten. Alleen de adel (eveneens een zelfverzonnen rangenstelsel) was ijdel en arrogant genoeg om anderen voor hun eigen glorie, macht, status en financiële belangen massaal de dood in te jagen en duizenden gezinnen vaderloos achter te laten. De krijgers die levend terugkeerden kregen zo nu en dan een lintje, maar dat maakte het verdriet in hun getraumatiseerde harten vanzelfsprekend niet goed. Het was de manier van de adel om een kleurrijk pleistertje op een gapende wond te plakken. Ook werden er rangverhogingen verstrekt. Denk daarbij aan titels als generaal, kapitein enzovoorts. De meeste krijgers ontwikkelden na het beleven van het oorlogsgeweld en het verdriet dat zij noodgedwongen teweeg brachten, vaak een oprechte vorm van nederigheid. Door de dood van zo dichtbij in de ogen te hebben gekeken leerden zij inzien hoe waardevol het leven werkelijk is. Velen van hen gingen de rest van hun leven gebukt onder Post Traumatische Stress Stoornissen waar zij vaak hun gezinnen ongewild in meesleurden. Menig Nederlander kent nog wel een opa of een oom die als stille getuige de slagvelden van de Tweede Wereldoorlog overleefd had.

Wat maakt nu iemand werkelijk een meester of een grootmeester?

Ikzelf mocht de rood-witte band 14 jaar geleden na mijn examen in ontvangst nemen maar heb hem waarschijnlijk nog geen drie keer gedragen. In die periode werd ik namelijk herhaaldelijk geconfronteerd met statusjagers binnen het bestuur van een vechtsportbond waar ik met mijn school bij aangesloten was. Allen hielpen elkaar binnen één bestuursvergadering, door middel van onderling stemmen, schaamteloos aan een hogere dangraad, daar waar anderen zich jarenlang rot trainden voor hun examen. Ook de rood-wit-geblokte band en de Shihan-benoemingen mochten daar natuurlijk niet bij ontbreken. Gelukkig was ik bij deze vergadering niet aanwezig maar ik ben daarna wel direct met mijn school opgestapt. Echter niet voordat ik tijdens de algemene ledenvergadering en public de reden van mijn plotselinge vertrek aankondigde en mijn schaamte voor de organisatie en haar werkwijze aan alle aanwezige scholen ten gehore had gebracht.

Op de vraag wat nu precies iemand een meester of een grootmeester maakt zal een ieder zijn of haar eigen mening hebben. Echter ben ik er van overtuigd dat een meester, en zeker een grootmeester,  iemand is die op zijn minst niet tegen zichzelf en zijn leerlingen liegt. Iemand die zichzelf in de spiegel aan kan kijken en weet wat hij bereikt heeft en dat dit op een eerlijke, oprechte en zuivere manier geschiedde. Hiermee doel ik op de bron (de verstrekker van het certificaat) die minstens zo eerlijk en zuiver aan zijn graduaties en titels moet zijn gekomen. Een waar meester is iemand die voldoende kennis van de hiervoor beschreven martial arts geschiedenis heeft om te beseffen dat de ware essentie van de krijgskunsten nooit in dergelijk onnozel geneuzel als dan-graden en titels gezocht dient te worden. 

Een fraai voorbeeld hiervan is mijn collega Frans Stroeven die onlangs besloot om op formele en keurige wijze zijn officiële grootmeestercertificaat terug te zenden naar de Filipijnse Doce Pares eskrima-organisatie. Velen denken nu waarschijnlijk: “Dus Frans is nu geen grootmeester meer? Dat is ook niet echt slim van hem!” Maar in mijn ogen oversteeg hij hiermee zelfs zijn titel door de slavenkettingen (lees: invloedrijke en financiële machtspositie van derden) van zich af te schudden. Deze actie van Frans heeft een diepe impact op mij gehad. Ik was hier in de positieve zin behoorlijk van onder de indruk en in mijn gedachten maakte ik een buiging toen ik de brief via whatsapp voorbij zag komen. Daar is nog eens lef en zelfvertrouwen voor nodig. Want daar waar sommige martial artists altijd en eeuwig opkijken tegen alles wast maar oosters is, heb ik helaas ook diverse malen mee mogen maken dat die zogenaamde meesters en grootmeesters uit het verre oosten soms geen haar beter zijn dan hun westerse partners-in-crime!

Het smeden/vormen van het meesterschap is als het smeden van een katana (samoeraizwaard). Bij het smeden van een zwaard heeft men staal en koolstof nodig. Een zwaard het staal, hoe hard het ook mag ogen, is zwak. Een zwaard van koolstof onmogelijk. Uitgebalanceerd samengevoegd verkrijgt men echter het ultieme zwaard. Bij het smeden, ofwel vormen, van een mens is dit niet anders en dus is de theoretische zijde minstens zo belangrijk als de praktische zijde: Iemand van de praktijk zonder theorie of filosofie is zwak, iemand van alleen theorie is onmogelijk. Het is de kracht van de uitgebalanceerde combinatie (yin-yang) door beiden tot een geheel te smeden waardoor er een onlosmakelijke eenheid ontstaat tussen de wereld van denken en daadwerkelijk doen, ofwel worden en zijn. Een waar meester smeed zijn eigen karakter, wijsheid en vaardigheden secuur, voortdurend en zorgvuldig als dat van een katana.

Wijsheid komt met de jaren?

Meestal wordt verondersteld dat personen mentaal rijpen naar mate zij ouder worden. Dit is dan ook de reden waarom men minimaal het aantal jaren moet wachten tussen iedere dan-graad. Bij de 2e dan dus twee jaren, bij de 3e dan drie jaren enzovoorts. Echter gaat de vlieger van het gezegde “wijsheid komt met de jaren” helaas niet altijd op. Dit is dan ook de reden waarom we soms een 10 jarig kind zien dat cum laude afstudeert aan een universiteit en een hoogbejaarde 90+er die nog steeds in volle overtuiging het erfgoed van nazi-Duitsland vereert. Om die reden hoeven de wachttijden voor een hogere dan-graad dan ook zeker niet als heilig te worden beschouwd. K1 kampioen Sem Schilt ontving van karate-pionier Jon Bluming een 9e dan-graad, terwijl hij pas 44 jaar oud was. Echter is Sem Schilt, naast viervoudig wereldkampioen, mijn inzien, ook een echt voorbeeld van levende budo.

De 2.12 meter lange Sem Schilt en ik tijdens een seminar

Sem is oprecht nederig en gedraagt zich vol eerbied en respect in de richting van zijn medemensen. Vooral hoe hij zijn leraar behandelde maakte een ouderwets goede indruk op mij. Toen ik hem sprak vertelde hij mij oprecht dat hij vond dat deze toebedeelde eer voor hem veel te veel was en dat hij zo’n hoge graad helemaal niet waardig was. Ik vertelde hem dat het inderdaad erg ongebruikelijk is voor een 44 jarige maar dat wanneer iemand hem op die leeftijd zou verdienen, hij de meest aangewezen persoon zou zijn die ik ken. Toen ikzelf als 43 jarige mijn 7e dan in ontvangst nam, voelde ik mij eveneens oprecht bezwaard en achtte ik deze eer ook veel te groot voor mij. Ik was de enige die totaal niet blij leek te zijn waarop mijn vrouw antwoorde: “Als je hem niet van Hanshi Tetsuhiro Hokama accepteert, wie moet hem dan komen brengen? God zelf?” Pas toen alle Nederlandse grootmeesters mij begonnen te feliciteren dacht ik bij mezelf: “Het zal wel goed zijn”. Echter heb ik door de jaren heen de Sem Schilts van deze maatschappij als extreem zeldzame mensen leren herkennen. Daarentegen zijn de personen die geheel ten onterechte meesters worden genoemd vaak in grotere getallen te vinden, zelfs onder beruchte criminelen.

Onlangs ontving ik vanuit de Okinawa Kenshikai, waarvan ik in Nederland de vertegenwoordiger ben, twee Shihan-certificaten die ik van Hanshi Tetsuhiro Hokama aan twee van mijn assistenten mocht overhandigen. Enerzijds was ik blij maar anderzijds ook sceptisch. Ik weet dat Hanshi Hokama een groot vertrouwen in mij heeft en dat doet mij goed. Echter ligt Okinawa niet om de hoek en dus had hij geen enkel inzicht in hoe mijn assistenten zich ontwikkeld hebben. Het toegezonden certificaat uitreiken was dan ook niet echt een vanzelfsprekend iets voor mij. Een meestertitel mag immers geen cadeautje worden. Hoewel ik deze certificaten wel heb uitgereikt aan de betreffende assistenten, ben ik van mening dat ik te allen tijde het voorrecht behoud om dergelijke uitreikingen te weigeren. Ik ben tenslotte de enige die dit van dichtbij mag en zal beoordelen. Zo’n certificaat, hoe goed de bedoeling van Hanshi dan ook mag zijn, zou alsnog in een later stadium al dan wel of niet kunnen worden uitgereikt.

Een typisch kenmerk van een echte meester

Een typisch kenmerk waaraan men een echte meester kan herkennen is zijn onvervalste, oprechte bescheidenheid en nederigheid. Een man waarbij alle vormen van onzekerheid en ego-vergrotende factoren zowel zichtbaar, auditief waarneembaar als voelbaar absent zijn.

Nuryuki Pat Morita
als Mr. Miyagi

Ik noem dit weleens de Mr. Miyagi-mentaliteit. Dit is niet zozeer mijn persoonlijke mening die ik hier ventileer, maar meer een doorgewinterde ervaringsleer die zich keer op keer in mijn leven herhaalde. In het Indonesische Padepokan-complex in Jakarta, het hoofdkwartier van de internationale pencak silat wereld, treft men niet voor niets een grote bronzen sculptuur aan van een hangende rijstplant. Deze verwijst naar de “Ilmu Padi” filosofie dat in Indonesië bijzonder wordt gewaardeerd aan een persoon. De Ilmu Padi filosofie luidt: Volle rijstplanten laten vanzelf hun hoofd hangen daar waar lege rijstplanten rechtop blijven staan”.  Ik gaf al het voorbeeld van een Sem Schilt, maar er zijn er talloze. Een Moul Mornie die met iedereen op de foto wil nog voordat de deelnemers van zijn internationale seminars de kans krijgen om met hem op de foto te gaan. Een Vladimir Vasiliev die weigert om foto’s van hemzelf te signeren voor mensen die deze in hun sportaccommodaties willen hangen. Hij beschouwd dit namelijk als een symbool van trots en verhevenheid. Een 76 jarige Guru Dan Inosanto die – als topleerling en wereldvertegenwoordiger van Bruce Lee’s Jeet Kune Do – bij Martin Wheeler systema is gaan trainen. In mijn sportschool traint ook een 72 jarige kempomeester, Cor van den Broek, systema bij mij in de les. Een Patrick McCarthy die alleen maar vol lof over al zijn collega’s (die veel minder aanzien genieten) spreekt terwijl hijzelf tot de allergrootste karateka op aarde behoort. Een Hans Hesselmann die ondanks zijn grootse pionierswerken en internationale bekendheid liever de spotlights vermijd dan opzoekt. Mensen met wie je uren kunt trainen en praten zonder ook maar één greintje van onnozel haantjesgedrag of arrogantie te bespeuren. Die afwezigheid van ego demonstreert immers de absolute aanwezigheid van hun zelfverzekerdheid. En dat is exact het heilige ingrediënt wat je van meesters en grootmeesters toch wel mag verwachten. Slechts onzekere mensen willen zichzelf voortdurend voor de buitenwereld bewijzen, compleet voorbijgaand aan hun eigen binnenwereld.

“Er is slechts één plaats waar je nog niet hebt gekeken Leroy en het is daar, alleen daar, waar je de meester zult vinden”.

– Thomas Ikeda in ‘The Last Dragon’ (1985) –

Zelfverzekerde mensen voelen geen drang meer om zichzelf tegenover anderen te bewijzen. Een oorlogsveteraan hoeft niet bij iedere gelegenheid te vertellen hoe gevaarlijk hij wel niet kan zijn. Dat weet hijzelf immers maar al te goed zonder zich illusies te hoeven maken. Maar omdat hij herhaaldelijk beiden zijdes van de medaille heeft mogen zien is er bij hem geen behoefte tot onnozele grootdoenerij. Integendeel. Hun houding vormt de categorie bewust-bekwame meesters. En voor die bewustwording hoef je als mens echt niet eerst in de strijd te hebben gevochten…!

“Wat is dapperheid? Niets meer dan een lichaam
dat zich bewust is van zijn kracht.
Wat is lafheid? Niets meer dan een lichaam

dat zich bewust is van zijn zwakte.
Dapperheid en lafheid lopen in iedere man hand in hand”.


– Keye Luke in ‘Kung Fu’ (1974) –

Over bewust-bekwame en onbewust onbekwame meesters

Op seminars en gezamenlijke trainingen zie je de kracht en dwaasheid, de zelfverzekerdheid en zelfonzekerheid, bij de bewust-bekwame en de onbewust-onbekwame meesters ten volste naar voren komen. Tijdens partnertrainingen zie je dat de meest onzekere onder hen zich voortdurend en doelbewust verzetten tegen de actie of reactie van hun trainingspartner. Iedere zogenaamde klap of trap wordt symbolisch geweerd en er wordt bewust met spierkracht tegengewerkt. De bewuste rol van tori (gever) en uke (ontvanger) wordt doelbewust gesaboteerd omwille van het eigen ego dat heimelijk in angst schreeuwt om maar niet ‘als mindere’ uit de oefening tevoorschijn te komen (klik hier voor een voorbeeld). Alsof het een sparringsgevecht betreft, dwingt de onbewust-onbekwame meester er zich steeds toe om als tori op te treden, zelfs vanuit zijn rol als uke! Willen geven zonder te willen nemen geeft aan dat er geen balans is in de onbewust-onbekwame meester, geen yin en yang. Het getuigt zelfs van een absoluut kinderachtige inslag. Want wat heeft het voor zin om je te verzetten terwijl je weet wat er gaat komen? Is het niet zo dat het in de realiteit juist het aspect van het onverwachte zo’n grote rol speelt? Het is als een valse soort van vaardigheidsimago over jezelf afroepen. En voor wie het nog steeds niet begrijpt: Zouden de inwoners van Hiroshima en Nagasaki zich niet heel snel uit de voeten hebben gemaakt wanneer zij wisten wat er die bewuste nacht op hen neer zou komen? Zou een Anne Faber ook maar één seconde geaarzeld hebben om die bewuste route te nemen, wetende wat er zich zou gaan voltrekken? Als uke een te verwachte tegenaanval blokkeren is minstens zo naïef!

Vladimir Vasiliev, mijn systemameester,
vocht als spetsnaz in diverse conflictsituaties.

Weer anderen zetten als tori hun greep zo hard in dat de uke zich onmogelijk kan bevrijden zonder de tori daadwerkelijk te beschadigen. En aangezien de tori stiekem maar al te goed weet dat de uke dit niet zal doen – het is immers recreatieve sportbeoefening en geen real life emergency case – geeft het de arrogante en dus onzekere tori wederom een vals gevoel van kracht, overwinning en vaardigheid. Dit valse en zelf gecreëerde gevoel van veiligheid zal op straat al snel verdwijnen wanneer een echte uke onmiddellijk de tori zijn ogen uitsteekt of zijn strothoofd kapot slaat.

Sommige van deze bewust verzetplegende personen geven als reden op dat het realistischer is om zo te trainen maar dit is een absolute fabel. Buiten de reden die ik hierboven al aangaf is er nog een tweede reden. Men leert zo helemaal niets! Wanneer men bij iedere rijles met 120 km per uur probeert weg te rijden is men na 100 auto’s in de prak rijden nog steeds niets opgeschoten. Er is helemaal niets geleerd!

“Eerst leren staan, dan leren vliegen Daniël-san.
Wet van de natuur, niet van mij”.


– Noryuki Pat Morita als Mr. Miyagi in The Karate Kid (1984)

Dergelijk onbewust-onbekwame meesters herken je ook regelmatig op verbale wijze. Bijvoorbeeld  wanneer zij voortdurend een weerwoord moeten hebben bij alles wat er tijdens een oefening wordt gezegd of uitgelegd, zelfs wanneer zij zelf veel lager op de hiërarchische ranglijst staan dan de lesgevende. Een handicap waarmee zij hun eigen leerproces voortdurend verstoren. Of zoals een oude zen-anekdote gaat: “Je zult eerst je kopje leeg moeten maken wanneer je wenst dat het gevuld wordt”. Ook zullen zij bij veel tegenacties van hun uke standaard uitspraken doen als: “Die zag ik aankomen”.

Bij het meesterschap krijgt men helaas geen Superman T-shirt cadeau. Vele meesters in de geschiedenis toonden aan dat ook zij slechts mensen waren met een eeuwigdurende strijd met hun eigen zwaktes en krachten. En dat mag ook want dat was hun eigen strijd. We prijzen deze mannen dan ook meer om wat zij de martial arts wereld hebben nagelaten, dan dat we hen beoordelen op het soms herhaaldelijk verliezen van hun interne veldslagen. Echter wanneer deze interne veldslagen op latere leeftijd nog steeds externe veldslagen vormen omwille van het ego, en men hier in volhard, dan wordt het natuurlijk een heel ander verhaal. We spreken dan van een incompetente en onwaardige, ofwel bewust-onbekwame “meester” of “grootmeester”.

Een meester of grootmeester wordt immers gezien als iemand waar je bij terecht kunt voor goede raad, advies of om richting te vragen voor het pad waarop je bent vastgelopen. Een man die je graag verteld over hoe je je leven en dus ook je mentale, fysieke en zelfs spirituele gesteldheid maximaal vorm kunt geven in combinatie met de heilzame zijden van martial arts. Iemand die met zoveel liefde en plezier de martial arts historie met je deelt alsof je nooit uitgepraat lijkt en waarbij de tijd vliegt alsof uren minuten leken. Een man van compassie en medeleven. Een meester die graag in de spotlights staat straalt daarentegen zelf geen (wit) licht uit. Een bewust-bekwame meester tracht juist zijn leerlingen te belichten en terwijl hij zijn licht op zijn pupillen schijnt, plaatst hij zichzelf automatisch belangeloos in de schaduw (zwart). Maar helaas maakt een meester (zwarte band) met een onbewuste geest (witte band) nog geen meester. Zelfs niet als er veertig jaren aan wachttijd zijn verstreken.

Ik kan me nog heel goed herinneren dat ik ooit een gesprek voerde met een man die een zwarte band in wado-ryu karate droeg. Ik vertelde hem dat ik nog getraind had met de kleinzoon van Hironori Otsuka. De man zei verbaasd: “Wie? Nooit van gehoord”, waarop ik hem nog verbaasder aankeek en dacht; dit is hetzelfde als wanneer iemand beweerd een devoot Christen te zijn maar bij het horen van de naam Jezus Christus vraagt: “Wie, nooit van gehoord?” Voor dergelijke bomen zonder wortels die zich meester noemen heb ik weinig hoop op de toekomst. Gelukkig zijn er ook nog voldoende meesters die hun naam wel eer aan doen.

Met deze zin sluit ik af:
Het meesterschap is wel degelijk een stadium dat men kan bereiken. Echter dient een ieder er zich van bewust te zijn dat het tegelijkertijd een levenslang proces is van werk-in-uitvoering.

Met vriendelijke groet,

Patrick Baas
Kyoshi, 7e dan


Share Button

Dan-graden. Een vloek of een zegen?

Vanavond sprak ik een oude man aan de telefoon. Het betrof een karateleraar die ik nog niet kende. Hij belde mij op met de emotionele vraag of ik dacht dat het tij misschien nog ooit te keren zou zijn in de budowereld. Ik vroeg hem wat hij daarmee bedoelde, waarop hij los brandde over de dan-graduaties, de dan-jagers en de daarmee verschrikkelijke egotripperij die de martial arts wereld vandaag de dag nog erger overspoeld dan ooit tevoren.

Ik vertelde hem dat ik daar geen zinnig antwoord op kon geven. Er wordt weleens gezegd dat de geschiedenis in golfbewegingen werkt. Normen en waarden vervagen, dat is een feit, maar de aandoenlijke houding van egotripperij en haantjesgedrag zal men wellicht in iedere sport aantreffen. Maar het klopt dat het binnen de martial arts, een kunst waarvan de beoefenaars veel beter zouden moeten weten, wel degelijk een zeer groot probleem is gaan vormen.

Ik bemerk dat zelfs binnen mijn eigen gelederen, ongeacht wat ik er ook over vertel. Telkens knikken mensen instemmend en geven zij aan het helemaal met mij eens te zijn totdat…. totdat ze denken dat het hun tijd is om te promoveren, afgaande op de vastgestelde ‘minimale’ wachttijden (minimaal… dat woord zegt genoeg). Dan wordt die dan-graad plotseling heel erg belangrijk! De meest aandoenlijke onder ons zijn zelfs bereid er bakken met geld voor neer te tellen en dan liefst zonder examen een hogere graduatie opstrijken! Velen proberen zelfs schaamteloos hun wachttijd te verkorten of proberen zoveel mogelijk leerlingen zo snel en zo jong mogelijk te promoveren. Weer anderen richten speciaal hiervoor hun eigen bonden op en gradueren elkaar om de meest belachelijke drogredenen. Cross Ranking en het verlaten van hun eigen vaste meester ‘omdat hij niet snel genoeg promoties verstrekt’ (inclusief zwartmakerijen) wordt daar niet bij geschuwd. De reden? Dat heb ik mij ook bijzonder vaak afgevraagd.

Is het de angst om niet meer mee te tellen? Achterop te raken bij de anderen trainingspartners? Tegen anderen kunnen zeggen hoe “hoog” en “goed” ze wel niet zijn? Voelen zij zich verheven door dat ene streepje? Ik heb werkelijk geen flauw idee! Ik heb me persoonlijk nooit met zulke onzinnige flauwekul ingelaten want dan zou ik me compleet verlagen tot een niveau ver beneden alle budo(geloof)waardigheid. Nu zullen sommige zeggen: “Maar Patrick, jij hebt makkelijk praten met je 7e dan”.

Daarover het volgende. Om te beginnen heb ik mijzelf altijd voor laten dragen door mijn eigen meesters en heb ik mij enkel laten gradueren door enkele van de meest beroemde meesters en grootmeesters. Ik heb daar zelf nooit om gevraagd. Zij bepaalden wanneer ik er klaar voor was en niemand anders. Vragen om een dan-examen werd vroeger door mijn leraar bestraft met een jaar lang allerlei onverpakte verwijten die je naar je hoofd geslingerd kreeg zoals: “En jij wilde op examen?? Leer eerst maar eens fatsoenlijk je kata!!” of “Moet ik jou dat nog uitleggen hoe je die beweging moet maken?? En dan durft jij om een dan-examen te vragen?? Je zou je diep moeten schamen!”
En zo hoorde het ook…. de meester bepaalde wanneer je zover was. Niemand anders. Niet dat ikzelf er ook maar één keer om gevraagd heb maar ik ben er wel enkele keren getuige van geweest, inclusief de gevolgen. Doordat mijn meester je daarop publiekelijk aan de schandpaal nagelde was voor iedereen duidelijk dat je daarvoor niet bij hem aan moest kloppen. Tegenwoordig zien we veel leraren apentrots pronken met de zwarte banden die hun leerlingen hebben behaald. Maar wanneer een leraar trots is op een leerling, dan zegt dat veel over zijn/haar volslagen verkeerde visie op het totaalplaatje.

De meester beslist wanneer het zover is en dat is ook de enige logische weg. De meester is je immers voorgegaan en heeft dus als enige het beste uitzicht op de weg die je moet bewandelen. De meester oordeelt oprecht wanneer het tijd is.  Twijfel je daar aan? Wat doe je dan bij die meester? Wie gaat er nu in hemelsnaam in de leer bij iemand waar je aan twijfelt? Twijfel je niet aan zijn oordeel maar voelt het toch niet helemaal goed? Wellicht ligt je gevoel dan in je eigen ego verscholen en vindt je jezelf, geheel ongepast, beter dan je in werkelijkheid bent. Mogelijk vindt je jezelf zelfs beter dan anderen binnen de club waar je traint en snap je maar niet dat je meester niet hetzelfde lijkt te zien? Ook in dat geval twijfel je dus: Either way, make up your mind!

Ik denk met veel liefde en plezier terug aan mijn grote vriend Sifu Jim Bax (78) die eerder dit jaar helaas overleden is. Hij was één van de grootste kempo legendes van Nederland maar was na de 3e dan gestopt met het behalen van graduaties. Reden? Zijn leraar Sifu Faulhaber was overleden en hij wilde geen andere Sifu meer. Een andere grote vriend van mij, Sifu Cor van den Broek (72), beschikt eveneens “maar” over een 3e dan-graad en traint nu (met een veel grotere berg aan martial arts ervaring dan ik) bij mij als leerling. Ook hij had er geen behoefte aan om verder te gradueren. En ondanks dat ik over een 7e dan-graad beschik voel ik mij alles behalve ook maar een millimeter meer meester dan hen. Integendeel! Ik, als 47 jarige, beschouw hen beiden tot op de dag van vandaag als veel grotere meesters dan mijzelf waar ik nog veel van kon en kan leren. Zij ademen de ware weg van Budo: Soms een leraar, altijd een leerling.

Leerlingen vragen weleens: “Patrick, wanneer mag jij voor de 8e dan op?” Ik denk dan oprecht: I COULDN’T CARE LESS! Iedereen herinnert zich nog vast de uitspraak van Mr. Miyagi in The Karate Kid van 1984: “Karate hier (verwijzend naar zijn hoofd), Karate hier (verwijzend naar zijn hart), Karate nooit hier” (verwijzend naar zijn middel). De echte Mr. (Chojun) Miyagi overleed in 1958 en had inderdaad zijn leven lang geweigerd ook maar één dan-graad te verstrekken. Naarmate ik ouder wordt begin ik ook zijn zienswijze steeds beter te begrijpen.

“Maar Patrick…. wat hebben die dan-graden dan eigenlijk voor zin als ze voor zoveel problemen zorgen?” Mijn antwoord daarop is vrij simpel: “Dan-graden kunnen niet voor problemen zorgen, dan kunnen alleen de mensen die ze dragen”. Katoen vecht niet. Ook maakt een zwarte band je niet gevaarlijk. Je zou er iemand mee kunnen wurgen maar daarvoor zou die band net zo goed wit kunnen zijn. Een leren broekriem of een schoenveter volstaat ook, dus… nee… die zwarte band geeft je geen superkrachten. 

Een ander vreemd fenomeen zijn de leerlingen die stoppen zodra ze hun zwarte band hebben behaald. Alsof het HET onnozele doel op zich was. Aan mijn leerlingen leg ik vrijwel alles in metaforen uit omdat dit vaak beter tot de verbeelding spreekt. Humor wil daar ook nog weleens bij helpen. Zo verklaar ik bijvoorbeeld de gekleurde banden als een leerproces dat vergelijkbaar is met een kok in opleiding. Eerst leert hij alles over hygiëne in de keuken (witte band), daarna leert hij alles over zijn gereedschappen zoals de verschillende type messen, pepermaler, rasp, eiersnijder, de oven enz. (gele band), vervolgens leert hij alles over de verschillende soorten vlees en vis en hoe er mee om te gaan (oranje band), over de verschillende soorten groenten en fruit (groene band), over kruiden en hoe deze in de juiste verhoudingen te mixen (blauwe band), hij leert over het bereiden en bakken van deeg (paarse band), over welke borden en entourage hij het beste kan gebruiken om het door hem bereide voedsel zo fraai mogelijk op te dienen (bruine band). Nu komt het grote moment…. Het zwarte band examen! De kok in opleiding geeft daarvoor zijn beste demonstratie van alle vooraf opgedane kennis. Slaagt hij? Dan mag hij vanaf nu voor het eerst echt gaan koken en zal hij serieuze gerechten en combinaties gaan leren bereiden onder toeziend oog van alle ervaren koks die hem voorgingen. Stoppen wanneer je je zwarte band hebt behaald is dus net zoiets als ‘eindelijk je rijbewijs halen’ om vervolgens de rest van je leven te fietsen!

Daarom geloof ik wel degelijk in graduaties mits ze slechts gebruikt worden waar ze voor nodig zijn, namelijk als een soort van richting aanduidende verkeersborden…!

Een gekleurde band is geen plateau, geen bereikt level, zoals velen denken en daar gaat het nu juist vaak zo ontzettend mis. Wanneer een meester je een band toereikt dan zegt hij eigenlijk niets meer of minder dan: “Je bent op de goede weg bezig. Je vorderingen zijn dermate goed van aard dat ik een stapje verder met je de ingeslagen weg in sla”.
Wanneer we graduaties als levels of plateaus beschouwen dan zouden we het kunnen vergelijken met bergbeklimmen. Eenmaal op de top ben je ‘the man’ en kun je neerkijken op alle stumperds die zich onder jou nog rot ploeteren om naar boven te komen. Alsof ieder balkje op je band een traptrede is. Maar die trap is fictief! Het is in deze zin vergelijkbaar met virtueel geld. Met deze zienswijze verzand je dus in typische westerse denkwijzen over hoog of laag, verheven of vernederd, iets meer (denken te) zijn of iets minder dan een ander. Met deze blinde zienswijze is het onmogelijk de oosterse filosofie van de sakura, die de basis vormde voor de gekleurde banden, te doorgronden. De eerste gekleurde banden onder de zwarte band zijn in Azië sowieso slechts stimulatiebanden om leerlingen te motiveren door te gaan en te groeien tot zij het allerbeste uit zichzelf hebben weten te halen.

Vergeet niet dat je in Japan, het land waar de dan-graden ontstonden, deze dan-graden ook kunt behalen in bloemschikken, vis bereiden, het bekende Go-bordspel enzovoorts. Schrijvende over het Japanse Go-bordspel moet ik denken aan een waargebeurd verhaal:

Een Israëlisch wereldkampioen schaken was ooit onderweg naar Boekarest. Tijdens de rit zat hij in zijn eentje te schaken. Bij een halte stapte een arme oude landarbeider in. Met zijn gebaren maakte hij duidelijk dat hij tegen de schaakkampioen wilde spelen, niet wetende wie hij voor zich had. De kampioen veronderstelde dat de arme man wellicht geen tv thuis had, anders had hij hem wel gekend. Na lang aandringen stemde de kampioen in. De arme oude landarbeider versloeg de kampioen echter keer op keer op keer. Glimlachend stapte hij uit bij de volgende halte, de wereldkampioen stomverbaasd achtergelaten.

Moraal van het verhaal: Niet iedereen die goed kan koken (lees: knokken) beschikt over een zwarte band en niet iedere zwarte band drager kan goed koken! Leer van deze relativiteit. Alles is betrekkelijk.

Laten we daarom ter herziening de berg vergeten en een betere metafoor nemen: De oceaan! In de westerse zienswijze spreken we weleens over ‘een oceaan aan kennis’ dus dit sprak mij als aanknopingspunt wel aan. Je leraar, meester of grootmeester (afhankelijk van het diepteniveau waarop hij/zij tot op heden studeerde), behoort veel, heel veel of misschien zelfs wel alles te weten over wat er in de diepte van de wateren schuilt. Hij kent er de levens, de stromingen, de waterplanten, de verschillende bodemoppervlakten, de temperaturen, het koraal, de gevaren en noem maar op. Al deze elementen van de zee zou je in karate kunnen vergelijken met je technieken, standen, verdedigingen, trappen en stoten, geestelijke ontwikkelingen, kennis, zienswijze enzovoorts. De meester voelt uit veel ervaring exact en feilloos aan wanneer het voor de leerling tijd is om met hem een laag dieper te gaan voor een (het woord zegt het al) diepgaandere studie. Soms kan hij het verklaren. Soms niet. En dat hoeft hij ook niet. Hij is je geen enkel antwoord verschuldigd. Jij bent hem fatsoenshalve echter wel je blinde vertrouwen verschuldigd.

Jij moet er blindelings op kunnen vertrouwen dat zijn redenen, gestaafd op zijn ruime ervaring en diepgaande studie, zuiver en vertrouwenswaardig zullen zijn. Met ieder besluit dat hij je een laag dieper die oceaan mee in wil nemen (lees gradueren omdat hij vindt dat je er klaar voor bent), geeft hij dus niets meer of minder aan dat je er klaar voor bent om nog verder af te dalen voor nog meer kennis…. Daarom is er nooit een reden voor een leraar om te balen of teleurgesteld te zijn wanneer een leerling van hem zakt voor een dan-examen. Het geeft slechts aan dat de leerling nog niet helemaal zijn weg wist te vinden. En is verdwalen ofwel falen erg? Welnee. Zij die verdwalen leren immers meer wegen naar Rome kennen dan zij die altijd meteen goed rijden en er in een noodsituatie achter moeten komen dat zij maar één weg kennen. Een dan-graad is immers geen eindhalte maar slechts een herkenningspunt (en dus geen erkenningspunt). Daarom zien we weleens dat er eerlijke scholen zijn waarbij een 3e dan een hoger niveau lijkt te hebben dan bijvoorbeeld een 6e dan op een andere eveneens eerlijke school. Dit geeft getuigenis van het feit dat ook het interpretatieniveau aangaande de opgedane kennis per school, leraar of organisatie varieert.

Wanneer een leerling slaagt kan een leraar daar onmogelijk trots op zijn, want als leerlingen het namelijk niet zelf deden dan zou iedereen op een zelfde hoge (of liever gezegd diepe) niveau trainen, namelijk het niveau dat de leraar het liefst bij iedereen zou willen zien! Denk daar maar eens goed over na. Wanneer een leraar trots is wanneer zijn leerling een dan-graad behaald, dan is hij in feite met een eer aan het strijken die hem niet toebehoord. Vraag je eens af: deed de sensei dat ook met de talloze flaters tijdens de les van de leerling? Rekende hij deze ook zichzelf vol schaamte aan?  Of rekende hij deze jou aan? Iedereen kan immers slechts trots of teleurgesteld zijn in zijn eigen slagen of falen. De rest is betrekkelijk want een ieders smalle pad wordt individueel bewandeld en dus is slagen of falen ook slechts een natuurlijke maar individuele aangelegenheid, afhankelijk van de wil en inzet van ieder individu. Om deze reden was mijn oud-taekwondo leraar Louis Pardoel er fel op tegen dat een jurylid traditiegewijs de zwarte band omknoopte bij een geslaagde kandidaat. Hij zei altijd: “Die heeft hij zelf verdiend dus die moet hij ook zelf om zijn middel knopen!” Toen begreep ik zijn ophef niet. Nu inmiddels wel. Uiteraard mag een leraar wel oprecht blij zijn voor de progressie van zijn leerling. Ook mag hij blij zijn dat de leerling de door hem verstrekte kennis ten volste heeft benut, maar dat is wel een ander verhaal. Zelf meester Pardoel kon op zo’n moment weleens een kleine grijns van blijdschap voor je op zijn gezicht vertonen.

Denk je zelf nu nog steeds dat je er wel klaar voor bent, ondanks de afwijzende mening van je leraar, dan mag je dus wellicht in de spiegel kijken en enige erkenning geven aan je ego-probleem. Er om vragen, zelfs wanneer de minimale wachttijd erop zit, getuigt namelijk niet van een respectvolle houding en geeft dus aan dat je de martial arts (nog) niet begrijpt. Met dergelijk gedrag in de richting van je meester laat je zien dat je het sleutelwoord van budo, namelijk “nederigheid” nog steeds in zijn geheel niet begrijpt. En nee… nederigheid betekent in Azië niet onderdanigheid. Integendeel. Het betekent een volledige gelijkgesteldheid, maar wel met een oprechte respectvolle en intrinsieke erkenning jegens diegene die jou voor zijn gegaan op het door jou verkozen budopad. Dat geldt des te meer in de richting van zij (de oprechte leraren) die het zogenaamde Primus Inter Pares concept hanteren (Latijns voor ‘zich als meerdere onder de gelijken’ begeven). En ben je fysiek sterk of een kampioen en zie je dat als een reden om een hogere dan-graad te mogen claimen? Bedenk dan dat fysieke kracht de aller betrekkelijkste factor van allemaal is gezien deze al slechts aan de tand des tijd onderhevig is.

Alleen met kokoro, ofwel een zuivere geest, kan een persoon het ware pad van Budo, het pad van de krijger, bewandelen. Een pad waar afgunst, jaloezie, minderwaardigheidsgevoelens, respectloos gedrag, arrogantie en haantjesgedrag van een onacceptabel laag niveau getuigen.
Een ware budoka toont onvoorwaardelijk zijn loyaliteit, respect en vertrouwen. Hij is oprecht, eerlijk en integer. Hij doet wat juist is en bewandelt, zichzelf wegcijferend, het pad van de oude wijze meesters. Dat is geen filmfictie maar  een goed geconserveerd historisch geheim.

Sommige misvattingen zijn hardnekkig. Zo beweert men weleens dat geld mensen slecht maakt. Doch, een overvloed of een tekort aan geld onthult ook hier slechts iemands ware karakter. Hufters worden nog grotere hufters en vrijgevige mensen worden nog vrijgeviger. Hetzelfde effect zien we voltrekken in het hedendaagse dan-gradencircus: Sommige budoka veranderen in zelfvoldane hufters, weer andere in meesters. Terugkomend op de vraag van de oude man: Ik hoop oprecht dat het tij zich ooit zal keren, want anders zal de wereld van de klassieke martial arts ooit echt ten onder gaan alle Don Quichots die het te druk hebben met het bevechten van windmolens in plaats van zichzelf. Met deze zin sluit ik af: De dan-graden zijn geen vloek maar een zegen: het onthult iedere budoka’s ware karakter.

Ik hoop dat een ieder hier wat aan heeft.

Met vriendelijke groet,

Patrick Baas
Kyoshi, 7e dan

 

Share Button

Nieuw vanaf september: HAPKIDO

VANAF 7 SEPTEMBER 2019
Van 09.30-10.30 uur
Leeftijd vanaf 13 jaar

Onlangs is Patrick  Baas, eigenaar en hoofdleraar van Sam Lung Martial Arts, met de wereldwijd opererende Hapkido organisatie “Hapkidowon” van de wereldberoemde Koreaanse grootmeester Sasung Hong Sik Myung in zee gegaan. In overleg met de grootmeester is Baas destijds een leertraject aangegaan waarbij hij binnenkort zijn officiële examen af zal gaan leggen voor zijn 1e dan-graad in deze zeer uitgebreide Koreaanse zelfverdedigingskunst. Zodra dit examen achter de rug is zullen de eerste Hapkido lessen binnen onze school vanaf 7 september 2019 van start gaan.

Wat is Hapkido?

Hapkido is een dynamische Koreaanse krijgskunst die zijn oorsprong heeft in de Japanse vechtschool Daito Ryu Aiki-JuJutsu. Het is een moderne, eclectische zelfverdedigingskunst met opvallende aanvallen op het gebied van stoten, trappen, elleboogtechnieken, kniestoten, klemmen, worpen en Hapkido_22grondgevechten. Omdat worpen en takedowns alom aanwezig zijn in Hapkido, is wordt er veel aandacht besteed aan het correct leren vallen en rollen zodat men daar geen letsel bij op kan lopen tijdens de trainingen. Bij Hapkido leert men de afweermechanismen te trainen met verdedigingstechnieken tegen iedere denkbare greep of stoot, schop of andere denkbare vorm van aanval. Bij Hapkido leert men naast het gebruik van praktische technieken tegen wapenaanvallen ook gebruik maken van wapens (Musool) zoals verschillende stoklengtes, een mes, een riem, een wandelstok en andere wapens. Tevens richt Hapkido zich ook op drukpuntaanvallen en omvat het een breed scala aan lage en hoge trappen, vergelijkbaar met die in het Taekwondo.

Het woord Hapkido schrijft men in het Japans op exact dezelfde wijze als Aikido, echter verschillen deze vechtkunsten behoorlijk van elkaar. Daar waar Aikido vrij traditioneel is, is het Hapkido te benoemen als een zeer gemoderniseerde en op deze tijd toegespitste vorm van zelfverdediging. Het is een zeer fascinerende en heel uitgebreide vechtkunst waarbij de leerlingen in een vrij snel tempo elementaire aanval- en verdedigingstechnieken onder de knie kunnen krijgen. Tegelijkertijd is de kunst divers en breed genoeg om voor een leven lang trainingsmateriaal te bieden. Voor een filmpje kun je kijken op: Hapkido of Hapkido op late leeftijd.

Share Button

Workshops “NUM SUM” Mongools boogschieten

Vanaf heden is het mogelijk om bij Sam Lung Martial Arts een workshop in Mongools boogschieten (Num Sum) te boeken. Deze traditionele en unieke stijl van schieten werd eeuwenlang gebruikt door het Mongoolse leger. Heeft u iets te vieren zoals een vrijgezellenfeestje, een uitje met uw vriendenclub, een bedrijfsuitje of gewoon een uurtje heerlijk boogschieten met uw kinderen? Dan bieden wij u de gelegenheid om te leren schieten als Genghis Khan!

Het verschil tussen het Engelse en het Mongoolse boogschieten is dat men bij het Num Sum gebruik maakt van een duimring en dus met een afgesloten duim schiet in plaats van drie vingers. Daarnaast mong_archery2mag de pijl zowel links als rechts op de boog worden geplaatst. Bij de workshop krijgt u een korte introductie in deze historische en legendarische manier van boogschieten. De Mongolen stonden namelijk bekend als één van de allerbeste boogschutters ooit ter wereld! Tijdens het schieten wordt u geheel onderwezen en begeleidt door een in traditionele Mongoolse kledij geklede instructeur.

Tijdens de workshop wordt er door middel van twee verschillende soorten pijlen op twee verschillende doelen geschoten en dienen de omstanders de schutter aan te moedigen of juist te ontmoedigen. Iedere workshop wordt afgesloten met een certificaat van deelname en een kampioen certificaat voor de winnaar. Voor meer informatie kunt u contact met ons opnemen of klikt u op de onderstaande link:

Workshop Mongools boogschieten

Share Button

Systema Seminar Denis Ryauzov – 11th & 12th of May 2019

MAY 11TH AND 12TH – SYSTEMA SEMINAR WITH INTERNATIONAL TOP-INSTRUCTOR FROM RUSSIA: DENIS RYAUZOV

Reservations and payments can be done via the following website:
https://fast4u.opencontrolplus.com/club_portal/products

The seminar will be held in Mierlo (NB) The Netherlands.

The costs for the seminar will be 140 euro´s for the whole weekend
and 80 euro´s for one day.

Also it is possible to sleep at the training site wich has a lot of bungalo´s. The organizers (Fast4You Defence _ Sam Lung Martial Arts) have a reservation on many bungalo´s wich can contain a number of participants. The price for staying at one of the bungalo´s will follow soon.

Denis Ryauzov is a retired Airbourne officer from the Russian army. Furthermore he is also an instructor of combat training of the special personal protection, rapid response teams, collection. Ctazh activities instructor for 15 years. Chief instructor holding the security “wolf” (Moscow) Chief Safety Instructor Academy «SSC» (Switzerland) Teacher 1st qualifying category.

HE STUDIED:
• Special training courses UIR – special training center of “The Knight”, Moscow
• Courses of special training bodyguard – special training center of “The Knight”, Moscow
• Courses spets.podgotovki tel.ohrany “Center for special training Martyniuk” Rostov
• Courses and certification – Practical Shooting Federation Moscow

In the period from 1999-2012 conducted and organized seminars for personal protection, individuals, special forces, private security, Seminar_Denis_Ryauzovemployees of the Internal Affairs on transport of the Irkutsk region, private security companies (Omsk, Novosibirsk, Novokuznetsk, Mr. .Lipetsk, Tambov). In 2010, 2013 held a seminar at the Military Academy of Belgrade (Serbia) for cadets and soldiers spets.podrazdeleny, the president’s personal guard unit “Cobra” anti-terrorist unit “PTE” – awarded a diploma of the Ministry of Defence of the Republic of Serbia, honorary division ” PTE ”

In 2012, an international seminar held in Novi Sad (Serbia) for representatives from different countries (Italy, Slovakia, England, Serbia, Hungary, etc.).

In various departments conducted the following areas: – The knife fight. – Dogfight. – Tactical shooting. – Training groups bodyguards. – Tactical special training rapid response teams, collection, maintenance.

Author of educational films and articles on the martial arts and unarmed combat instructor of the 2nd category, the expert magazine “World of security.”

Author of publications magazine “World Security”, “Martial Arts Planet”, “Martial Arts”. Author techniques of complex preparation of fighters RRG (responders) collection.

Share Button

Seminar Geïmproviseerde Wapens & Hulp aan Derden – 13 april 2019

13 APRIL 2019 – SEMINAR GEÏMPROVISEERDE WAPENS EN HULP AAN DERDEN o.l.v. PATRICK BAAS

Bij geïmproviseerde wapens denkt men al snel aan een pen, broekriem, een stoel of een paraplu. Maar wat als de middelen echt schaars zijn in je omgeving? En hoe zit het met de honderden poster workshop geimproviseerde wapenspotentiële wapens die we over het hoofd zien naast(!) de eerder benoemde alternatieven? Tijdens dit seminar krijg je een goed idee van de ontelbare mogelijkheden en zul je naar huis gaan met een nieuwe visie. Daarnaast besteed het – als extraatje – aandacht aan hulp bieden aan derden, denk daarbij aan een familielid, een vriend, een buur of een collega die wordt aangevallen. Kun je een conflict stoppen zonder zelf direct stevig in de problemen te belanden? Welke fysieke-, psychologische- en omgevingsfactoren spelen daarbij een cruciale rol? Kom naar het seminar en beleef het zelf.

De kosten voor deelname – inclusief certificaat – bedragen € 35,00 p.p.  Inschrijven kan via: info@samlung.nl of 06-14633566

Share Button

Lezing ‘Straatwijs’ op 6 februari 2019

47577239_1409931352477781_6556890424911331328_n

Woensdag 6 februari 2019 zal er in Sam Lung Martial Arts te Oss een lezing worden gehouden over straatgeweld. De lezing zal worden verzorgt door Patrick Baas, auteur van o.a. het boek “Straatwijs, de harde realiteit van het straatvechten”.  De lezing is gebaseerd op het gelijknamige boek dat later in Amerika werd vertaald en gepubliceerd (Street Smart). Het boek werd tevens in de bibliotheek opgenomen van de Amsterdamse universiteit op de afdeling criminologie. Inmiddels wordt er gewerkt aan deel 2 die medio juni 2019 wordt verwacht.

De lezing werpt een licht op de ontwikkeling en voorbodes van straatgeweld. Over hoe straatcriminelen en geweldplegers te werk gaan en hoe je jezelf er tegen kunt bewapenen. Welke tactieken gebruiken zij. Waaraan herken je de ‘vriendelijke’ benadering. Hoe serieus neem je dreigementen? En waarom werd nu uitgerekend jij uitgekozen tot doelwit. Hoe vlucht je, wie zijn je mogelijke bondgenoten en wie je mogelijke vijanden? Valt er verbaal nog winst te behalen? En zo niet, hoe effectief zijn de talloze vechtsporten in verhouding tot de realiteit. Straatwijs is een lezing waarbij mythes en fabeltjes worden ontkracht.

Beschik jij over de mind-set en inzichten om serieus straatgeweld het hoofd te bieden? Grijp nu je kans en test je kennis tijdens deze lezing onder begeleiding van een ervaringsdeskundige zelfverdedigingsinstructeur en vechtkunstmeester.

€ 10,00 p.p. Reserveer tijdig want vol = vol. Meld je aan via info@samlung.nl of bel: 06-14633566.

De lezing wordt gehouden van 19.00-22.00 uur. De zaal gaat om 18.30 uur open.

Share Button

Outdoor Systema & Krav Maga clinic met Patrick Baas – 2 juni 2019

Op zondag 2 juni 2019 zal er een OUT-DOOR SYSTEMA & KRAV MAGA CLINIC in de bossen plaatsvinden onder leiding van Patrick Baas. De clinic zal plaatsvinden op Herperduinen in Herpen (Noord-Brabant). Tijdens de training zullen diverse aspecten behandeld worden die tijdens de lessen moeilijk behandeld kunnen worden. Denk daarbij aan militairistische trainingsmethodes zoals:

    • Leren vechten in het water
    • Trainen in heuvelachtig gebied
    • Leren vechten in bosrijk gebied
    • Groepsgevechten
    • Eenvoudige survivaltechnieken
    • Trainen met pioniersscheppen
    • Mes- en pioniersschepwerpen
    • Trainen met de Kozakkenzweep
    • Teamwork
    • En diverse andere activiteiten.

schep_opv_1046632_1_1
Het gaat om een ochtendtraining van 09.00-13.00 uur (4 uur training). Alle trainingswapens en trainingen zullen door ons persoonlijk worden verzorgd.  *Ontbijt en lunch zijn niet inbegrepen.
Verzamelplaats: de parkeerplaats aan de bosrand van de Schaijkseweg.

 IEDEREEN VANAF 13 JAAR IS WELKOM, DUS OOK INTRODUCEES! (vooraf aanmelden verplicht)

In verband met de tijd en de materialen vragen wij een kleine vergoeding van € 15,00 per deelnemer. De training zal worden afgesloten met een certificaat van deelname. Mocht je je willen inschrijven dan kan dat door je aan te melden via info@samlung.nl of app/sms naar tel.: 06-14633566.

Met vriendelijke groet en hopelijk tot de 2e juni!

Patrick Baas
SAM LUNG MARTIAL ARTS
www.samlung.nl

Share Button