Categorie archief: Martial Arts & Filosofie

“Hij was een echte samoerai”

Het is tegenwoordig een steeds vaker voorkomende uitspraak op begrafenissen en crematies om een vechtsporter, -meester of -grootmeester een laatste eer mee te bewijzen. Een fraai compliment zou men denken. Maar is het wel zo gepast om een dergelijk compliment te pas en te onpas de ether in te spuien? Persoonlijk ben ik daar helemaal niet zo’n voorstander van en de reden daarvan ga ik in deze blog verduidelijken en (hopelijk) bespreekbaar maken.

Laten we de betekenis van het woord samoerai eens goed onder de loep nemen. Samoerai betekent letterlijk vertaald: ‘hij die dient’. En dit heilige woord(!) dienen werd door de samoerai zeer letterlijk als iets onvoorwaardelijks beschouwd. Hij was te allen tijde bereid om zijn eigen leven zonder enige aarzeling op te offeren voor deze opperste waarheid die hem van kinds af aan was bijgebracht. Om in zo’n mindset te kunnen functioneren is het afleren van alle vormen van zelfzuchtigheid een absolute must! Sterven tijdens het dienen was immers de hoogst haalbare eer voor deze krijgerskaste en dus diende zij te leven alsof er geen ‘zelf’ was. Dit zelfde fenomeen zien we in de natuur terug bij een mieren- of wespennest. Iedereen dient zonder vragen te stellen. Haal de koningin eruit en men werkt door. Dood de koningin en het hele nest stopt per direct met alle activiteiten. De samoerai werden dan ronin (samoerai zonder leenheer).

Hagakure en de zeven deugden van Bushido

Om de samoerai tijdens het dienen te begeleiden leefden zij volgens de code van bushido, ofwel de leefcodes die werden opgetekend in het boek Hagakure (letterlijk vertaald: Verborgen onder bladeren) van Yamamoto Tsunetomo. Het boek werd geschreven tussen 1709 en 1716. De code kende zeven deugden die als gedragshoofdregels werden beschouwd, te noemen:

  1. Gi = Integriteit
  2. Rei = Respect
  3. Yu = Moed
  4. Meiyo = Eer
  5. Jin = Medeleven, barmhartigheid
  6. Makoto = Eerlijkheid
  7. Chu = Loyaliteit

De weg van de samoerai is de weg van de dood

In de Hagakure wordt zelfverzaking hoog aangeschreven en dit is ook niet zo verwonderlijk, want wie onvoorwaardelijk wilde kunnen dienen was, zoals zojuist vermeld, onvermijdelijk genoodzaakt zijn eigen ego en dus het bewustzijn van het eigen ik, volledig weg te cijferen. De vraag is of zulke mensen nog wel bestaan. Mensen die zichzelf niet zo heel belangrijk achten en veel meer voldoening halen uit het onvoorwaardelijk dienen van anderen, zelfs al gaat dit ten kosten van henzelf.

Gelukkig weten we allemaal dat zulke mensen nog bestaan, maar ze lijken zeldzamer geworden dan ooit tevoren. Want wie vandaag de dag naar de krijgskunsten kijkt ziet dat velen hun veel te grote ego’s laten prevaleren. Zij overtreden daarbij stelselmatig de al veel eenvoudigere budoleer. Dit fenomeen neemt regelmatig aandoenlijke vormen aan want voor niets zeggende hoge dangraden, diploma’s en titels zijn veel zogenaamde budoka of budomeesters bereid om over lijken te gaan. Jaloezie en afgunst voeren daarbij vaak de boventoon. Velen verlaten genadeloos hun meester of grootmeester omdat een ander hen (uit eigenbelang) een snellere promotie belooft heeft. Pure blindheid. Sommige sensei lichten zelfs probleemloos hun leerlingen op. Weer anderen ruilen onverschillig hun loyale vrouw en kinderen in voor het gezelschap van een knappere jonge dame. En zo zijn er ook die schaamteloos met valse(!) graduaties en titels leven omdat deze leugens hen beter dienen dan de waarheid, zelfs wanneer anderen daardoor ernstig worden gedupeerd door hun gebrek aan gedegen kennis. Desondanks zien we het woord bushido overal terugkeren, op banieren aan wanden in dojo, bij lichaamstatoeages (wat tegen het samoerai zijn in druist want alleen yakuza, ofwel criminelen, waren getatoeëerd) en bovenalles glijd de inmiddels trendy term over de tongen van velen. Maar wat heeft dit alles voor waarde als men niet tot de kern van het begrip kan komen?

Nu is dat natuurlijk een ieder zijn eigen zaak, want een ieder is vrij om te gaan en staan waar hij maar wil en te denken en te doen waar hij zin in heeft. Ook kennen we van veel vervelende besluiten de achtergrond niet en dus moeten we altijd voorzichtig blijven in onze oordelen. Maar in veel gevallen kunnen we er ook gewoonweg niet omheen en dienen we ons wat bewuster te zijn van onze woordkeuze voordat we zo iemand een samoerai gaan noemen! Een beschaming waar duizenden echte samoerai zich in zo’n geval in hun graf bij om zouden draaien!

Seppuku, ofwel de rituele zelfdoding van de samoerai, omvatte een uitgebreid ritueel waarbij de samoerai zijn eigen buik van links naar rechts openreet met zijn kortzwaard (wakizashi). Achter hem stond de kaishaku-nin, ofwel de secondant die een snel einde zou maken aan het leed door onthoofding. Dit betrof bij voorkeur een goede vriend of een naaste familielid.

Egocentrische handelingen en besluiten staan namelijk geheel haaks op de Japanse bushido-leer. Want een ware samoeraikrijger zou nog liever seppuku (rituele zelfdoding, ook wel bekend als harakiri) plegen dan dat hij zijn naasten zou verraden, bedriegen, af zou vallen of in de steek zou laten. Om deze redenen zou bushido, zelfs vandaag de dag nog, als een boegbeeld kunnen dienen van ‘zij die (werkelijk) dienen’ ofwel mensen met een zuivere spirit, levend voor de belangen van anderen in plaats van zichzelf. Want in plaats van onze eigen belangen zoals ego, trots en status naar de voorgrond te drukken, zou iedere “moderne” samoerai er eveneens genoegen in moeten vinden om anderen op handen te dragen en op weg te helpen. Vormen van eerbetoon zou een moderne samoerai, net als de historische samoerai, zoveel mogelijk dienen te vermijden aangezien deze de nederigheid kan ondermijnen. Een fraai voorbeeld daarvan is de bescheiden, behulpzame maar tegelijk krachtige levenshouding van Mr. Miyagi in de speelfilm ‘The Karate Kid’ uit 1984, geregisseerd door John G. Avildsen.

Geen keuzepalet maar een intrinsieke manier van ‘zijn’

Diezelfde intrinsieke mentaliteitsverschillen zien we vandaag de dag nog steeds levendig terug in het het moderne Japan en Nederland. Want wanneer we naar het westen kijken dan zien we bijvoorbeeld dat goede werkgevers regelmatig aan de kant worden geschoven omdat er elders een paar stuivers meer geboden wordt. Egoïstische werkgevers ontslaan regelmatig personeelsleden om zelf een paar grijpstuivers meer over te houden. Fenomenen die tot op de dag van vandaag in Japan volslagen ondenkbaar zijn. In Japan gaan werkgevers nagenoeg iedere dag met hun werk uit eten en plegen nog steeds bijzonder veel Japanse zakenmensen suïcide wanneer zij failliet gaan. Het is niet de schaamte van het verlies van hun eigen status die hen hier zozeer toe beweegt, maar de schaamte om hun personeelsleden en hun gezinnen met dit slechte nieuws (en de voor hen daaruit voortvloeiende economische gevolgen) te moeten confronteren. Zij zien dit als een ‘falen in het dienen van zij die hen dienen’. De ultieme vorm van loyaliteit, respect, integriteit en medeleven.

“Weten en doen zijn één en hetzelfde” *
(*met andere woorden; wie hier niet naar handelt weet niet!)

– Samoerai gezegde –

Ook is het voor Japanners heel normaal om een leven lang bij één en dezelfde baas te werken. Iets dat we hier in het westen nog maar zelden tegenkomen. Tijdens financiële crisisperiodes is het in Japan heel normaal om zakenmensen met hun koffertjes de hele dag in het park te zien zitten. Uit schaamte weigeren zij bij hun buren de indruk te wekken dat zij geen werk meer hebben (lees: niet langer hun werknemer en dus gezin kunnen dienen) en dus verlaten zij op tijd hun huis en keren zij keurig op tijd terug. Men zou dan kunnen spreken van een soort van ‘moderne ronin’. Als het gaat om huwelijken dan geldt voor veruit de meeste Japanners nog steeds eenzelfde code: Je laat elkaar op geen enkele manier vallen. Nooit!

Verkleuring door het romantiseren van de realiteit

De beeldvorming die wij van de samoerai hebben is hoofdzakelijk afkomstig van speelfilms. Maar is dit beeld wel zo realistisch? Om hier een kritische blik op te werpen zouden we als eerste dienen te beseffen dat het witte doek altijd de zaken dusdanig belicht zodat die ons als kijkers het beste zullen bevallen. Een actieheld dringt een gebouw binnen en dood alle bewakers alvorens hij de kwaadaardige personage in de film dood. Hartstikke leuk om naar te kijken. Maar niemand zou zo bij de films smullen als we per gedode bewaker(!) ook uitgebreide filmbeelden te zien zouden krijgen van zijn hevig geëmotioneerde familieleden op zijn uitvaart. De film zou er niet beter op worden en de lol zou er vanzelfsprekend al snel vanaf zijn. Toch was dat wel de achter-de-schermen-realiteit waarmee de feodale krijgers leefden, evenals de trauma’s die daarmee gepaard gingen. PTSS (post traumatische stress stoornissen) mag dan wel een moderne term zijn, maar omdat het toen nog niet benoemd werd wil dat natuurlijk niet zeggen dat het nog niet bestond. De mens is immers nooit echt veranderd.

“Katte kabuto no o wo shimeyo”
(letterlijk vertaald: “trek na de overwinning de riem van je helm aan”, vrijelijk vertaald: “wees voorbereid op wat er nog komen gaat”).

– Samoerai gezegde –

Een actiescene uit de speelfim “13 Assassins”.

Een ieder van hen had een gezin. Een ieder van hen was zijn leven nooit zeker. Een ieder van hen leefde met de menselijke zorg hoe het zijn gezin zou vergaan als hij er niet meer zou zijn. Wie zou er dan voor hen zorgen? Een ieder van hen verzonk regelmatig in gedachten met het idee dat wanneer de dood voor hen zou komen, zij hun kinderen nooit meer zouden zien opgroeien, zien trouwen, kinderen zien krijgen. En hoe zou het hun geliefde vrouw vergaan. Zou zij de diepe armoede met de kinderen het hoofd weten te bieden? De samoerai verdiende namelijk niet zo heel veel. Wat zou er van hen terecht komen? En wie nu zegt: “Daar hadden ze geleerd mee om te gaan” heeft echt teveel geromantiseerde samoeraifilms gekeken. Want Yamamoto Tsunetomo, de schrijver van de Hagakure, schreef hier namelijk uitvoerig over en erkende de zorgen van deze krijgerskaste. Ook getuigd het boek van samoerai die dit intrinsieke leed door onzekerheden niet langer de baas waren, waarop zij deserteerden en samen met hun gezinnen op de vlucht sloegen. Een hele natuurlijke reactie omdat Moeder Natuur ons van nature de bushido-code ijzersterk richting ons gezin oplegt. Diep genesteld in ons hele systeem, ons wezen. De rest is immers aangeleerd gedrag en werd/wordt cultureel bepaald.

Auteur en interventiespecialist Ellis Amdur scheef hierover het volgende:  

“Deze krijgers werden ook geplaagd door de zoete geur van brandende kinderlijken, door het gepruttel van hun lichaamsvet, door de explosies van schedels omdat het vocht in hun hersenen zich in stoom omzette. Veel mensen schijnen te vergeten dat de waarden van deze krijgers, hoe bewonderenswaardig ook, verkregen werden tegen een verschrikkelijke prijs. Het slachtveld stonk naar bloed en stront en gonsde van het gezoem van vliegen. Het is niet zo dat we alleen maar met onze zegevierende voorouders dansen. Voorouders die charismatische en fascinerende krijgskunsttradities creëerden. We dansen ook met de doden van die tradities. We dansen op altaren van botten en meren van bloed. Onze muziek bestaat niet alleen uit glorieuze overwinningshorens. Het is het geschreeuw van de gewonden, het gekrijs van kinderen, het gekraak van schedels onder hun voeten, Natuurlijk zijn waarden als moed en zelfopoffering zeer bewonderenswaardig. Maar persoonlijk zou ik iemand niet zo snel een krijger willen noemen”. 

Het “geweldsmonopolie” van het kirisute gomen recht

Wat eveneens vaak onderbelicht blijft is dat de samoerai over het verschrikkelijke recht van kirisute gomen (het recht om iemand neer te hakken) beschikten. Dat recht pasten velen te pas en te onpas toe zodra zij beledigd werden door een gewone burger. Dit leidde weleens tot complete slachtingen onder de weerloze bevolking. Wanneer een arme boer op een markt per ongeluk tegen de saya (schede) van een samoerai zijn katana (langzwaard) aan liep dan kon dit al leiden tot zijn dood. Ter plekke! Niet alle samoerai waren immers goed van harte en sommige hadden bij pech een laaghartige commandant. Geen van hen gaf om het lot van de arme boer die het wellicht al moeilijk genoeg had en onderweg was om zijn gezin te voeden.

De samoerai konden zich bij ieder verlies van hun zelfbeheersing beroepen op kirisute gomen, zolang het burgers betrof. Gebeurde dit bij een andere samoerai dan volgde er een onderzoek.

Niet iedere samoerai leefde immers de code van bushido na. Dat aspect zul je zelden in films terugzien maar ook dit mag niet vergeten worden. Uitzondering op de regel is de film ’13 Assassins’ (geregisseerd door Takashi Miike in 2010), gebaseerd op een waargebeurd verhaal over Lord Matsudaira Naritsugu (1820-1838), een zeer kwaadaardig sadistisch heerser die ondersteund wordt door zijn samoerai-leger. Ondanks dat de samoerai zijn handelswijze niet goedkeuren, kiezen zij er toch voor om zelf niet na te denken maar gewoon instructies op te volgen, ofwel om onvoorwaardelijk te dienen. Een typisch voorbeeld van de keerzijde van de bushidomedaille! Totdat 13 samoeraikrijgers besluiten om hem te neutraliseren (vandaar de titel) en het volk te beschermen volgens bushido regel 5 en 6. Dit maakt immers het verschil tussen dwaze samoerai en moedige, eervolle samoerai (lees; bushido regel 3 en 4).

“Kalmte, niet techniek, is het teken van een volgroeide samoerai. Een samoerai zou zich nooit groots of arrogant voordoen”.

– Tsukahara Bokuden –
Beroemde Japanse zwaardvechter
(1489-1571)

Wanneer we het leger aan politieagenten (‘dienders’) op het Malieveld in Den Haag afgelopen zaterdag (21 juni 2020) aanschouwden, dan zagen we dat zij met waterkanonnen, knuppels en schilden de menigte verjoegen. Voor de harde aanpak van de hooligans kan de politie rekenen op een ieder zijn begrip. Maar velen magen zullen zich ongetwijfeld hebben omgedraaid bij het zien van de beelden waarop diezelfde politiemacht even hardhandig optrad tegen oude gepensioneerde mensen die zij doelbewust omver duwden en neersloegen. Ook hier werden klakkeloos instructies gevolgd zonder zelf eens serieus na te denken. Kun je je enigszins voorstellen dat zij dit men zwaarden zouden doen zoals in de tijd van de samoerai? En daarbij zelfs kinderen en honden niet zouden ontzien? Hoe romantisch zouden we dan nog tegen het beeld van die dienders aankijken? Beeld je eens in dat jouw ouders en kinderen hen voor de voeten zouden lopen. Een gedachte die best even de revue mag passeren. Eigenlijk is het oude kirisute gomen principe, zij het in veel ernstigere mate, vergelijkbaar met het hedendaagse geweldsmonopolie dat de staat bij de politiekorpsen heeft neergelegd. Bij goed gebruik ervan maakt het de burgers blij. Bij misbruik ervan is dat ontzettend ongepast. Dergelijke wettelijke bepalingen zijn slechts een verzinsel, een illusie van de mens dat nooit waterdicht is aangezien Moeder Natuur niet voor niets ieder mens van het vermogen tot geweldpleging heeft voorzien. Hierdoor werden er zowel in de geschiedenis als vandaag de dag wereldwijd nog regelmatig zogenaamde ‘geweldsgerechtigden’ gedood door burgers die geen genoegen namen/nemen met zulke vormen van machtsmisbruik. Overleven krijgt bij ieder wezen immers voorrang op overgeven. Het enige verschil zit hem in het daarop volgende vervolgingsproces.

De Guardian Angels en de Zeven Samoerai

In de jaren ’70 van de vorige eeuw waren de New Yorkse metrolijnen op hun gevaarlijkst. Mishandelingen, berovingen, moorden, diefstallen, bendegeweld en verkrachtingen waren er aan de orde van de dag. Een speelfilm die daar een impressie van geeft is de speelfilm “The Warriors” uit 1979 van regisseur Walter Hill. De politie stond machteloos en in sommige wijken lagen vermoorde mensen soms dagenlang op straat alvorens deze werden opgehaald. De politie durfde er letterlijk de wijken niet meer in. In datzelfde jaar stond er een New Yorker op die vond dat de stad beter verdiende dan dit. Curtis Sliwa, een vechtsporter, richtte een burgerwacht op waarmee hij zijn stad veiliger wilde gaan maken. Hun motto werd: “Dare to Care” (letterlijk vertaald; “durf zorg te dragen”).

Inmiddels is de Guardian Angels een geweldig fenomeen dat zich inmiddels in 13 landen is gaan manifesteren. Op de bovenstaande foto zijn de Guardian Angels van Londen te zien.

Samen met een groep vechtsporters bewaakte zij de perrons en de metro en grepen zij, standaard ongewapend, in bij het zien van criminaliteit. Zij voerde daarbij burgerarresten uit en werden graag geziene helden in het New Yorkse straatbeeld, altijd herkenbaar aan hun vuurrode baretten. Naast patrouilleren hielden en houden zij zich bezig met het verstrekken van voorlichtingen aan kinderen en ouderen, gaven en geven zij gratis martial arts lessen voor de minder bedeelden en verrichten zij veel vrijwilligerswerk door middel van voedsel- en kledinginzamelingsacties, tot aan boodschappen doen voor ouderen en hen helpen oversteken in het verkeer.

“Denk lichtzinnig over jezelf,
maar diepzinnig over de wereld”

– Myamoto Musashi –
Japans beroemdste zwaardvechter
(1584-1645)

Wanneer we de film ‘Zeven samoerai’ uit 1954 van filmregisseur Akira Kurosawa bekijken dan zien we een fraaie gelijkenis met de Guardian Angels, namelijk een groep van zeven samoerai die besluiten om eigenhandig een dorp te beschermen tegen een beruchte roversbende. Als we het dan toch over “moderne samoerai” hebben, dan vind ik dat deze vechtsporters, die zowel de moraal van zowel budo als bushido (ja, er is wel degelijk een verschil) ten volste naleven, veruit het meeste recht op zo’n benoeming hebben. Zij zetten zich naar eer en geweten belangeloos in voor de maatschappij en cijferen zichzelf daarbij volledig weg, met alle risico’s van dien. Er valt hen namelijk weinig eer ten dele en dat terwijl zij in de afgelopen 41 jaar heel wat geweld hebben meegemaakt; in 2000 werd zelfs één van hun leden voor de deur van zijn huis doorgeschoten in Oakwood.

Tot slot

Toen ik ooit met iemand sprak over de legendarische 47 Ronin, een ultiem verhaal over onvoorwaardelijke loyaliteit dat zich in de late geschiedenis van Japan voltrok, schreeuwde hij het uit: “Dat waren in mijn ogen geen ronin, maar samoerai, zo noem ik ze ook altijd. Samoerai!!!” Voor mij was dit een teken dat deze persoon niet echt wist waar hij over sprak. Want het is juist het verhaal van 47 ronin dat het zo’n hoogst fascinerend verhaal maakt. Waren het 47 samoerai geweest dan was het slechts een incident in de geschiedenis geweest zoals er zovelen waren. Opvallend in dit zelfde gesprek was ook dat deze persoon een mij bekende Nederlandse meester afviel en belachelijk maakte. Dit terwijl deze meester in mijn ogen veel kenmerken van een samoerai vertoonde, waaronder het feit dat hij zijn doodzieke vrouw jarenlang, dag en nacht, ondersteunde en verzorgde tot hij haar eervol naar haar laatste rustplaats had begeleid. Zulke handelingen zeggen bijzonder veel, al dan niet alles over een persoon.

De graven van de 47 ronin bij de Sengakuji-tempel in Tokio die ik in 2010 bezocht.

Ook is mij een verhaal ter oren gekomen van een Nederlandse grootmeester die eveneens op zijn begrafenis als “een ware samoerai” werd afgeschilderd terwijl deze man meer drank, tabak en vrouwen had verslonden dan een normaal mens aan zou kunnen; en dat alles ten koste van zijn verscheidene huwelijken en zijn nazaat. Nog een andere bekende grootmeester werd na zijn dood eveneens door velen vereerd met de uitspraak “hij was een ware samoerai in hart en nieren”. Dat terwijl deze man gedurende zijn leven zijn eigen meester had verlaten en hem voortdurend intens bespot had. Ook verliet hij zijn vrouw voor een ander en stond hij bekend om zijn talloze egoïstische acties waarbij hij stelselmatig zijn eer, ten koste van zijn talloze goedgelovige volgelingen, voorop stelde.

Vooropgesteld dat het menselijk is om gedurende je leven fouten te maken en ik als schrijver daar evenmin vrij van ben (wie wel?), durf ik met een gerust hart te wijzen naar mensen die systematisch negatieve patronen richting anderen ontwikkelen, vertegenwoordigen en daar gedurende hun leven aan vast bleven houden. Patronen die haaks staan op de levensstijl van de samoerai, op de Hagakure, op bushido en daarmee ook op de budo-leer. Vraag jezelf af hoeveel keren dergelijke personen in het feodale tijdperk al seppuku hadden moeten plegen voor hun oneervolle, onloyale, verraderlijke gedrag. Vraag jezelf eens af of een persoon die zo verschrikkelijk met zichzelf en zijn eigen welzijn begaan is op enig moment bereid zou kunnen zijn om te voldoen aan een onzelfzuchtige actie zoals die van de legendarische 47 ronin. Het eenvoudige antwoord kan door een klein kind worden voorspeld.

“De weg van de krijger kent geen andere wegen.
Zodra je de weg leert begrijpen zul je het in alles terug gaan zien”


– Myamoto Musashi –
Japans beroemdste zwaardvechter
(1584-1645)

Iemand is wat hij is in zijn hele wezen, in zijn hele zijn. Niemand kan twee personen zijn. Je bent wat je doet. Niet iedere rups is geboren om een prachtige vlinder te worden. Ondanks dat ik deze tekst niet geschreven heb om te oordelen of te veroordelen, durf ik hardop te zeggen dat sommigen toch echt iets teveel eer wordt toebedeeld wanneer we hen ‘een echte samoerai’ gaan noemen. Vanzelfsprekend hoeft je vandaag de dag geen lid van de Guardian Angels te zijn om een samoerai te worden genoemd. Maar…

“Een persoon die een (vecht)kunst beoefent
is een kunstenaar en geen samoerai.
Een persoon zou wél de intentie moeten hebben
om een samoerai genoemd te worden”.

– Yamamoto Tsunetomo –
Auteur van de Hagakure, de code van Bushido
1659-1719

Pas wanneer iemand de grenzeloze eer, eerlijkheid en loyaliteit van de 47 ronin als zijn onwrikbare levenspatroon weet te belichamen, zij het gewoon op microschaal binnen zijn eigen familie- en leerlingenkring, pas dan ben ik bereid om in zo’n uitspraak op iemands begrafenis of crematie volmondig mee te gaan. En niet omwille van een schaamteloze nieuwe trend. Want zoals we weten gaat iedere mirco-actie aan iedere macro-reactie vooraf en bepaalt de optelsom van al onze acties het uiteindelijke geheel. Zo ook, of misschien wel juist, voor de generaties die na ons volgen.

Patrick Baas
Kyoshi, 7e dan.

Share Button

Commerciële scholen en de kleine, mythologische superclubs

Als instructeur ben ik mijn hele leven actief in de martial arts en geef ik al vanaf mijn 17e jaar les. In zo’n lange tijd heb je natuurlijk al redelijk wat stellingen de revue zien passeren. Eén daarvan, die mijn inziens doordrongen is van hardnekkige misvattingen, is de mythe over commerciële en kleinschalig aangepakte sportscholen. Wanneer dit onderwerp ter sprake komt vliegen de vooroordelen je om de oren. Deze vooroordelen komen doorgaans het meest vanuit de hoek van leerlingen en leraren die voor de kleinschalig aanpak gaan. Ik besloot daarop mijn eerstvolgende blog hier aan te wijden.

Maar om een goed beeld van mijn visie te creëren en mythes en vooroordelen te ontkrachtigen, dien ik wel even terug te gaan in de geschiedenis. Want waarom zweert de ene leraar en zijn leerlingen bij en kleinschalige aanpak, terwijl de andere liever voor een grootsere aanpak kiest? Volgens de vooroordelen zijn de redenen overduidelijk; martial arts leraren die voor de grote aanpak gaan hebben alleen maar dollartekens in hun ogen en geen integer, persoonlijk oog voor de leerlingen. Leerlingen zijn slechts ‘klanten’ en worden als een nummertje behandeld. Daarentegen is er bij de kleinschalige aanpak nog echt oog voor de individuele aandacht, de authentieke meester-leerling relatie. Om maar niet te spreken over het conserveren van de authentieke stijl die van meester op leerling wordt overgedragen… al eeuwen lang. Dat zou niet samengaan met commercie.

Over onderdrukking, volksdansen en beheersing

Wanneer we naar de geschiedenis kijken dan zien we dat de martial arts beoefening in veel landen strikt verboden was voor burgers. De allerbekendste voorbeelden daarvan zijn wel capoeira (Brazilië) en pencak silat (Nederlands-Indië / Indonesië). In beiden gevallen was er sprake van slavernij en onderdrukking en de kolonisten elimineerde daarbij vanzelfsprekend ieder risico op een gewelddadig verzet. De reden waarom beiden stijlen ‘verhuld’ werden in een dansvorm. Hetzelfde gold echter ook voor het Thaise muay boran dat in de Khon-dans werd verhuld en het Chinese kung fu dat in de opera werd verstopt. Voor karate gold precies hetzelfde. De kata (loopvormen) dienden als ‘onzichtbare tekstboeken’ die bij een onverwachte inval direct konden worden “dichtgeklapt”. Met andere woorden: De beoefenaars konden in een split second de handeling voortzetten in de traditionele lokale volksdans. Erg vernuftig en ook strikt noodzakelijk dus want de straffen waren niet mild. Sommige geschiedenisboeken spreken over zware lijfstraffen met de dood tot gevolg!

Ondanks dat we inmiddels in een heel andere tijd leven, hebben veel van de inmiddels oude meesters zelf nog les gehad van mensen die die verschrikkelijk angstige koloniale tijd hebben meegemaakt. Het is als vanzelfsprekend dus dat de repatriantengolf uit Indonesië hoofdzakelijk pencak silat leraren met zich meebracht die het pencak silat spel (zoals zij het vaak noemen) enkel en alleen bij hun thuis in de woonkamer, in de tuin, de kelder of op zolder wilden ‘spelen’. Daarbij werden alleen familieleden en heel soms een enkele goede vriend toegelaten. Wie het boek van Mark Bischop over Okinawaans karate gelezen heeft weet dat veel Okinawaanse meesters, die jarenlang ’s nachts in het geheim in de bossen hadden getraind, er na de dekolonisatie er niet aan moesten denken om een school te openen. Het idee dat zij dan ‘iedereen’ moesten toelaten en lesgeven deed hen huiveren. En terecht…. want als we logisch nadenken was daar een gegronde reden voor.

Geen enkel risico was geoorloofd

Ten tijden waarin men – niet zelden met het hele gezin – de doodstraf riskeerde voor het beoefenen van en lesgeven in de martial arts, ontstond er vanzelfsprekend veel angst. De kata en jurus (loopvormen) werden dan ook niet alleen gebruikt als ‘onzichtbaar tekstboek’ maar ook om het geduld van de beoefenaars op de proef te stellen. Want ondanks dat men de de vechtkunst hoofdzakelijk en exclusief onderwees aan directe familie en goede vrienden, wist iedere meester dat dat geen garantie was dat zij niet ontdekt konden worden. Ieder schip brengt ratten met zich mee en iedere fruitmand bevat wel een of meerdere rotte appels. De jarenlange, eentonige beoefening van kata en jurus, waarbij (nog) geen inhoudelijke uitleg werd gegeven, scheidde als een soort van geduldtrainer het kaft van het koren. Naast de noodzakelijke opbouw van muscle memory, zorgde deze aanpak er namelijk voor dat de ongeduldige onder de leerlingen afhaakten. Een prachtig voorbeeld daarvan zien we in The Karate Kid (1984) waarin Daniël LaRusso het bijltje er bij neergooit nadat hij dagenlang alleen maar rotklusjes heeft moeten opknappen voor Mr. Miyagi. Waarom zo’n omslachtige aanpak?

Er zijn verhalen bekend van Okinawanen die door de Japanse bezetters levend werden gekookt in olie.

Personen met een ongeduldig karakter hebben doorgaans eerder de neiging gepikeerd te raken en hun zelfbeheersing te verliezen. Een vechtpartij zou er in resulteren dat getuigen de vaardigheden zouden herkennen en er over zouden gaan praten. Dit bracht het risico met zich mee dat dit bij de autoriteiten ter oren zou komen. Daarentegen zou een martial arts leraar een risico nemen wanneer hij tegen een van zijn familieleden, of vrienden van deze familieleden, zou zeggen dat hij niet welkom zou zijn bij de training in verband met zijn onstuimige, ongeduldige karakter. Het risico zou dan ontstaan dat zo iemand uit ergernis kwaad zou gaan spreken over de meester wat eveneens weer bij de autoriteiten ter oren zou kunnen komen. Om deze eenvoudige redenen was kleinschaligheid een strikte noodzaak. Het overleven van de meester, zijn gezin en zijn familie, hing er letterlijk van af.

Martial arts beoefening in de 21e eeuw

Inmiddels leven we in de 21e eeuw en zijn vechtsportscholen en -verenigingen in vrijwel iedere stad en dorp te vinden. De doodstraf is in Nederland al sinds 1870 niet meer in gebruik, al hebben de Indo’s in Nederlands-Indië natuurlijk nog anders meegemaakt. Indonesië heeft de doodstraf ook na het vertrek van de Nederlanders in 1949 nooit afgeschaft. Toch waren het vooral de Indo’s die in de jaren ’60 voor het eerst langzaam maar zeker besefte dat er best wel ruimte was om in de openbaarheid te treden met hun kunsten. Sommige van hen verdienden een arbeidersloon en zagen in dat zij er misschien wel een extra aanvullend bedrag per maand bij konden verdienen voor hun gezinnen. En zo werden de eerste grasveldjes in parken bezet en gemeentelijke gymzaaltjes gehuurd. Enkele van deze pioniers hebben zelfs complete ketens door Nederland op weten te zetten. Zij zaaiden als allereerste pioniers als het ware de zaden van de vruchten die wij vandaag de dag mogen plukken. Maar omdat de meeste zich doorgaans nog vaak afzijdig hielden van samenwerking met andere stijlen en scholen, was er voor veel leerlingen nog maar weinig vergelijkingsmateriaal. En zo werd iedere leraar binnen zijn eigen kringen een levende legende en werd gezien als ‘de allerbeste topmeester van de bovenste plank’. Maar hier geldt natuurlijk slechts het Nederlandse gezegde: “In het land der blinden is eenoog koning”.

De opkomst van grote commerciële sportscholen

Met de groei van de populariteit van de martial arts, mede door de eerste speelfims op dit gebied, werden de groepen steeds groter en begonnen sommige leraren het steeds professioneler aan te pakken. Zij huurde of kochten een vaste lokatie en maakten er zelfs hun beroep van. In de jaren ’70 betekende dit voor de meeste van hen nog geen vetpot maar daar kwam in de jaren ’80 verandering in. De eerste gigantisch grote sportscholen met vele honderden leden begonnen aan hun opmars. De leraren verdienden soms goud geld met hun bestaan en door de kennis en ontwikkelingen op dit vlak is het aantal grote succesvolle vechtsportscholen sindsdien alleen maar toegenomen. Een eenvoudig staaltje marktwerking.

Aversie vanuit de hoek van de kleinere clubs

Met de komst van dergelijke grootmachten op het toneel ontstond er tegelijkertijd veel aversie bij andere leraren. Wie binnen de pencak silat wereld een bekende is weet dat er onder de oude Indische garde altijd al veel afkeurende blikken en woorden in elkaars richting zijn geuit. Er werd veel negatief gesproken over elkaars aanpak en een ieder wist en weet het beter. Kleine scholen zouden, zoals eerder vermeld, meer aandacht voor het individu hebben en voor het conserveren van de traditionele authentieke stijl die men uit Nederlands-Indië, ofwel het huidige Indonesië, had meegenomen. Veel kennis diende strikt geheim te blijven en dus werden veel zaken langdurig in mysterie gehuld. Wie dergelijke ‘geheimen’ openbaarde hoorde er niet meer bij en werd als een paria behandeld. Bij sommige “mysterieuze” clubjes heerst die cultuur vandaag de dag nog steeds.

De 21e eeuw en de effecten van internet

Wat echter niemand van de oude meesters ooit had kunnen voorzien was de komst van het wereldwijde web, ofwel internet. Alle kleine, afzonderlijke en afgesloten martial arts cellen kwamen door de enorme publiekelijke kennisdeling plotseling onder een vergrootglas te liggen. Het was een ware exposure! Als een stoeptegel die je optilt en ziet hoe de insecten eronder een snelle vluchtroute nemen, zo wisten sommige martial arts leraren niet meer welke kant zij op moesten rennen. Had die leraar in Japan bij die ene legende getraind? Hier stond toch echt wat anders! Was die leraar de authentieke vertegenwoordiger van die ene pencak silat stijl? In Indonesië beweerden ze toch echt wat anders. Was die ene stijl authentiek en aan het keizerlijk paleis verbonden? Hier stond toch echt wat anders… Niets zou meer zijn zoals het was. Internet had de wereld voorgoed veranderd en niemand kon zich nog langer schuilen achter geheimzinnigheid en grote ontraceerbare verhalen.

“Leraren die hun leerlingen vertellen over ‘geheime technieken’ zijn als ouders die hun kinderen een geel blaadje geven en zeggen dat het een goudstuk is”.

– Bruce Lee –
(1941-1973)

Zijn commerciële scholen echt zo slecht?

Na een leven lang in de martial arts te vertoeven durf ik zéér stellig het tegenovergestelde te beweren. Ik heb jarenlang aan beide kanten van de stelling “commercieel of niet-commercieel lesgeven gestaan en kan daardoor een zeer objectieve en eerlijke mening geven over mijn eigen persoonlijke ervaringen. Ook ik geloofde er om allerlei nostalgische redenen jarenlang in dat men de martial arts nooit op een commerciële manier zou mogen onderwijzen. Ik verwierp het idee van een grootschalige aanpak en gaf zelfs lange tijd les aan kleine clubjes bij mij op zolder en in de garage. The Old School Way. En wat bracht het me? Jarenlange ergernis en emotionele ellende. Want daar waar ik naast mijn full time baan de hele week in mijn hoofd concepten ontwikkelde om mijn beste leerlingen het beste van mijzelf te kunnen onderwijzen, bleken er op de avond van de les zeer regelmatig maar een paar van hen aanwezig te zijn. De ene keer was het de ene leerling, een andere keer een andere. Ook haakte van deze leerlingen regelmatig iemand af door andere verplichtingen zoals werkzaamheden, een verhuizing, een gezinsuitbreiding enzovoorts. Nu hoor ik iedereen denken: “Ja maar dat hou je toch altijd?” Dat klopt! Maar met de regelmatige afwezigheid van 5 leerlingen bij een “elite” clubje van 10, slaat de irritatie snel toe. Mijn motivatie sloeg dan ook regelmatig om en ik kan me de ontelbare keren niet meer herinneren dat ik er voorgoed mee wilde stoppen. Ik raakte herhaaldelijk gedemotiveerd en voelde me vaak niet serieus genomen terwijl men ook over mij sprak als ‘een geweldig meester’. Maar wat had ik daar aan? Ik had er een broertje dood aan! Ik verdiende er nagenoeg niets mee en legde er mijn hele ziel en zaligheid in, maar dat was niet het ergste want ik was immers niet commercieel, toch? Fout! Want wanneer er ook maar één gulden of euro werd of wordt verdient, dan spreekt men officieel van commercieel lesgeven! Een zeer ontnuchterende terugblik laat het volgende zien:

Een nieuw licht brengt een nieuwe visie met zich mee

In december 2006 kreeg ik de sleutel van het pand waarin ik mijn lang gekoesterde droom zou realiseren. Ik zou een grote commerciële school gaan openen. Erg spannend allemaal en natuurlijk niet geheel zonder financiële risico’s. We leven alweer in het jaar 2020 en denk nog regelmatig terug aan de talloze keren dat ik zowel leraren als leerlingen de commerciële scholen hoorde vervloeken. Vandaag de dag voel ik een oprecht medelijden met een ieder die nog steeds zulke onwerkelijke denkbeelden koestert. Want daar waar het 140 jaar geleden een bittere noodzaak was, is die denkwijze voor deze tijd te ernstig gedateerd om nog geloofwaardig over te kunnen komen. Je schuilt je niet langer achter een masker van geheimhouding in een tijdperk waarin het internet en social media floreert. Je vervloekt niemand langer door hem ‘commercieel’ te noemen terwijl je er zelf eveneens een vergoeding voor vraagt. Want dat een ander succesvoller is in het vergaren van een grotere hoeveelheid bijdragen, maakt immers dat je overkomt als iemand die jaloers is op andermans succes! Want wat is er mis mee om als je dan toch iets doet, het ook zo goed mogelijk te doen? Wat is er mis met veel geld verdienen zolang dit op een eerlijke manier geschiedt? Helemaal niets!

“Geld is niet de as van het kwaad. Armoede is de as van het kwaad. Een gebrek aan geld zorgt voor verslaving, geweld en ongeluk. Wanneer heb je voor het laatst gehoord dat iemand een bank overviel in een Rolls Royce?”

– Dan Lok –

Ook kijk ik naar ’s werelds beste topvechters en toptrainers ongeacht van welke martial arts stijl ze afkomstig zijn: Alle wereldtoppers blijken afkomstig te zijn uit grote commerciële vechtsportscholen en niet één uit een gymzaaltje. Talent trekt talent aan en kweekt talent. Talent genereert inkomsten en inkomsten genereren opties om de kwaliteiten binnen een school drastisch te verbeteren. Men kan hierdoor investeren in toptrainers, cursussen, seminars, diplomering van het personeel, betere trainingscondities en dus aan een betere opbouw en behoudt van het cliënteel bestand. De grotere scholen beschikken vaak over vele honderden leden. Wanneer er iedere avond een stuk of 6, of misschien zelfs wel 10 of 15 leerlingen niet op komen dagen, dan merkt de leraar daar niet zo heel veel van. Hij neemt het waar maar blijft intrinsiek gemotiveerd door de 15 of 20 leerlingen die wel aanwezig zijn. Zijn voorbereidingen zijn nooit voor niets geweest. In grote scholen is er ook vrijwel nooit een tekort aan deskundige assistenten die er op toezien dat nieuwkomers ruimschoots voldoende persoonlijke aandacht krijgen, zelfs wanneer er een aantal van hen niet komt opdagen. Bij een klein clubje komt echter al bij een absentie van 2 assistenten alles op de schouders van de leraar terecht. Sinds ik een grote school run hoef ik nooit meer moeizaam te sjouwen met volle tassen vol wapens en attributen, om vervolgens bij aankomst in de gymzaal te moeten constateren dat er door een voetbalwedstrijd maar 3 leerlingen staan. Alle wapens en attributen hangen en staan nu op een vaste plek en zelfs bij een WK voetbal is de dojo (zaal) nog steeds goed gevuld. Met de stijging van het aantal leden, en dus inkomsten, steeg mijn drang tot creativiteit en verruiming van het aanbod en verbetering van de trainingsomstandigheden en de kwaliteit van de lessen. Sinds de verruiming van het aanbod weet ik honderden mensen ‘op de door hen verkozen manier’ kennis te laten maken met de prachtige wereld van de zelfverdediging. Ik kan ouders een kop koffie aanbieden en door een raam laten meekijken zonder hen, zoals voorheen, weg te hoeven jagen aan de zijlijn. Die transparantie en gastvrijheid hoort bij deze tijd. Ouders hebben immers het volste recht om te weten wat ik of een van mijn instructeurs hun kinderen aanleer, alleen kan dit tegenwoordig zonder hen de les te laten verstoren.

Door de komst van internet zijn we ook gaan inzien dat er niet zo heel bar veel meer van al die ‘geheime technieken’ is overgebleven want op Youtube is alles immers in duizendvoud terug te vinden. Het is dan ook te gemakkelijk om jezelf af te zonderen met een select clubje “volgelingen” door je in een gymzaal te verstoppen en je een onverslaanbare legendarische meester te laten noemen.

Deze “legendarische tai chi meester” zou over geheime krachten beschikken en onverslaanbaar zijn. Hij nam de proef op de som. Een gevecht met een wedstrijdvechter leverde hem drie knock outs op in slechts 30 seconden. De realiteit is vaak keihard voor leraren en leerlingen die verkiezen om in een fabelachtige, sectarische luchtbel te trainen.

Er is heel wat meer lef voor nodig om in de openbaarheid te treden en jezelf en je kennis open te stellen voor het grote publiek, wetende dat er ook professionals binnen kunnen stappen die je weleens zouden kunnen bekritiseren of zelfs toetsen. Ik heb menig geheimzinnig clubje in een verstopte gymzaal horen beweren dat zij de heilige graal hadden gevonden en waarbij hun leraar als The God of War werd gezien. Ze zeikten zonder knikken of blozen de talloze grote kampioenen af maar waren tegelijkertijd niet bereid om zich met hen te meten. Hun excuus? ‘Zij leerden nog echt keihard te doden in plaats van sportvechten’. Wat mij betreft een gegronde reden om – los van wat de Nederlandse wetgeving daar van denkt – gewoon beter je mond dicht te houden. Talk is cheap. En nu ik het toch over dit type zelfbenoemde, ongecertificeerde “killer-elite” zonder enige oorlogservaring heb:

Een prachtverhaal van wereldtopper Bas Rutten:

UFC wereldkampioen Bas Rutten gaf ooit een seminar waarbij zo’n “geheimzinnig clubje” betweters kwam kijken. Bij iedere techniek die hij voordeed hoorde hij geroezemoes bij de leden die elkaar wat in het oor fluisterde. Hij bemerkte dat het niets positiefs was dus wachtte hij het volgende gefluister af.

UFC wereldkampioen Bas Rutten

Toen dat gebeurde zij hij: “Mag ik vragen wat u tegen uw leraar zei?” De dame zei: “Ik zei dat wij je bij die techniek allang onze vingers in je ogen zouden hebben gestoken”. De oersterke Bas nodigde de dame uit naar voren te komen. Hij legde de nekklem bij haar aan en zei: “Dat gaan we op de proef stellen. Ik tel tot drie en dan knijp ik jou bewusteloos. Jij mag bij de derde tel mijn ogen uitsteken. Komt ‘ie. Eén, twee….” plotseling klopte de dame in paniek af. Hij sloot af met de woorden: “Hadden jullie nu echt serieus de illusie dat ik dat niet aan zou zien komen? En hebben jullie echt de illusie dat een sportvechter, die normaal gesproken volgens de regels vecht, niet zonder die regels zou kunnen vechten?”.

Mijn intrinsieke motivatie om les te geven is sinds 2016 explosief en onvermoeibaar gegroeid en ik mix er gretig op los wanneer het aankomt op de vele verschillende “stijlen” die wij aanbieden. Want wie denkt dat MMA (Mixed Martial Arts) iets van deze tijd is heeft het mis: Van oudsher, sinds het begin der tijden, hebben krijgers alle kennis tot zich genomen om zich te kunnen verdedigen, wars van alle “authentieke”stijlen, kleuren banden en ander soort onnozele afleidingen. Het enige dat telde was overleven op de meest efficiënte manier

“Ik geloof niet in verschillende manieren van vechten. Tenzij er ook mensen met drie armen en drie benen bestaan zullen we verschillende stijlen nodig hebben, maar we hebben er allemaal maar twee van elk, dus hebben we maar één vechtstijl nodig”.

– Bruce Lee –
(1941-1972)

Niemand is immers gebaat bij technieken die in een museum thuishoren. Onze voorouders kunnen we niet meer beschermen, maar wel onze gezinnen in de hedendaagse maatschappij. En dat is precies wat ik vandaag de dag doe: Ik leef van mijn allergrootste hobby en werk ook nog eens volgens het oude budoprincipe, namelijk door met minimale inspanning een maximaal resultaat te behalen. En raad eens wat? Ik heb nog nooit zo’n goed leven gehad als nu. Letterlijk en figuurlijk! Mijn integriteit richting de leerlingen bezorgt mij al lang niet meer een gevoel van eenrichtingsverkeer. Het nieuwe tweerichtingsverkeer maakt mij als leraar een gelukkiger en gezelliger mens om mee rond te hangen dan voorheen.

Tot slot

Naast de hier boven genoemde visie besef ik uiteraard dat er ook honderden vechtsportsclubs zijn die fantastisch werk leveren in gymzaaltjes, op pleinen, in tuinen en op zolders. Dit schrijven slaat vanzelfsprekend niet op deze mensen (keep up the good work guys! Wie weet ligt er ook voor jullie ooit nog een prachtige eigen school in het verschiet). Het mag duidelijk zijn op welk type leraren en leerlingen ik hierboven mijn pijlen richt en wat mijn doelstelling is: Namelijk het ontkrachten van al die waardeloze, hardnekkige en onware aantijgingen richting de grotere commerciële sportscholen. En dat alles in het kader van incompetentie en zelfverheerlijking. Want zoals mijn oud-leraar Louis Pardoel altijd al bespottend zei: “Een ieder kan heilig worden verklaard in zijn eigen geloof”.

Patrick Baas
Kyoshi, 7e dan.

Share Button

Kintsukuroi en Ikigai; van fragiliteit tot levensdoel

‘Kintsukuroi’ (letterlijk vertaald: repareren met goud) is een oude Japanse techniek waarmee potten, schalen, vazen en kruiken worden gerepareerd. Dit gebeurt echter niet op de normale manier zoals wij deze in het westen kennen, namelijk door deze te lijmen. De Japanners maken bij een kintsukuroi-reparatie gebruik van goud of zilver in plaats van onzichtbare lijm. Daar waar wij proberen om de schade zo onzichtbaar mogelijk te maken, doen de Japanners juist veel moeite om de breukranden zichtbaar te vereeuwigen. Zij geloven namelijk dat wanneer iets of iemand schade heeft geleden en dus een historie heeft, dat datgene of diegene er juist mooier van wordt. Deze zienswijze komt een beetje overeen met de wijze waarop de Chinezen naar oude keramische theepotten kijken. Hoe ouder ze zijn en hoe meer ze geleden hebben, hoe meer waardering deze krijgen. De Chinezen koesteren dergelijke keramische potten, wetende dat het porselein door eeuwenlang gebruik van alle generaties voor hen, als vanzelfsprekend werd gepolijst door honderdduizenden lagen thee.

Ik herinner me bij die gedachten een oud boek met de titel “Krassen in het tafelblad”, van auteur Guus Kuijer. De auteur had namelijk in 1978 eenzelfde filosofie, vandaar de door hem gekozen titel. Hij doelde erop dat hij de tafel in zijn ouderlijk huis juist meer was gaan waarderen door alle krassen die zich in het tafelblad bevonden. Deze krassen herinnerde hem aan de 1001 activiteiten die generatie op generatie aan die tafel hadden plaatsgevonden zoals lach- en huilpartijen, feesten, genuttigde maaltijden, goede pedagogische of filosofische gesprekken enzovoorts. Iedere groef stond voor een herinneringswaardige gebeurtenis. De tafel was er dus naar zijn mening niet op achteruit maar op vooruit gegaan. De bekende Nederlandse zanger George Baker opperde ooit in een documentaire over zijn leven eenzelfde filosofie toen hij uitlegde waarom hij al sinds het begin van zijn succesvolle muzikale carriere in dezelfde, inmiddels ingedeukte en bekraste, auto rond was blijven rijden. Volgens de zanger bevatten ‘geleefde’ objecten een ziel die nieuwe objecten nog moeten verkrijgen. En eerlijk is eerlijk; wanneer ikzelf door een nieuwbouwwijk rijd besluipt mij eenzelfde gevoel: Die nieuwe huizen, die nieuwe straten, komen kil en zielloos op mij over. Iets dat zich door de jaren heen altijd weer vanzelf recht trekt. Maar daarvoor dient men er eerst geschiedenis te schrijven.

Melancholische onzin of waarheid?

Kintsukuroi is als reparatiekunst niet alleen een Japanse techniek maar dus juist ook een zienswijze en een levensbeschouwing. Het geeft een filosofische knipoog naar het menselijke leven dat eveneens vol leed, ervaring, schoonheid en groeiprocessen zit. Want ook de mens wordt immers gedurende zijn leven blootgesteld aan een 1001 situaties die zo hun krassen en littekens achterlaten. Sommige zichtbaar en weer andere onzichtbaar zoals pijnlijke herinneringen, trauma’s et cetera.

“Door schade en schande wordt men wijs” zegt een oud Nederlands gezegde. Maar is het vaak ook niet zo dat wijsheid een mens mooier maakt? (kunstobject van kunstenaar Page Bradley)

“Luid de bellen die nog steeds kunnen luiden.
Vergeet het gedachtegoed dat al wat je aanbied
perfect dient te zijn.
In alles zit wel een barst of een scheur.
Op deze wijze treed het licht binnen…”

Daarom dienen ‘littekens op je ziel’ ook bij de mens niet per definitie als iets negatiefs te worden beschouwd, ook al is dit in het algemeen wel de zienswijze die de meeste mensen gewend zijn. Niet alleen de leuke herinneringen hebben ons immers gemaakt tot wie we vandaag de dag zijn, maar ook juist de minder leuke! De sterkste planten en bomen in de natuur zijn doorgaans diegene die er het hardst voor hebben moeten knokken om te overleven. De bomen en planten die het gemakkelijkste bestaan lijden zijn vaak het eerste de dupe bij een krachtige storm. En ook dit is bij mens en dier niet zelden het geval. De ene is dingen soms meer gaan leren waarderen, als een tweede kans, terwijl de ander misschien vanuit een verwend standpunt wel alles voor lief is gaan nemen.

“Het is niet de sterkste van een soort die overleefd en ook niet de meest intelligente, maar diegene die zich het beste aanpast aan veranderingen”

– Charles Darwin –
(Biologisch wetenschapper)
1809-1882

Mensen die veel leed en verdriet hebben meegemaakt hebben zich emotioneel (dus intern) vaak noodgedwongen in allerlei bochten moeten wringen om zichzelf voor de buitenwereld in leven te houden. Dit geldt eveneens voor de plant of boom die dit ondergronds met zijn wortels doet om zich in de bovenwereld staande te houden. De sleutel tot succes is namelijk zeven keer vallen, acht keer opstaan. En zo maakt Moeder Natuur van iedere flater, van iedere huilbui, van iedere tegenslag een nieuwe traptrede naar de toren van succes: Vroegere zwakten vormen de gefundeerde krachten van het heden. De gouden lijnen van de breuken in porseleinen vazen en potten doen bij kintsukuroi ‘toevallig’ genoeg ook denken aan de wirwar van boomwortels die op hun beurt eveneens het doel hebben om een boom overeind te houden.  Toeval? Of een van de geheimen van Moeder Natuur om ons hiermee iets duidelijk te maken? Misschien had wetenschapper Albert Einstein (1879-1955) wel gelijk toen hij de woorden sprak: “Toeval is Gods manier om anoniem te blijven”.

Over bomen en kintsukuroi
Wanneer je een staak in een boom zou slaan groeit de boom, zolang hij er niet aan overlijd, vroeg of laat om zijn verwonding heen ondanks dat deze altijd een deel van de boom zal blijven. Hetzelfde geld voor jonge mensen. Wat voor een geestelijke verwonding zij ook oplopen; zolang zij er niet aan sterven groeien zij vroeg of laat om hun trauma heen dat voor altijd een deel (herinnering) van hen zal uitmaken. Zij leren er als het ware mee leven. Dit is één manier om met problemen om te gaan. Maar er is nog een andere metafoor die ik als optie wil laten zien.

Zo kun je met een mes in een jonge boom je naam kerven. Iets dat voor een kleine jonge boom best als een relatief grote verwonding mag worden beschouwd. Maar de boom groeit verder en lijkt niet bijzonder veel aandacht te schenken aan zijn grote litteken. Vele jaren na dato blijkt de kerving relatief klein te zijn geworden in verhouding tot de boom die inmiddels zelf een kolossale vorm heeft aangenomen. De boom is zijn oude verwonding als het ware overstegen. Voor de mens pakt dit vaak op een soortgelijke manier uit.

Een fiets dat door een jongetje in 1917 met een ketting aan deze boom werd achtergelaten.

Oorlogsveteranen spreken niet voor niets liever niet over hun verleden. Onderzoeken op universiteiten hebben aangetoond dat getraumatiseerde oorlogsveteranen, die standvastig niet langer aan hun verleden dachten, vele malen beter, gelukkiger en gezonder leefden dan zij die er telkens over bleven praten. Die laatste groep herbeleefde letterlijk en figuurlijk telkens weer alle pijn en verdriet waardoor zij aan het einde van de rit in een duizend oorlogen leken te hebben gevochten in plaats van één. De onderzoekers wilden hiermee niet beweren dat men er goed aan doet zijn trauma’s te negeren en te ontkennen (iets dat immers volslagen onmogelijk is), maar dat het doelbewust en standvastig negeren van iedere flashback en associatie met het verleden als een vorm van heilzame therapie kan worden gezien. De gelukkige veteranen bleken ook beter in staat te zijn om hun verleden te relativeren, zelfs wanneer zij zichzelf eveneens al dan niet noodgedwongen aan ernstig geweld schuldig hadden gemaakt of wanneer hen dit door de vijand was aangedaan. Leren relativeren is dan ook een zeer belangrijk stuk in de puzzel! Iets dat door de vele littekens en krassen door slachtoffers helaas vaak overzien wordt.

“Wanneer een volwassene zijn amandelen moet laten knippen besterft hij het daarna van de pijn. Kinderen lijken daarentegen een uur later al weer te kunnen spelen. En indien je nu denkt dat de pijnreceptoren van kinderen kleiner zijn dan die bij volwassenen dan heb je het mis: Kinderen hebben het gewoon ‘te druk’ met andere, vrolijkere zaken in het leven”.   

De kracht van ervaring en beleving

Trauma’s mogen uiteraard geenszins worden gebagatelliseerd. Dat nooit. Want wanneer men iets dat zweert bedekt alsof het er niet is, dan gaat dit vroeg of laat rotten en stinken. Men moet er “iets” mee doen, zelf wanneer men er “niets” mee lijkt te doen, zoals in het verhaal van de gelukkige veteranen. Ik moet hierbij denken aan een tweetal krachtige gezegdes die mij door de jaren heen ter oren zijn gekomen. Deze gezegdes reflecteren beiden de succesvolle zienswijze van de gelukkige veteranen, maar laten tegelijkertijd de valkuilen zien van de ongelukkige veteranen:

“Een mens ziet alleen zijn schaduw wanneer hij zelf besluit om met zijn rug naar de zon te gaan staan”

“Je moet voorzichtig zijn wanneer je naar de duisternis kijkt, want de duisternis kijkt terug”.

De weersomstandigheden (lees: gebeurtenissen in je leven) kunnen we nu eenmaal niet bepalen, maar we kunnen wel zelf bepalen hoe we de zeilen bijzetten en welke koers we kiezen, ofwel hoe we er mee om gaan. Wij zijn tenslotte de regisseur van onze eigen film, de schilder van ons eigen doek. Dat… mogen we nooit vergeten! Want wanneer we die macht uit handen geven kiezen we er vrijwillig voor om als slaaf van onze emoties door het leven te gaan, altijd op zoek naar de goedkeuring van anderen.

De kracht van Ikigai

Door onze zwakke plekken volgens de kintsukuroi-filosofie te repareren (de schoonheid er van in te zien) en te gebruiken, kunnen we juist vaak veel meer bereiken dan een ieder die niet voor dergelijke hete vuren hebben gestaan. Denk daarbij aan ’s werelds beste top-chirurgen of aan gedreven verkeersbeleidsmakers die hun beroepskeuze vaak maakten nadat een geliefde van hen overleed aan een ziekte of door toedoen van een dronken bestuurder. Hun verdriet, hun zwakte, werd hun ikigai, ofwel hun krachtige levensdoel.

Ikigai is iets dat iemand gelukkig maakt en visie geeft, zoals bijvoorbeeld je leven in dienst stellen van een goed of zelfs groter doel. Denk daarbij aan een Martin Luther King en Nelson Mandela die op onvoorstelbaar krachtige wijze hun leven in het teken stelden van het succesvol bevechten van apartheid en racisme. Een Elvis Presley die door zijn eigen onoverkomenlijke liefdesverdriet liederen schreef en bezong die tot op de dag van vandaag nog steeds mensen laten huilen en steun bieden in moeilijke tijden. De ex-verslaafde die nu met hart en ziel verslaafde jongeren coached op weg naar een beter leven. Ook hier geldt weer dat de bomen die het hardste moesten knokken de krachtigste wortels ontwikkelden.

“Vraag je niet af wat de wereld nodig heeft. Vraag je af wat jou tot leven brengt en ga dat doen. Want wat de wereld nodig heeft is mensen die tot leven zijn gekomen”.

– Howard Thurman –
(Schrijver, theoloog en mensenrechtenactivist)
1899-1981

“Zoekt en gij zult vinden” (Matteus 7:7-8)

Misschien moeten sommige mensen vanwege een bepaald hoger doel wel meer lijden in dit leven dan een ander, wie zal het zeggen. En deze gedachte opper ik niet zomaar. Want is het je nooit opgevallen dat wanneer je er (alleen al) aan denkt om ‘binnenkort maar eens wat informatie over iets op te zoeken‘ je vanaf dat moment bestookt wordt met de benodigde informatie in de vorm van alledaagse dingen om je heen? Ooit ‘toevallig’ een boek gevonden tussen duizenden die bij het openslaan exact datgene bevatte waar je naar op zoek was? Een nietszeggend magazine in een wachtkamer uit verveling geopend waar je plotseling je antwoord vond? Een kennis die een rake uitspraak maakte over een heel ander onderwerp, maar je daarmee meteen de ogen opende op een ander vlak? Sceptisch? Dat mag, graag zelfs. Maar we weten allemaal dat wanneer we een andere pagina van dat magazine openen of een ander boek zouden pakken, dat deze voor ons van generlei waarde blijkt te zijn. Dergelijke bijna onopmerkelijke gebeurtenissen lijken manieren te zijn waarop Moeder Natuur ons verder richting ons doel lijkt te stuwen. Het spreekwoordelijke duwtje in de rug. De kosmos zit vol met geheimen die er telkens weer op lijken te wachten om ontdekt te worden.

Niets zo leerzaam als fouten maken

In de moderne maatschappij lijkt het er steeds meer op dat gezien worden door veel mensen als een soort van nieuwe religie wordt beschouwd. Iedere scheet, iedere zinloze gebeurtenis of actie denkt men vast te moeten leggen met de telefoon en te delen via social media. ‘Veel volgers hebben’ is daarbij een nieuwe sport geworden want die prestatie verhoogd het aanzien. Het zegt in principe min of meer of iemand interessant genoeg is of niet. Deze houding zet zich zowel zicht- als voelbaar door in het normale leven. Dat bemerk ik als sportschooleigenaar maar al te goed. Veel jongeren kunnen steeds minder goed tegen kritiek en voelen zich al snel ‘publiekelijk’ aangevallen. Dat terwijl kritiek juist zo broodnodig is om überhaupt te kunnen groeien. Wanneer je als sensei (leraar) zegt dat iemand verkeerd trapt of verkeerd staat, verwacht je een “Osu” (ofwel “ik heb het begrepen”) en geen tekst en uitleg over het ‘hoe en waarom’ die persoon toch dacht het zo goed te doen. Want wat de uitleg ook is; deze is bij voorbaat zinloos, ongewenst en zelfs ongepast! Niet één sensei zit namelijk te wachten op een Ja maar-verhaal. Excuseren doe je wanneer je je schaamt of in verlegenheid gebracht voelt en niet wanneer je op een acceptabel moment een noodzakelijke(!) fout maakt. Jullie lezen het goed: Een noodzakelijke fout! Ik leg leerlingen altijd uit dat het maken van fouten geen schande is maar juist een bittere noodzaak.

Fouten vormen je uiteindelijke blauwprint

Wanneer ik een middeleeuws slagveld zou moeten betreden met een groep mensen die alles meteen begrepen wat ik uitlegde of met mensen die eerst veel fouten maakten voordat zij exact begrepen wat ik bedoelde, dan viel mijn keuze per definitie op de laatste groep. Ik leg dit wel eens als volgt uit:

Je hebt twee chauffeurs. De ene heeft een navigatie en vindt zijn weg naar Rome telkens weer direct via de kortste en snelste manier. De andere chauffeur zit het niet mee. De ene keer rijd hij via zijn routekaart, de andere keer vraagt hij de weg om de vijftien kilometer bij een tankstation, dan weer volgt hij de borden of pikt hij een lokale lifter op die het gebied enigszins kent. Ook heeft een collega van hem het ooit in een schriftje voor hem opgeschreven. Hij heeft talloze keren verschillende routes genomen, reed regelmatig verkeerd en was daardoor qua tijd niet altijd de snelste van de twee. Uiteindelijk krijgt ook hij een navigatie waarmee hij de prestatie van de eerste chauffeur per direct kan evenaren. De twee moeten nu weer naar Rome. Onderweg zit het tegen. De wegen zijn geblokkeerd door omleidingen in verband met een ongeluk en de navigatiesystemen hebben tijdelijk geen verbinding met de sateliet. Welke van de twee chauffeurs zal nu op alle fronten in zijn voordeel zijn? Juist, chauffeur twee. Hij beschikt inmiddels over 1001 opties in zijn arsenaal. En zo transformeren al onze vooraf gemaakte fouten zich in effectieve alternatieve kompassen die ons te allen tijde terzijde zullen blijven staan.

Een 1001 keer effectiever

En zeker in de martial arts is iedere fout die je maakt in je leerproces een absolute gift. Iets om van te leren genieten! Leerlingen dienen dan ook hun naar aandacht snakkende behoeften aan en gedachten van trots en schaamte los te laten. Er is geen enkele reden om trots te zijn bij het maken van een geslaagde trap, evenals dat er geen enkele reden is om te balen van een mislukte trap. In een echt gevecht bestaat er geen perfectie, geen ultieme balans, geen good-looks en geen glory. Dat bewaren we voor de Hollywood films. Het is dan ook compleet zinloos je pijlen daar op te richten. Men doet er goed aan te beseffen dat diegene die zijn balans een 1001 keer verstoorde voordat hij een techniek goed te pakken had, een 1001 keer verkeerd trapte voordat hij de perfecte mai-ai (correcte afstand) voelde en een 1001 intrinsieke frustraties versloeg voordat hij met mushin (een geest leeg van emoties) en een laserachtige kime (concentratie) zijn tegenstander tegemoet treed, een 1001 keer effectiever is dan zijn tegenstander die alles in één keer leek te begrijpen. Een dergelijke tegenstander moet al zijn tekortkomingen nog ontdekken zodra hij zijn perfecte show op tracht te voeren in een echt gevecht. Een slag waarin de slagingskansen van deze twee vechters vergeleken mogen worden met de twee eerder genoemde chauffeurs. En dus ook hier zien we wederom dat kintsukuroi, ofwel alle opgelopen scheuren en barsten in iemands leerproces, juist voor perfectie en ware schoonheid zorgen.

“Ik vrees niet de man die een 10000 traptechnieken heeft geoefend. Ik vrees de man die één traptechniek 10000 keer geoefend heeft”.

Bruce Lee
(Kung fu legende, filmacteur en auteur)
1941-1973

Tot slot

Ikzelf ben ook lange tijd gebukt gegaan onder de traumatische ervaringen uit mijn verleden en zocht daarvoor vaak vergeefs hulp bij psychologen en psychotherapeuten. Iedere nacht werd ik ernstig gekweld door nachtmerries en dat had zo zijn invloed op mijn dagelijkse leven. Uiteindelijk bleek EMDR voor mij (wat wel en niet werkt is voor iedereen verschillend) de juiste aanpak te zijn. Daarnaast begon ook ik na het lezen van de wetenschappelijke bevindingen bij oorlogsveteranen mijn nare herinneringen persistent te negeren. Ik keerde ze spreekwoordelijk de rug toe en besloot voortaan alleen nog maar naar de zon te kijken. Uiteindelijk ging ook ik, zij het op microschaal, op geheel natuurlijke wijze doen wat de eerder genoemde beroemde personen deden, ofwel mijn steentje bijdragen tegen de ellende die ook mij overkomen was. Door het boek Straatwijs te schrijven, door lezingen te geven en door zelfverdedigingslessen tegen geweld en criminaliteit holistisch en in een zo realistisch mogelijke context te onderwijzen, evenals het lesgeven aan mensen met trauma’s van geweld, ben ik na lange tijd heel anders in het leven komen te staan. Ik leid vandaag de dag een geweldig fijn leven, verlost van nagenoeg alle ellende. Nachtmerries behoren voorgoed tot het verleden en ik zou momenteel niets aan mijn leven willen veranderen. Ik durf met recht te zeggen dat ik mijn eigen krassen en littekens met behulp van kintsukuroi heb weten te repareren, namelijk door er de schoonheid van in te leren zien in plaats van er alleen maar de zwakte van te belichten. Dit leidde ertoe dat ik mijn Ikigai heb weten te vinden, ofwel mijn levensdoel en visie om anderen te helpen om de oneindige mogelijkheden van hun eigen krachten en zwaktes in te leren zien en deze ten volste te benutten. Dit in de hoop dat men kan voorkomen dat het eigen trauma wordt doorgegeven op de kinderen, waarin een nieuwe keten van slachtoffers zich voortzet.

“Het is gemakkelijker om sterke kinderen te bouwen dan om gebroken mannen te repareren”

– Frederick Douglass –
(Voormalig slaaf, abolitionist en staatsman)
1817-1895

Een gift kan een vloek zijn, maar soms kan de vloek zich ook tot een ware gave ontwikkelen. Of je die gift als een vloek of een eer beschouwd is afhankelijk van je eigen perspectief.

Patrick Baas
Kyoshi, 7e dan.

Share Button

Religie en de magie van de martial arts

Wanneer ik vertel dat wat wij beoefenen al eeuwenlang met talloze religiën is verbonden zullen velen denken: Wat heeft vechtsport nu met religie te maken? Het antwoord is: Helemaal niets! Echter beoefenen wij geen vecht-sport maar de martial arts, ofwel de krijgskunsten; een manier waarop krijgers oorlog voerde om huis en haard, familie en gezin, dorp, stad en land te beschermen. Letterlijk alle martial arts zijn doordrongen van religieuze uitspraken en symbolen. Is dit iets dat niet meer van deze tijd is? Of is het misschien toch de moeite waard om eens wat dieper op deze materie in te gaan? Wellicht. Want wie de grootmeesters wil evenaren doet er goed aan geen andere routes of short cuts te nemen, maar juist datgene te zoeken wat zij zochten en beweerden te hebben gevonden.

Want wat heeft het voor zin om grootmeesters te roemen om hun fysieke vaardigheden terwijl we het door hen beweerde ‘pad er naartoe’ weigeren te aanvaarden? Als we onze ogen bijna niet kunnen geloven wanneer we hun in actie zien, waarom zouden we dan onze oren afsluiten van wat hun over de bron te vertellen hebben? Dat komt bepaald niet heel intelligent over. Ik verzoek dan ook een ieder om deze blog met een open mind te lezen en alles wat je eerder als jouw vastgestelde waarheid aannam even terzijde te schuiven alvorens je je eindconclusie trekt; zij het wederom je oude of misschien wel een nieuwe visie. Voorafgaand aan deze blog wil ik voorop stellen dat ikzelf geen specifieke religie aanhang maar wel geloof, wat het voor mij mogelijk maakt dat zowel atheïsten als religieuze mensen met een gerust hart verder kunnen lezen zonder bezorgt te hoeven zijn dat ik een specifieke geloofsovertuiging probeer te verkondigen.

Een nieuwe ‘waarheid’ gevonden

Vandaag de dag geloven steeds minder mensen in een hogere macht en dat mag natuurlijk. Het staat een ieder immers vrij om te denken en te geloven wat hij of zij maar wil. Kerken stromen leeg en voormalige gebedshuizen veranderen steeds vaker in luxe woningen of bedrijfsruimtes. Bijbels zijn niet langer in de kastjes van hotels te vinden en religiën worden stelselmatig bespot. Geloven in een onzichtbare God wordt door velen gezien als een signaal van dommigheid en naïviteit. De kracht waarmee men hierin overtuigd lijkt te zijn ‘een nieuwe waarheid’ te hebben gevonden verbaast mij echter nog het meest. Want plaatsen dergelijke overtuigingen deze personen niet in een exact eenzelfde ongeloofwaardige positie als een geloofswaanzinnige binnen welke religie dan ook? Want wat weten we nu werkelijk met zekerheid over ons bestaan?

“Een man kan onmogelijk de kunst begrijpen die hij bestudeerd wanneer hij zijn ogen alleen op het einddoel gericht houdt zonder de tijd ervoor te nemen zich diep in de redenen van alle facetten van zijn studie te verdiepen”.

– Myamoto Musashi –
Japan’s beroemdste zwaardvechter (1584-1645)

Wanneer ik kijk naar mijn eigen leraren dan zie ik dat zij allemaal actief waren in het belijden van een vorm van geloof. Sabum Louis Pardoel was praktiserend katholiek, Vladimir Vasiliev en Mikhail Ryabko zijn praktiserend ortodox christenen en Kang Cecep Arif Rahman is een praktiserend islamiet. Eén van hen, mijn pencak silat-leraar, Gubes Rudi Terlinden, was zelfs pastor bij de Pinkstergemeenschap en ook sabum Pardoel getuigde dat zijn eerste judo-leraar een pastor in de katholieke kerk was. Van shidoshi Hans Hesselmann weet ik dat hij het shintoïsme een prachtige en indrukwekkende religie vindt. Maar wat houdt dit alles nu eigenlijk in? En hoe komt het toch dat geloven in een hogere macht nu zo ontzettend belangrijk zou kunnen zijn op zoiets banaals als vechten…?

Zeker weten of geloven?

De tegenpool van geloven is weten. En evenmin als dat iemand het keiharde onomstotelijke bewijs kan leveren dat er zoiets als een Godheid bestaat, zo kan een niet-gelovige evenmin het tegendeel bewijzen. Alle gespreksvormen waarin ‘alwetendheid’ door mensen wordt verkondigd zijn bij voorbaat wellicht onnozel en zelfs arrogant te noemen, ongeacht vanuit welke hoek er geroepen wordt. Religieuze mensen claimen niet zelden ‘de enige echte waarheid’ voor ogen te hebben, evenals dat moderne atheïsten dit eveneens doen. Sommige religiën gaan uit van monotheïsme (het bestaan van één God zoals in het christendom en de islam) terwijl anderen weer uitgaan van polytheïsme (het bestaan van meerdere Goden zoals in het hindoeïsme en shintoïsme). De waarheid zal echter een mysterie blijven. Wie beweert te geloven dient zich echter niet te gedragen alsof hij alles weet, want wie beweert te weten is niet langer een gelovige. Atheïsten zijn in deze stelling dan ook niets meer dan gelovigen van een andere theorie dan in het bestaan van een hogere intelligentie. Betweters van beiden zijden verheffen zich boven de wetenschap waardoor hun ‘niet te bewijzen eenzijdige wijsheden’ slechts nog als dom en arrogant mogen worden beschouwd. De talloze oorlogen en miljoenen doden die daar het gevolg van zijn spreken mijn stelling niet tegen. En dit alles gaat ten koste van waar het nederige woord ‘geloven’ nu eigenlijk echt voor zou moeten staan.

Een sceptische onderzoekende geest

Want over wie of wat hebben die grootmeesters het nu eigenlijk wanneer zij spreken over een God of goddelijke krachten? Een man op een wolk met een lange baard die aan touwtjes trekt? Een denkbeeldig vriendje voor eenzame mensen? Een onnozele poging om het onverklaarbare te kunnen verklaren? Een verzinsel om het volk onder controle te houden? De beleving van hoe iemand God ziet verschilt per religie en zelfs vaak per individu binnen die religie.

Een muay thai bokser en zijn coach, biddend naar zijn voorouders en Boeddha. Het boeddhisme wordt vaak onterecht als een geloof zonder God beschouwd. Boeddha sprak namelijk vaak over de kosmos waarmee hij eenzelfde zienswijze verkondigde met slechts een andere benaming en interpretatie.

Ikzelf voel me geenszins tot een van de bovenstaande verklaringen aangetrokken. Ik ben een geboren scepticus met een onderzoekende, realistische geest. Ik nam en neem nooit iets zomaar voor waar ‘omdat iemand het zegt’. Zelfs niet van mijn eigen ouders en krijgskunstmeesters. Toen ik me als 5 jarig kind afvroeg hoe die zwarte Piet nu in hemelsnaam door onze smalle schoorsteen kon kruipen wachtte ik hem ’s nachts op achter de bank in de woonkamer. Ik was meteen een illusie armer toen ik zag dat mijn moeder het cadeautje in mijn schoen plaatste. In mijn ogen is iets pas ‘waar’ als ik het zelf zintuiglijk heb kunnen ervaren!

Een andere visie op waarnemen

Maar we kunnen willen zien wat we willen zien en voor waar aan nemen wat we voor waar aan willen nemen: Alles is onderhevig aan onze eigen perceptie en niet alles in ons leven komt nu eenmaal tot ons op de manier zoals wij dat graag zouden willen zien. En daar zijn wij ons allen van bewust want was dit wel zo dan was iedereen gezond, gelukkig en rijk. Ditzelfde gegeven geldt echter ook voor de geheimen van de kosmos of zoals de Indianen het zo mooi noemen; watan katanka (het grote mysterie) en manitu (de grote geest). En daarom vergt het zien van wat de grootmeesters zagen wellicht een andere zienswijze dan we van oudsher gewend zijn. Op deze wijze kunnen we dingen waarnemen die er wel degelijk (aantoonbaar) zijn, maar dit geschied niet altijd op de conventionele manier waarop we gewend zijn dit waar te nemen.

Hierin waren mijn krijgskunstmeesters allen heel stellig en dit maakte dat ik mijn stappen op het pad, ondanks de talloze keren dat ik ernstig twijfelde of ik nu wel of niet in ‘iets’ moest geloven, fanatiek vervolgde. Twijfel hoort nu eenmaal bij het leven en dus ook in onze zoektocht naar kennis. Twijfel zorgt voor een sceptische blik, want iemand die weet in plaats van geloofd is zoals eerder aangegeven niet langer sceptisch maar vastgeroest. Gefixeerd in het idee dat hij de enige echte waarheid voor ogen heeft, als een eigen ideologie, gestoeld op een eveneens ontastbaar gegeven.

“Fixatie is de weg van de dood.
Vloeibaarheid is de weg van het leven”


– Miyamoto Musashi –
Japan’s beroemdste zwaardvechter
(1584-1645)

In mijn omgeving zijn er maar weinig mensen (zowel onder gelovigen als atheïsten) die zich zo verregaand in theologie verdiept hebben als ikzelf. Zo las ik de Tao Té Ching, het Evangelie van Boeddha, Bardo Thodol, Confusius, de Walam Olum, de Bijbel, de Koran en diverse andere theologische literatuur en bekeerde mij nooit tot één geloof. Eenzelfde standpunt dat ik in de martial arts heb ingenomen. Want door mijzelf binnen een kader te conformeren sluit ik alle andere referentiekaders uit. In die zin beweeg ik mij voort als water en ether en zorg dat ik overal bij kan komen (lees: kennisvergaren). Daarbij heb ik altijd voor ogen gehouden dat geen enkele bron of boek mijn gezonde verstand mocht vertroebelen omdat ieder zogenoemd “heilig” boek door mensenhanden werd geschreven en daarmee blootgesteld is (geweest) aan mogelijke corruptie, leugens, persoonlijke interpretaties en visie. Ook heb ik het nooit geschuwd om mij door wijsheden uit andere bronnen te laten inspireren; zelfs niet wanneer deze uit liederen, gedichten of speelfilms afkomstig waren want ook die wijsheden werden immers eveneens door mensen geschreven. Wel geloof ik er persoonlijk in dat de krachten van de kosmos, moeder natuur, shinto, tao, watan katanka, manitu, God, Allah, Jehova en alle andere namen (what’s in a name) die aan deze zowel zichtbare als onzichtbare natuurkrachten toegedicht zijn, één zijn. En dat dat ene alles representeert.

Een fraaie woordenwisseling

Over perceptie gesproken. Ik herinner mij een woordenwisseling tussen twee leerlingen op de school waar ik eveneens werkzaam ben. De ene leerling was een katholiek, de ander een atheïst. De atheïst had gevloekt en de katholiek had hier enkel op gevraagd om die woorden niet meer in de mond te nemen in zijn bijzijn. Daarop voelde de atheïst zich aangevallen waarop zij riep: “Ben je dom of zo, geloof je nou nog echt in God? Dat is allemaal kwats man. Je gelooft toch ook niet in eenhoorns of wel soms? Nee en waarom niet? Omdat je die net zo min kunt zien als die onzichtbare God van jou”. Nu bemoei ik me niet graag in een onschuldig conflict van anderen maar ik zag dat de katholiek door de overige aanwezigen werd uitgelachen waarop ik besloot in te grijpen. Dat ging als volgt:

“Je hebt volkomen gelijk Juliette. Eenhoorns zijn net als zeemeerminnen nog nooit echt gezien en dus kunnen we veilig aannemen dat ze niet bestaan maar pure verzinsels zijn van de mens. Toch heb ik jullie wel vol overtuiging over het bestaan van ufo’s horen praten terwijl niemand van jullie er een in het echt heeft gezien, toch? Waarom is dat? Omdat je die graag zou willen zien misschien? Daarentegen is Samuel’s geloof in God nog niet zo heel raar te noemen”. Hierop onderbrak Juliette mij min of meer uitlachend met de woorden: “Hoezo, heeft u God dan wel gezien wilt u zeggen?” Waarop ik antwoordde: “Ik geloof van wel ja. Het is maar net hoe je God ziet of wilt zien; als een man op een wolk of als een ‘onzichtbare’, universele, alles verzorgende natuurkracht”. Juliette antwoordde hierop sceptisch : “Ik geloof iets pas als ik het met eigen ogen heb gezien” (goh, dat klonk herkenbaar). Ik vroeg Juliette door het raam naar buiten te kijken waar een stevige wind waaide. Ik zei: “Vertel eens wat je ziet”. Juliette antwoordde verbaasd: “Ik zie de wind door de bomen waaien, hoezo?”, waarop ik haar onderbrak en vroeg: “Zie je de wind waaien? Of zie je de effecten van de waaiende wind? Kun je de wind zelf daadwerkelijk zien?” De klas was stil. “Hetzelfde geld voor magnetische krachten. Niemand ziet wat er werkelijk gebeurt. De krachten zijn volkomen onzichtbaar. We zien enkel de effecten van de magnetische krachten en datzelfde geld voor door wind opgewekte elektriciteit en gassen. Volkomen onzichtbaar. Dus wellicht moeten we op basis van deze ‘nieuwe’ onderbouwde waarneming wat meer ruimte in onze hoofden creëren nu we beseffen dat onzichtbare krachten wel degelijk bestaan. We zien immers ook niet de zuurstof die we inademen. En als je dan toch in niets gelooft wat je niet kunt zien, dan moet je ook consequent zijn en weigeren om nog langer ‘die onzin’ in te ademen”. De klas lachte.

“Niet alles dat meetelt kan berekend worden
en niet alles wat berekend kan worden telt mee”.


– Albert Einstein –
Theoretisch natuurkundige
1879-1955

De Wali Sanga; de negen magiërs van Java, Indonesië

Op Java leefden ooit de negen Wali’s. Zij leefden verspreid over een tijdsbestek van twee eeuwen (14e en 15e eeuw) en stonden bekend als zeer bedreven meesters in de Indonesische krijgskunst pencak silat en de Indiaase yogaleer. Volgens sommige waren zij Hindoeïstische en volgens andere Islamitische geestelijken en magiërs die ongekende kunsten konden vertonen die veel verder zouden gaan dan de reguliere goochelarij. Zij zouden zich ver van zwarte magie houden maar zich enkel richtten op de witte magie, ofwel krachten die het algemeen welzijn van de mensheid zouden dienen. In hun boek De Javaanse geheime leer beschreven zij haarfijn hoe zij gebruik maakten van de natuurelementen die zij omschreven als zijnde ‘krachten van God’. Zij geloofden namelijk niet dat zij zelf bijzonder waren maar dat zij enkel als een soort van geleiders werkten, als instrumenten van een hogere macht. Die krachten zouden zich in alles manifesteren wat we in en om ons heen zouden zien, alsook in alles wat we niet zouden zien. Volgens de Wali’s zou men God dienen te zien in het water, het vuur, de donder en de bliksem, de bomen, de mensen en de dieren, de ether en al het andere wat is en niet is.

“We zien de dingen niet zoals ze zijn.
We zien ze zoals wij zijn”.


– De Talmoed –

Nu zullen sommige denken: “Ja alles leuk en aardig Pat, maar jij gaat mij nu toch niet vertellen dat jij in magie geloofd of wel soms?” Mijn antwoord hierop is heel eenvoudig: “Ja dat geloof ik. En jullie ook”. Dat durf ik hier vrij stellig te beweren. Alleen zien en benoemen jullie het niet zo ;- )

Waar ging het mis met de beeldvorming over dat woord?

De middeleeuws Europese heksenverbrandingen, in opdracht van macht en rijkdom vergarende kerken, hebben ertoe geleid dat de Europeaan bang en wars werd van het woord ‘magie’. Daar waar het woord in Azië nog een alledaags begrip is, kennen wij het fenomeen alleen nog maar van fantasierijke films zoals Harry Potter en Lord of the Rings. En de enige die daar in de realiteit nog beetje bij in de buurt komen zijn Hans Klok en David Copperfield. Maar we weten allemaal dat goochelarij, hoe fascinerend dan ook, hartstikke nep is. Daarnaast heeft ook de komst van new age, waarin excentrieke zelf uitgeroepen hobby-sjamanen en -heksen op paranormale beurzen staan, het geheel nog ongeloofwaardiger aangekleed, wat het werkelijke verhaal achter het woord ‘magie’ nog verder heeft vertroebelt. De moderne mens is zo gewend geraakt aan alle (magische) vanzelfsprekendheden om zich heen, dat zij het gebruik van het woord ‘magie’ als het ware overbodig lijkt te zijn gaan vinden. Behalve wanneer er een kindje wordt geboren… dan spreken we plotseling weer heel eventjes van ‘een wonder’.

Kijken en zien zijn twee dingen

Toen de Wali’s in de 15e en 16e eeuw spraken over onzichtbare krachten die zich als microscopisch kleine elektrische ladingen via triljarden moleculen in minder dan een seconde zich duizenden kilometers ver via de ether konden verplaatsen, sprak men van het woord “magie”. Allemaal onzin? Als dit allemaal onzin is dan mag iemand aan mij uitleggen hoe het komt dat wanneer ik op één knop op mijn mobiele telefoon druk er zich volgens de modernste technologie triljarden microscopisch kleine streepjes en puntjes (decodering) zich in minder dan een seconde duizenden kilometers ver door de ether verplaatsen waardoor ik iemands stem kan horen en zijn gezicht kan zien (Facetime/Skype).

Een beoefenaar van Shugendo, een combinatie van Boeddhisme en Shintoisme waarbij natuuraanbidding en overwinning van de menselijke zwaktes een rol spelen. Veel historische ninja-krijgers waren beoefenaars van Shugendo.

Kan ik die streepjes en puntjes zien? Nee. Zie ik de ether in beweging komen? Nee. Toch is deze alledaagse vorm van magie (en dat is alle magie) een onmiskenbaar feit geworden. Wie in de Efteling ooit naar Joris en de Draak is gaan kijken heeft vast ervaren hoe de hitte van de vlammen die op ruim 50 meter afstand van de tribune worden uitgespuwd binnen een honderdste seconde je gezicht verwarmden. Hoe? Juist. Door razensnelle etherverplaatsing van molecuul tot molecuul (dezelfde reden waarom we parfum op 10 meter afstand kunnen ruiken en dus aan de veiligheid van die 1,5 meter corona-afstand twijfelen). Diezelfde magische krachten vinden plaats wanneer we verliefd worden (liefde is eveneens een onzichtbare kracht), we spanningsvelden voelen in een woonkamer of café waar niets bijzonders te zien valt (ons instinct is eveneens een onzichtbare kracht) enzovoorts. Echte magie is dus niets meer dan ‘een andere naam voor natuurwetten’. En kunnen we die beïnvloeden? “Yes, we can!” In Indonesië spreekt men tegen gevorderde beoefenaars van de krijgskunst pencak silat niet voor niets over de levensfilosofie (filsafat) aangaande de mentale en spirituele trainingen (mental-spiritual) zoals kennis verkrijgen van het innerlijke lichaam en de geest (ilmu kebatinan), het ontwikkelen van de innerlijke krachten (tenaga dalam) en het zesde zintuig (indera keenam).  In Indonesië noemt men het beoefenen van de gevechtskunsten dan ook niet voor niets ‘ngudi kawruh’, ofwel het beoefenen van een wetenschap in plaats van een eenvoudige sport. Nu hoor ik sommige denken: “Maar een elektrische lading aan moleculen meegeven is nog altijd iets anders dan een gedachtenkracht uitzenden zoals de Wali’s dat beweerden”. Het antwoord hierop kwam van de celbioloog Bruce Lipton (1944). Lipton ontdekte in 1985 dat het leven van een cel wordt bestuurd door de fysieke en energetische(!) omgeving en niet door de genen. Met andere woorden: De Wali Sanga hadden gelijk en dit verklaard ook meteen waarom ons instinct dingen voelt die we niet kunnen zien. De triljarden moleculen in de atmosfeer worden beïnvloed door de energie die voortvloeit uit de gedachtenkracht.

“Mijn bondgenoot is De Kracht (de levensenergie van de kosmos) en het is een krachtige bondgenoot. Het creëert leven en laat het groeien. Zijn energie omringt ons en verbindt ons. We zijn lichtgevende wezens, meer dan deze ruwe zaak. Je moet De Kracht om je heen voelen. Hier. Tussen jou en mij. De boom. De rots. Overal”.

– Master Yoda –

De intelligentie van ieder natuurelement

Volgens vergevorderde yogameesters, zoals bijvoorbeeld de Wali’s, beschikt ieder natuurelement over een natuurlijke intelligentie. Zo ook water. Ook hier zullen sommige mensen nu wellicht denken: “Wat een onzin zeg, ik heb water nog nooit een space shuttle zien bouwen of wel soms?”

Het menselijk lichaam bestaat bij vrouwen uit 50%, bij mannen uit 65% en bij baby’s voor 75% uit water. We kunnen dus stellen dat een mens voor het merendeel uit water bestaat. Watermoleculen verspreiden zich via de maag, darmen, het bloed, de huid, de hersenen en iedere andere uithoek van het lichaam om exact die cellen te voorzien en te verzorgen die dat nodig hebben. Bijna 80% van ons brein bestaat uit water en in die zin worden ruimteschepen dus wel degelijk grotendeels gebouwd door middel van water ;- )

“Iedereen (en alles) is een genie. Maar wanneer je een vis beoordeelt op zijn capaciteit om een boom te klimmen dan zal hij zijn hele leven met de gedachte leven dat hij dom is”.

– Albert Einstein –
Theoretisch natuurkundige
1879-1955

Geen perfecter organisme dan de natuur

Wanneer een zaadcel in de baarmoeder terecht komt en een eicel bevrucht weet de eicel exact wat te doen. Het heeft geen hulp nodig of een instructieboekje over hoe men een been of een arm maakt. Ook bij een verwonding haasten de bloedlichaampjes zich, voorzien van alle pijnstillende, stollende en ontsmettende stoffen, zich naar de plek des onheils waar zij met chirurgische precisie de wond verzorgen, afdekken (stollen/korstvorming) en verzorgen. Geen computer die daar aan te pas komt want dit gebeurt zelfs in onze slaap. Het ingenieuze irrigatiesysteem waarbij water verdampt, via wolken (ether) boven het land (aarde) worden geblazen (wind) om vervolgens neer te dalen en alles wat leeft te verzorgen om zich vervolgens weer in diezelfde eeuwenoude cyclus voort te bewegen. Diezelfde terugkerende cyclus zien we ook in de vier jaargetijden. Dingen waar we, net als ademhalen, nooit echt bij stilstaan omdat het allemaal zo normaal voor ons is. Hoe vernuftig is het dat wij als mensen zuurstof inademen en koolstofdioxide uitademen terwijl bomen voor ons zuurstof uitademen en het door ons uitgeademde koolstofdioxide weer inademen? Iedere dag weer, zelfs na duizenden jaren, ontdekken moderne wetenschappers nog steeds nieuwe planten-, dieren- en insectensoorten.

Een taoïstische kung fu priester, biddend in het Wudang gebergt van China. Taoïsten richten zich voor een groot deel op de kosmos en de natuur en streven naar een lang en gezond leven

Zij kunnen een raket naar de maan sturen maar kunnen nog steeds geen natuurelementen creëren of reproduceren. Geen blaadjes aan een boom, geen organisch hart of longen en geen bloedblaasjes, ongeacht de kunst van transplantatie. Zelfs die raket is vervaardigd van metalen die voorkomen uit moeder natuur en wordt gelanceerd op basis van grondig bestudeerde natuurwetten. En alles in die natuurwetten is op alle fronten deelbaar door Phi, ofwel het getal 1.619 dat men wiskundig ook wel de gulden snede of de goddelijke verhouding (Divina Proportia) noemt. Ook de medicijnen die vandaag de dag door miljarden mensen worden gebruikt, daarvan bevat 85% een natuurlijk plantenextract. Wederom een bewijs dat de natuur in alles voorziet en verzorgd: Voor iedere kwaal is er wel een plant.
Wanneer we de wetenschappers als de meest intelligente mensen op aarde beschouwen, dan is het natuurlijk niet zo heel vreemd dat er verschillende hypothesen rondwaren die er vanuit gaan dat er haast wel een veel grotere intelligentie achter dit alles schuil moet gaat. Een intelligentie die ons iedere minuut van de dag verzorgd en onvoorwaardelijk beschermd.

In de hierboven staande alinea heb ik nu de fysieke manifestatie beschreven, maar ook in mentale/geestelijke zin zou ik hier heel wat interessante manifestaties kunnen uiteenzetten. Om er in het kort een paar op te noemen: Het (moeder)instinct dat waarschuwt wanneer er iets niet in de haak is, geliefden die elkaars gedachten lezen, nachtelijke dromen als voorbodes van wat zich later voltrekt, aan iemand denken die je al 14 jaar niet meer gezien hebt en die zelfde week deze persoon tegen het lijf lopen, er aan denken je moeder te willen bellen maar de telefoon gaat al; het is je moeder (telepathie). Allemaal dingen die sommige aan het toeval zullen toeschrijven, daar waar anderen – zoals de negen Wali’s van Java – deze toedichten aan de werking van hele natuurlijke krachten die wij allen te allen tijde tot onze beschikking hebben. Krachten die men vroeger magie noemde. Echter geldt voor magie hetzelfde als bij voetbal: Iedereen kan een balletje trappen maar slechts zéér weinigen worden een Johan Cruijff.

“Kijk diep in de natuur en je zult alles beter leren begrijpen“.

“Toeval is God’s manier om anoniem te blijven”.

– Albert Einstein –

De magie van de natuurwetten en sportbeoefening

Topsporters, ofwel mensen die al hun gedachten en krachten op slechts één doel concentreren zonder hier vanaf te wijken, laten dagelijks haarfijn zien dat deze uitspraak geen onzin is. Krachtig wensen, verzoeken en/of geloven in iets is een definitie van het eigenlijke woord ‘bidden’. Dat geldt eveneens voor iemand iets goeds of slechts toewensen. Vanuit iedere onzichtbare gedachte gaat een even onzichtbare kracht en effect uit. Onzin? Sta dan even stil bij de vraag waarom we ons anders zo ontzettend ongemakkelijk kunnen voelen in een kleine ruimte met iemand die we niet zo heel graag mogen? Waarom kan een moeder in nood plotseling een auto optillen waar haar kind onder ligt? Waarom voelen we wanneer er negatief over ons gesproken wordt? Waar komen zulke onzichtbare, onverklaarbare krachten vandaan? En waarom ervaren we deze niet als onzin?

“Want, voorwaar, Ik zeg u: wie tegen deze berg zal zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen, en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal geloven dat wat hij zegt gebeuren zal,
het zal hem gebeuren wat hij zegt”.

– Markus 11:23 –

Deze tekst uit de Bijbel geeft in principe exact neer wat de Wali’s eveneens beweerden, namelijk dat men gebruik kan, mag en behoort te maken van alle krachten die moeder natuur, de kosmische krachten waarin wij ons voortbewegen, ter beschikking heeft gesteld. Men is daarin vrij om goede of slechte handelingen te verrichten, echter zitten daar in beiden gevallen consequenties aan. We weten dat de natuur op zijn allerbest is wanneer deze in vrede verkeerd en op zijn slechtst wanneer deze vrede bruut wordt verstoord. Dit feit alleen al zou voor iedereen als een primaire handleiding moeten dienen zonder dat daar een Tora, Bijbel of Koran aan te pas zou hoeven komen. Zowel je instinct als je geweten is immers van nature al ruimschoots van voldoende onzichtbare intelligentie voorzien!

De krachten van laser-geconcentreerde bundeling

Een goede vriend van mij zit bij de Osse kerkgemeenschap CrossPoint waar hij een boek bijhoudt waarin hij ieder gezamenlijk gebed noteert. Hij vertelde mij dat vrijwel 2/3e tot 3/4e van de collectieve gebeden binnen een jaar verhoord werden. Toeval? Of een gebundelde onzichtbare kracht van woorden, gedachten en wensen die als een soort van radiogolf via de onzichtbare ether zijn zichtbare doel bereikt? Wie zal het zeggen. “Maar Patrick, waarom kunnen hun gebeden dan niet alle ellende in de wereld doen stoppen?” Ten eerste omdat de meeste gelovigen niet de ambitie hebben om Miss Universe te worden en ten tweede omdat er aan iedere wereldproblematiek duizenden gebeden aan verschillende zijden worden geopperd. Bekijk het als de aanwezigheid van linkse en rechtse politiek. Samenwerkende gedachtenkrachten zijn constructief daar waar botsende gedachtenkrachten elkaar afzwakken en dus destructief zijn. Bij twee strijdende legers roept men aan beide zijden: “God is met ons” (plus + plus = min) waarna zij elkaar met ongekend geweld genadeloos de dood in jagen.

“Als er zoiets als een God was,
dan was er niet zoveel ellende in de wereld”

Zoals ik al aangaf is het goddelijke principe voor mij gelijk aan de krachten van de kosmos ofwel moeder natuur. We zeggen met de bovenstaande uitspraak dus eigenlijk: “Als er een natuur was (en die is er, zoals we weten) dan zou er niet zoveel ellende in de wereld zijn”. Een uitspraak die veel hypocrisie bevat, want wanneer de moderne mens iets presteert dan is hij trots op zichzelf (ego) want niets of niemand anders heeft dat voor hem gedaan. Daarvoor hoeven zij geen hogere macht voor te bedanken toch? Maar hoe komt het dan dat zij wel plotseling de schuld van alle ellende aan diezelfde hogere macht durven toe te dichten wanneer hen iets ergs overkomt? Op zo’n moment liegt de mens zichzelf voor want we vormen nu eenmaal een onlosmakelijk onderdeel van de kosmos en dat kunnen we niet ontkennen; het is immers wetenschappelijk bewezen dat alles – inclusief de mens – uit sterrenstof bestaat. Al onze krachten en zwaktes staan daar dan ook onvermijdelijk direct mee in verbinding, aangestuurd door een lang proces van (volgens de Boeddhisten en Hindoes) vrije keuzes.

Een wens voor vrijheid of slavernij?

Een omgekeerde insteek is dan ook de moeite waard om eens te bekijken. Wanneer al onze vrijheden zouden worden ontnomen zouden we immers doodongelukkig zijn. De huidige corona-crisis zou daar slechts een verwaarloosbaar voorbeeld van zijn.

Een Boeddistische kung fu monnik van Shaolin, mediterend bij een rivierbedding in Henan, China.

Zonder vrijheid zouden we ons als poppetjes aan de touwtjes van een poppenspeler voelen, vergelijkbaar met de leefwijze van de inwoners van Noord Korea. Weerloos binnen een dictatuur datgene doende wat ons werd opgedragen. Maar wanneer we echter wel die vrijheid verkrijgen willen we niet de verantwoordelijkheid nemen van onze daden of die van anderen? Wat ons ook in negatieve zin overkomt; we hebben dit vrijwel altijd te danken aan onze eigen foute keuzes of aan de foute keuzes van andere (vrije) mensen en of dieren die we in ons bestaan toelieten.

Het controversiële woord “God en de moderne maatschappij

Hierbij plaats ik de schijnwerpers even op dat ene controversiële woord: “God”. Een woord dat je in de hedendaagse maatschappij bijna niet meer fatsoenlijk in de mond kunt nemen wil je niet rekenen op een stortvloed aan kritiek. Gelovigen zouden zich er bijna dom door gaan voelen. Maar wanneer we het woord God gelijkstellen aan moeder natuur, de kosmos, de ether waarin wij ons dagelijks voortbewegen, het magische feit dat we dagelijks mogen ademhalen, leven en liefhebben en dingen kunnen doen die we zo graag willen doen… dan klinkt dat woordje ineens een stuk minder beladen en controversieel. Vergeet niet dat een woord slechts een woord is. De inhoud die jij er aan toe kent is eveneens een vrije keuze!

Velen zijn tegen discriminatie, maar alleen wanneer het hen schikt

Bij het horen van het woord “Manitu” of “Odin” denkt men natuurlijk meteen aan indianen- en vikingfilms. Bij het horen van het woord “God” of “Allah” denkt men dus ook automatisch aan christenen en moslims. Dat terwijl al deze termen exact hetzelfde betekenen. Slechts namen die binnen tientallen culturen evenveel varianten kennen. Echter zorgt onze typische zienswijze vrij direct voor de (on)nodige kortzichtigheid, vooroordelen en afkeer want alle moslims dragen immers bomgordels, joden zijn geldwolven, katholieken kunnen niet van kleine kinderen af blijven, christenen zijn incestplegers en Jehova’s zetten allemaal hun voet tussen de deur. Maar wanneer iemand roept dat ‘alle allochtonen lui en crimineel’ zijn dan springt diezelfde samenleving plotseling overeind en schreeuwt men van discriminatie, racisme en schande. En terecht!

“Onderzoek alles, behoud het goede en vermijd elk kwaad, in welke vorm het zich ook voordoet”.

Tessalonicenzen 5:21

Maar hoe komt het dan toch dat diezelfde samenleving ineens zo hypocriet, lacherig en zwijgzaam wordt wanneer het gaat om het stigmatiseren, beledigen, uitlachen en discrimineren van mensen die überhaupt nog ergens in geloven? Waar blijft dan ineens het respect, de nederigheid en de solidariteit om het voor elkaar op te nemen?

Waarom praat men toch altijd over nederigheid in de krijgskunsten?

Ik ben nu bij het punt aangekomen waarop ik duidelijk probeer te maken waarom religiën en de martial arts door de eeuwen heen zo sterk met elkaar verbonden zijn geweest. En nog steeds. Zo ook ga ik proberen te omschrijven waarom een leerling onmogelijk het ware meesterschap zal kunnen bereiken wanneer hij niet geloofd en hier persistent in volhard. Op zijn eenvoudigst uitgelegd; zo’n leerling kan namelijk onmogelijk ten volste ervaren wat de oude grootmeesters in fysieke, mentale en spirituele zin ervoeren. Wijsheid is immers gebouwd op feitelijke waarnemingen en ervaringen en nooit op slechts aannames of theoretische meningen.

Wanneer we kijken naar het woord ‘nederigheid’ dan zien we dat het woord ‘neder’ erin verwerkt zit. Een woord dat ‘laag’ betekent. Nederland betekent immers Laagland. Nederigheid betekent volgens de Van Dale:

1. onaanzienlijk, gering 2. bescheiden, deemoedig.

De gehele Nederlandse taal er vol mee: ‘Een lage dunk van iemand hebben’, laaghartig zijn, spijkers op laag water zoeken, laag bij de grond en een nederlaag lijden. Kortom, niets positiefs dus aan dat woordje “neder”. Nederige mensen worden dan ook vaak geheel ten onrechte omschreven als onderdanig en onzeker. Daarentegen staat het woord ‘hoog’ symbool voor verhevenheid zoals we zien in de uitspraken: De lat hoog leggen, zijne koninklijke Hoogheid, hoogtij vieren, je naam hoog houden enzovoorts.
Om deze reden wordt het woordje nederigheid door velen verward met het woord ‘onderdanig’ en ‘ondergeschikt’ of zelfs ongeschikt zijn en daar gaat het helemaal mis.

Want wanneer we dagelijks via de televisie worden bestookt met reclameadviezen om in ons individuele, materialistische bestaan vooral uniek te zijn, dan is het begrijpelijk dat een uitspraak als ‘nederig zijn’ als een kleinerend bevel klinkt. Waarom werkt de media zo? Nederige mensen hebben namelijk niet de behoefte om te wedijveren en zich te verheffen boven anderen en dus dragen zij niets bij aan de commercieel ingestelde maatschappij, die beter vaart bij een devide et impera strategie (verdeel en heers). Hoe sterker de onderlinge verdeling, hoe groter het koopgedrag van de consument. Succesvol ogen, gezien worden en zoveel mogelijk volgers op social media vergaren veranderde hierdoor in een soort van nieuwe religie. Maar met de groei van het kwetsbare ego komen grote gevaren en dat geldt zeker voor een persoon die zich in dodelijke technieken als die van de martial arts traint. Personen die zichzelf verheffen stellen zichzelf immers boven anderen en kijken op hen neer omdat zij hen minder belangrijk achtten. Er zijn immers meer dan genoeg voorbeelden van misdrijven en oorlogen te vinden die aan zo’n hoogmoedige zienswijze kunnen worden toegeschreven.

Als er een hoog en een laag is dan is er vanzelfsprekend ook een middengebied. Met nederigheid binnen de martial arts wordt dan ook vooral gedoeld op deze middenlijn, waarbij men met beiden benen op de grond staat (en blijft) zodat er geen ruimte is om in termen van verlaging of verhevenheid te denken. Je bent nooit iets meer of minder dan een ander.

“Gehechtheid leidt tot jaloezie, de schaduw van hebzucht. Train jezelf om alles los te laten waar je bang voor bent om het te verliezen. Je moet ontleren wat je hebt aangeleerd. Je zult het goede van het slechte kunnen onderscheiden wanneer je in kalmte, vrede en rust verkeerd. Gebruik De Kracht (de kosmos) voor kennisontwikkeling en verdediging. Nooit om aan te vallen”.

– Master Yoda –

Alleen door steevast de neutrale middenweg (lees: balans) te verkiezen is een serieuze beoefenaar van de martial arts in staat om alle dingen te zien zoals deze gezien zouden dienen te worden, zonder aanzien des persoon of zijn materiële bezittingen. Zo heb ik persoonlijk naast mijn gesprekken met grootste meesters talloze fantastische gesprekken gevoerd met zwervers, succesvolle managers, junkies en noem maar op. Pas wanneer een martial artist dit basisprincipes begrijpt, pas dan beschikt hij over de mogelijkheid om in zijn volste glorie uit te bloeien tot een waar meester en misschien zelfs ooit een grootmeester. In Azië heeft men hier veel uitspraken over. In Indonesië zegt men: “Volle rijstplanten buigen vanzelf. Alleen lege rijstplanten blijven rechtop staan”. Dit noemt men de ilmu padi-filosofie en is een klein beetje vergelijkbaar met het Nederlandse ‘holle vaten (ofwel leeghoofden) klinken het hardst’. Buigen wordt gezien als een symbool voor nederigheid ofwel wijsheid, terwijl rechtop blijven staan staat voor trots, het ego, ofwel leeghoofdigheid. In China hanteert men een soortgelijk gezegde: “Wees als bamboe. Hoe hoger je groeit hoe dieper je buigt”. Pas als je leert beseffen hoe nietig wij werkelijk zijn, dan volgt nederigheid vanzelf. Want vergeleken met het heelal zijn we als individu nog minder dan een waterdruppel in de oceaan, minder dan een zandkorrel in de woestijn.

“Wees sterk maar niet dominant,
Wees aardig maar niet zwak,
Wees dapper maar niet overmoedig,
Wees nederig maar niet verlegen,
Wees zelfverzekerd maar niet arrogant.

Geloof nooit dat je boven of onder iemand staat.
Behoudt een nederige geest”


– Boeddhistisch gezegde –

In mijn vorige blog (Alle wegen leiden naar China) verwees ik veel naar het belang van de kung fu stroming. Ik zeg niets teveel wanneer ik beweer dat de beste kung fu niet vanuit het Boeddhistische Shaolin-klooster in Henan afkomstig is maar vanuit de Taoïstische kloosters in Wudang. In hun Taoïstische Bijbel, de Tao Té Ching, wordt door deze kung fu monniken eveneens voortdurend gewezen op het ongekende belang van nederigheid:

“De Tao (het hemelse) pleit voortdurend voor nederigheid. Al het water stroomt immers naar het laagste punt. Daar komt alles moeiteloos naar je toe. Nederigheid leidt tot leiderschap. Het zachte en nederige zal overwinnen“.

Ook ben ik er van overtuigd dat diegene die zich te allen tijde nederig en eerbiedig opstelt in zijn leven, en niet alleen naar mens en dier maar evengoed in de richting van de alles verzorgende kosmische kracht van moeder natuur die ook wel God/Allah wordt genoemd, er naast verbeterde levensinzichten een ongekende tsunami aan kennis te wachten staat. Prins Sidhartha (de Boeddha) nam afstand van alle luxe om  zich nederig onder de mensen te begeven en hen vreedzaam te dienen. Vandaag de dag bestaan er 530 miljoen volgers van zijn wijsheden. Jezus maakte zijn intocht in Jeruzalem doelbewust op armoedige wijze op de rug van een ezel. Hij wilde slechts vreedzaam dienen in plaats van bediend worden. Zijn leer wordt anno 2020 door 2,3 miljard mensen aangehangen. Ook Mohammed riep op tot nederigheid en zijn volgelingenteller staat vandaag de dag op 1,6 miljard. Aantallen die de meest populaire vloggers en instagrammers nog maar eens moeten zien te evenaren. Want voor hun is het slechts een feestje zolang het duurt. Pas wanneer dat feestje voorbij is en zij worden vergeten, zullen zij zich beseffen hoe belangrijk zij werkelijk waren voor de mensheid. De duur van zo’n val kan emotioneel gezien ernstig lang zijn.

“Wie zichzelf verheft zal vernedert worden, maar wie zichzelf vernedert zal worden verheven”

– Mattheus 23:12 –

Er is mij weleens gevraagd of ik geloof of historische personages zoals Boeddha, Jezus, Mozes en Mohammed echt bestaan hebben. Ik geloof dat wel, maar mijn antwoord is in deze geheel onbelangrijk want ik heb daar namelijk geen wetenschappelijk bewijs voor. Niemand heeft dat. Maar maakt dat wat uit? Gaan we de vrucht op de wortel beoordelen? Van een Famke Louise en een Enzo Knol is het fysieke bestaan namelijk wel tastbaar maar zoveel wijzer worden we daar ook niet van. Master Yoda is slechts een filmpersonage uit Star Wars, maar de mensen erachter schreven fantastisch wijze one-liners.

De met vlammen omgeven beschermheilige van de martial arts, Fudo Myo (de onbeweeglijke) met in zijn rechterhand het zwaard waarmee hij de duivel weert en in zijn linkerhand een touw om (innerlijke) demonen te beteugelen zoals het ego. Met de vlammen reinigt hij zich van al het kwaad.

Waar het om gaat is dat er historisch gezien mensen zijn geweest die de krachten van het universum als een soort van Johan Cruijff van de theologie kenden en erkenden en beseften dat alles één en dat ene alles was. Watan Katanka, het grote mysterie. Zij verwierpen geweld en zagen vrede en naastenliefde als de allergrootste deugd. Wie de Chinese karakters voor de woorden “martial arts” vertaald ziet dat er letterlijk staat; “stop geweld”. In die zin zouden Jezus en Boeddha al per definitie beiden als hanshi, voorbeeldmeesters van de allerhoogste soort, mogen worden beschouwd. Pas wanneer je als martial artist beseft dat diezelfde natuurlijke kosmische zienswijze doorsijpelt tot in de allerkleinste details zoals zelfs de biomechanische beoordeling van bijvoorbeeld een zenkutsu dachi (lange pas), een yodan uke (bovenwaartse blok), een gedan-no-kamae (lage zwaardhouding) een sutemi-waza (offerworp), de strategische zienswijze van Generaal Sun Tzu of simpelweg de beoordeling van je eigen ademhaling. Pas wanneer je beseft dat alle gedragingen van zowel de dieren, planten en de weersomstandigheden van grote waarden zijn op de gedragsleer van de mens en je alles in alles terug begint te zien, pas wanneer je een dergelijk groot besef hebt weten te ontwikkelen waardoor je een ongekende vorm van nederigheid en eerbied zult gaan ervaren voor al wat is, pas dan besef je dat je voldoende ruimte hebt gecreëerd voor het ware ontwikkelproces tot meesterschap. Want enkel een praktisch spiritueel ingestelde leerling, wars van allerlei zweverige onzinpraktijken, zal uiteindelijk een ongelimiteerde toegang kunnen vinden tot de relatie van de zichtbare met de onzichtbare wereld. Met de onzichtbare wereld doel ik niet zozeer op de geestenwereld. Ik doel hier in de context van deze blog vooral op het onzichtbare in deze zichtbare wereld. Signalen die voor de meeste mensen verborgen blijven. Met eenvoudige mensenkennis kun je soms al een eind komen (instinct), maar met een krachtige spirituele onderlegging en een nederige houding kun je vroeg of laat eindeloos ver komen.

Een gelovige klant raakte in de kapperstoel in discussie met zijn atheïstische kapper. De kapper zei: “Die God van jou bestaat helemaal niet man, kijk buiten om je heen. Allemaal ellende”. De klant rekende af en liep naar buiten. Daar zag hij mensen met lange haren en baarden, waarop hij terug de kapperszaak in liep. Hij zei: “Kappers bestaan helemaal niet man, kijk buiten om je heen. Allemaal mensen met lange haren en baarden”, waarop de kapper zei: “Ja hé, ze moeten natuurlijk wel naar mij toe komen he”. Waarop de glimlachende klant knipoogde en de deur sloot.

De relatie tot de martial arts

Maar wat heeft dit alles nu zozeer met de leer van de martial arts te maken? Via beoefening van de martial arts leren we onszelf te confronteren met geweld, op realistisch korte afstand. Zelfs wapens worden niet geschuwd en ook ons ego wordt voortdurend op de proef gesteld. We lijden soms fysieke en dan weer emotionele pijnen tijdens de beoefening. Voortdurend gaan we de confrontatie aan met onszelf, met onze acceptabele en verborgen angsten. Angst is namelijk de grootste vijand. Ofwel zoals Master Yoda het verwoord: “Angst is het pad van de duisternis. Angst leidt naar woede, woede leidt naar haat en haat leidt naar lijden”. Nu zullen ‘stoere’ jongens beweren nooit bang te zijn, maar het tegendeel is waar: Stoer-doen is namelijk de ultieme manifestatie van bang-zijn. Dit leren beseffen is de eerste stap in het ontmantelen van zo’n houding. De stap die zal leiden tot beteugeling van het ego (denk aan de mythologische beschermheilige van de martial arts). Daarop zul je als een oprechte en echte beoefenaar van de martial arts begrijpen dat je de plicht hebt de woorden martial arts, ofwel het stoppen van geweld, eer aan te doen. Vanaf dat moment gaat het niet meer om wat de martial arts voor jou kunnen doen, maar wat jij met de martial arts voor de samenleving kunt betekenen. Dit is het punt waarop een leerling het verschil leert begrijpen tussen een ordinaire vechtersbaas en een respectabele krijger.

“Een krijger is niet wat jullie beschouwen als een krijger. Een krijger is niet iemand die vecht, want niemand heeft het recht om iemands leven te nemen. De krijger is voor ons iemand die zichzelf opoffert in het belang van anderen. Zijn taak is te zorgen voor de ouderen, de weerlozen, diegene die niet voor zichzelf kunnen zorgen en boven alles, de kinderen, de toekomst van de mensheid”.

Sitting Bull
Opperhoofd van de Hunkpapa Sioux
(1831-1890)

Slotpleidooi

Tot de tijd dat alles wat ik hier geschreven heb intrinsiek kan worden ervaren in alles wat je doet en denkt, tot dan blijft de martial arts niets meer dan wat het dan is; slechts een vorm van gymnastiek of sport. Een tekst als deze lezen is onvoldoende om dit alles te leren begrijpen. Deze tekst kan slechts een begin vormen van een nieuwe visie. De eerste stap in de ontwikkeling tot herziening van je eerdere opvattingen. Want fysieke training zonder mentale en spirituele ontwikkeling is even funest als alleen maar praten over de martial arts zonder daadwerkelijk te trainen. Of zoals de shintoïsten zeggen: “Visie zonder actie is een dagdroom. Actie zonder visie is een nachtmerrie“.

Ik wil mijn schrijven afsluiten door te onderstrepen dat ook ik natuurlijk op geen enkele manier pretendeer de volle waarheid in pacht te hebben, want dat heeft niemand. Een fraai aansluitend shintoïstisch gezegde luidt: “Wanneer je alles weet dan ben je verkeerd ingelicht”. Wel kan ik hier mijn persoonlijke levenservaringen en die van mijn meesters, mijn en hun zienswijze, en (verdedigbare) onderzoeksresultaten en bevindingen etaleren. Voor de rest van mijn leven dien ook ik mij in alle nederigheid open te blijven stellen voor alle vernieuwende visies en ontwikkelingen.

“In de martial arts draait alles om de kunst van het leren leven”.

Patrick Baas
Kyoshi, 7e dan.

Share Button

De Martial Arts en ‘HET NIEUWE RESPECT’

We horen mensen vaak zeggen: “Respect is niet iets wat je zomaar even kunt opeisen. Respect is iets wat je moet verdienen”. En zo is het natuurlijk ook. Toch krijg ik vandaag de dag steeds meer het gevoel dat veel jonge mensen niet langer beseffen wanneer een persoon dat respect al ruimschoots verdiend heeft en wanneer niet. We leven in een maatschappij waarin hondsbrutale vloggers en scheldende mocro-rappers ‘respect’ ontvangen terwijl sommige ouderen, die gedurende hun leven veel voor de samenleving en de maatschappij betekenden, belachelijk worden gemaakt. De vraag rijst: Is de definitie van respect betwistbaar?

Volgens de Van Dale is de definitie voor respect: Respecteren, eerbiedigen, (hoog)achten.

Ongeacht dat de definitie van een woord onbetwistbaar en absoluut onveranderlijk is, kan de beleving ervan natuurlijk wel per generatie verschillen. Een belevingsgevoel van iets is immers zonder meer onderhevig aan het tijdsbestek waarin de mens leeft. Zo zou een hedendaagse tiener verveeld en geïrriteerd kunnen raken als hij een dag niet op zijn mobiele telefoon kan, maar zou een middeleeuwse tiener gillend in paniek wegrennen en van duivelse magie spreken wanneer hij een mobiele telefoon, hypothetisch gezien, zou kunnen zien. Maar respect is daarentegen van alle tijden. Het is geen nieuw woord, geen nieuwe uitvinding. Toch merken we tegenwoordig niet zelden een sterk verschil van belevingswereld rondom dit woord. Ik noem dit voor het gemak even ‘het nieuwe respect’.

Een eye opener voor beveiligers in opleiding

Zoals sommige mensen weten leid ik ook beveiligers op aan het ROC Rivor in Tiel. Een mooi voorbeeld van hoe ik de jeugd ooit – volgens mijn ouderwetse(?) belevingswereld – wakker schudde omtrent het woord respect ging als volgt: Tijdens de introductieweek was ik natuurlijk nieuwsgierig naar wat voor een vlees ik in de kuip had. Ik wilde weten hoe sterk de nieuwe leerlingen verbaal waren en hoe zij over zelfbeheersing dachten, ofwel twee zeer essentiële zaken voor een beveiliger.
Op mijn vraag wat hen ongecontroleerd boos zou kunnen maken kreeg ik van meerdere leerlingen te horen: “Zodra ze iets verkeerds over mijn moeder zeggen”. Ik vroeg hen waarom dit hen zo boos maakte waarop zei unaniem antwoorden: “Omdat dat disrespect is”. Een aantal weken later zou ik zeer krachtig op zijn woorden terug komen. Dat gebeurde tijdens een gymles waarbij ik zag dat de leerlingen helemaal geen zin hadden om te sporten. Ze waren liever lui dan moe en dat was de hele dag al zo. Ze gooiden, mopperend en wel, één voor één het spreekwoordelijke bijltje er bij neer. Toen zij zelfs brutaal begonnen te worden tegen mij toen ik er wat van zei was daarmee de maat vol. Ik schreeuwde hen toe en riep:

“Stelletje hypocrieten!!! Boos worden op iemand wanneer deze iets over je moeder zegt, terwijl diegene je moeder niet eens kent?!? Maar jullie kennen jullie eigen moeder wel!!! Die moeder die ’s ochtends eerder opstaat dan jij om jouw brood te smeren. Die moeder die zich dag en nacht kapot werkt om brood op de plank te krijgen, het dak boven je hoofd te betalen, voor jouw een fiets of een scooter koopt en deze studie voor je betaald zodat je later een fatsoenlijke baan kunt vinden. Diezelfde moeder bedanken jullie op deze wijze door geen ene reet uit te voeren en er zo met de pet naar te gooien??!? Noemen jullie dat respect?!? Wie beledigd er nu jullie moeder?

“Wie met zijn vinger naar een ander wijst, wijst er met drie naar zichzelf

Op dat moment kapte ik de les af, pakte ik mijn spullen en vertrok. De leerlingen verbijsterd achterlatend. De reacties bleken achteraf zeer positief te zijn, zowel van het management als de leerlingen zelf. Ik had hun ogen geopend en de rest van het jaar had ik er nagenoeg geen omkijken meer naar. Zij leerden die dag inzien dat respect in woorden niets zegt, maar dat respect te allen tijde getoond dient te worden door middel van actie. Ook kwam ik later bij hen terug vanwege het feit dat het woord “disrespect” door hen werd gebruikt. Ik legde hen uit dat wanneer zij als beveiligers serieus genomen wilden worden zij beter in correct Nederlands dienden te spreken, namelijk door het woord “respectloos” te gebruiken.

Het ‘moderne respect’ binnen de martial arts

Door de sterke individualisering van de moderne maatschappij zien we eveneens veel martial arts beoefenaars geen enkel respect meer tonen in de richting van hun eigen leraar, ofwel sensei. Wel met woorden natuurlijk maar evenmin met daden. Zij respecteren hun sensei omdat het hen slechts op dat moment goed uitkomt. Het respect dient hen als het ware, want door hoog van de daken te schreeuwen over hun sensei zeggen zei eigenlijk: IK heb de beste leraar uitgekozen die MIJ het beste van het beste leert. Met andere woorden: “ZIE HIER: IK BEN (EEN VAN) DE BESTE VAN DE BESTE. ZIEN JULLIE DAT?”. Respect in zijn onzuiverste vorm. De intentie erachter onthult zich meestal op het moment dat deze naar complimenten snakkende strevertjes niet snel genoeg door hun sensei in de door hen gewenste schijnwerpers op een podium worden geplaatst. Dan barst de bom en gedragen zij zich als de boze stampevoetende stiefmoeder van Sneeuwwitje met alle valse vervloekingen van dien. Pas dan komen hun ware intenties tevoorschijn. Opvallend detail: Dergelijke onzekere leerlingen blijken niet zelden hun hele emotioneel instabiele privéleven publiekelijk op social media te etaleren. Is dit een neveneffect van de wegwerpmaatschappij waarbij de sensei niet langer meer voorstelt dan de kruidenier op de hoek? Een instelling waarbij de betalende klant koning is? Natuurlijk is dit laatste niet alleen iets van deze tijd, maar de frequentie waarmee dit gebeurt is dat wel en dit baart mij soms weleens zorgen. Uiteindelijk kan, wanneer deze negatieve trend toe zou nemen, dit ertoe leiden dat de beste martial arts leraren zich steeds meer terugtrekken om zichzelf de energie te besparen.

Jonge “sensei” en de oudere garde

Zelfs relatief jonge sensei tonen soms geen enkel respect meer in de richting van de oudere garde. Alsof het nu ‘hun beurt’ is om in het licht te staan en die positie claimen zij dan ook vaak zonder enig gevoel van schaamte. Zichzelf bedienend van betweterige stellingen en een ongepast arrogantieniveau waarmee zij hun zelfverhevenheid podium bieden; liefst nog een stuk hoger dan dat van hun eigen leraar, want anders is hun misleidende valse ego immers niet echt goed verdedigbaar. Ze prijzen zichzelf(!) letterlijk de hemel in. Alles onder het mom van ‘je moet strijden voor je plek want als je jezelf niets verbeeld dan ben je niets’. Dat terwijl zij het hier over pioniers hebben aan wie zij te danken hebben dat zij in het heden een meer geavanceerde versie mogen beoefenen van wat deze mannen ooit zelf op hun beurt van hun leraren leerden. Dat is zo stompzinnig als een dakpan die zich verheven voelt ten opzichte van de fundering waarop hij steunt! En dit is mijn inziens waar het helemaal mis gaat met ‘het nieuwe respect’. Adoratie en respect lijken stelselmatig met elkaar te worden verward en mogelijk heeft social media een essentiële rol gespeeld in de cultivatie van dit type gedrag.

“Wanneer je over de martial arts leert, leer je eigenlijk over respect”

– Jacky Chan –

Zelfs bij leraren die wel ooit het beste voorbeeld aan dergelijke leerlingen gaven – en die zijn er gelukkig nog voldoende – zien we dat deze regelmatig als een zak vuil aan de kant worden gezet, soms om de kleinste akkefietjes. Ik heb met mijn oud leraar Pardoel héél wat ruzie gehad. Daar lusten de honden geen brood van. Niet dat ik zo hondsbrutaal was en geen respect toonde, integendeel, maar mijn sensei (of sabum zoals ik hem noemde) kon standaard(!) meer dan het onderste bij je uit de kan halen en dat ging er nooit zachtzinnig aan toe, zo ook niet op mentaal of emotioneel vlak. Maar boos blijven op hem? Mijn respect verliezen? Dat nooit. Soms kon ik hem wel letterlijk wurgen, maar tot op de dag van vandaag ben ik hem eeuwig dankbaar voor alles wat hij mij daarmee heeft geleerd. Dat is wat ik persoonlijk versta onder de ouderwetse invulling van respect.

Respectloos gedrag en een gebrek aan intelligentie

Een gebrek aan respect komt niet zelden voor uit een gebrek aan intelligentie. Uiteraard wil ik niet stigmatiseren en zijn er natuurlijk ook intelligente mensen die geen respect lijken te kunnen tonen en minder intelligente mensen die dat wel doen. Laat daar geen misverstanden over bestaan. Maar in bijzonder veel gevallen gaan respectloos gedrag en pure dommigheid prima hand in hand. Wanneer we op Youtube kijken zien we voorbeelden in overvloed. Mensen die bij het in actie zien van de 89-jarige ninja-grootmeester Masaaki Hatsumi het filmpje becommentariseren met een: “Conor McGregor( 32) zou hem helemaal verrot schoppen LOL” en “Hij zou het nog geen halve minuut uithouden in de octagon (UFC ring)”. Ook de doden worden niet langer gespaard. Complete discussies over hoe de in 1973 overleden Bruce Lee, die zijn reputatie niet meer kan verdedigen, het tegen deze wereldkampioen zou doen. Maar ook bij het zien van tv-beelden waarin de beroemde Nederlandse mma-vechter Joop Kasteel een mma- en kickboksschool in Amsterdam bezocht, bekroop mij het gevoel van ‘jongens, waar is het respect toch gebleven’. De 54 jarige Joop, die zijn topjaren tussen 1996 en 2005 beleefde, was van een andere generatie dan de aanwezige jongeren die hem duidelijk niet herkenden. De sportschoolhouder, een goede vriend van Kasteel, stelde hem voor als ‘een levende legende’ en legde aan de jongeren uit dat Joop ernstig aan kanker had geleden en daardoor sterk vermagerd was. De jongeren keken Kasteel stuk voor stuk aan met een ongeïnteresseerde blik aan alsof ze wilde zeggen “wat interesseert mij die ouwe nou man”. ‘Het nieuwe respect’ is vluchtig en lijkt alleen nog te gelden voor datgene wat in het hier en nu waarneembaar is.

Is respect in de martial arts belangrijker dan bij voetbal?

Toen ik ooit wat over respect opperde bij een avondje visite, ging een dame tegenover mij in het verweer. Zij vond dat dit niets met de martial arts te maken had maar dat het doorgaans een gebrek aan fatsoen betrof dat zich net zo goed bij tennis of voetbal voordeed. En ondanks dat deze dame wellicht gelijk had toen zij zei dat dit ook bij andere sporten gebeurden, vond ik dit absoluut onvergelijkbaar. Want wanneer iemand geen respect toont als tennisser of voetballer dan is hij slechts wat hij is, namelijk een onbeschofte en ondankbare tennisser of voetballer. Verder niets. Tennis en voetbal zijn immers geen sporten die je kunt misbruiken. En dat is bij de martial arts wel een ander verhaal. Want naast het zijn van een onbeschoft en ondankbaar figuur, kan een vechtsporter met een verkeerde instelling al snel in een persoon veranderen die, al dan wel of niet gewild, ook nog eens zwaar lichamelijk letsel of zelfs doodslag teweeg zou kunnen brengen. Respect is in die zin namelijk ook gerelateerd aan iemand zijn zelfbeheersing! Een gebrek aan respect kan immers leiden tot een versterkte drang naar dominantie, overheersing, macht en aanzien. En bij de absentie van enige vorm van basisrespect zullen dergelijke krachtige factoren als een neerwaartse katalysator gaan werken op dergelijke personen. De destructieve werking die daar vanuit gaat in de richting van vriendschappen en familiebanden zijn onnodig om te belichtten.

“Alles begint en eindigt bij jezelf”

Zoals ik al aangaf was mijn oud-leraar sabum Louis Pardoel, die in 2011 overleed, er een van de onbetwiste oude stempel. Ging er iets fout dan was het altijd(!) je eigen schuld. Nooit mochten we de schuld bij de ander zoeken, zelfs niet wanneer een probleem toch echt overduidelijk en bewezen door een ander was veroorzaakt! Een fraai voorbeeld hiervan is het volgende verhaal: Op een dag, het moet ergens eind jaren ’80 zijn geweest, vocht ik een full contact wedstrijd en kreeg ik een trap volop in mijn kruis. Ik bestierf het van de pijn en zakte in elkaar. Uiteraard legde de scheidsrechter de wedstrijd direct stil en de ehbo-ers kwamen al snel ter plekken. Dit zou voor veruit de meeste coaches het moment zijn geweest om door het lint te gaan en bij de jury gerechtigheid te eisen. Maar bij ons geschiedde dat anders… Liggend op de grond en creperend van de pijn voelde ik een lichte maar scherpe trap van een voet tegen mijn schouder. Ik herinner mij zelfs nog haarfijn hoe de gezichten van de ehbo-ers samen met mij verschrokken opkeken. Daar stond mijn leraar. Uiteraard kon ik het met een van zijn bekende one-liners doen: “Zeg wanneer heb ik jou jezelf met je zak leren verdedigen?” Hij kon dan boos op je zijn zonder ook maar één woord aan je tegenstander en zijn overtreding vuil te maken. Medelijden was er nooit bij waarmee hij ons in alle stilte leerde: “Kijk naar binnen!! JIJ en alleen JIJ bood hem de kans om een zwakke plek in jouw verdediging te vinden!” Dit bleek voor mij op latere leeftijd een les voor mijn hele leven….

“De leer van één deugdzaam persoon
kan velen beïnvloeden;
Dat wat goed geleerd is door één generatie

kan worden doorgegeven aan een honderd anderen”


– Kano Jigoro –

Terug naar het voetbal

En om deze reden kom ik even terug bij het voetballen. Want ook hier mag de zeer krachtige, negatieve invloed van gebrek aan respect nooit worden onderschat! Voetballers houden zich dan misschien wel bezig met een onschuldig spelletje, maar de weerga op de houding van voetballende jongeren is enorm. Het zijn vaak deze jongeren, die zich niet leren beheersen maar wel leren schelden en gewend zijn om altijd met hun vinger naar de ander te wijzen. Een houding die ook op hun verdere leeftijd voorgoed een belangrijke stempel zal drukken. Het zijn dit type mensen (en dus natuurlijk niet alle voetballers in het algemeen) die voor veel ellende in de levens van anderen zullen zorgen en eerder agressie en geweld zullen vertonen en uitoefenen dan menig beoefenaar van de martial arts.

Ik zie viaducten volgespoten staan met teksten als “Ajax F-Side” en “K@nk#er Feyenoord”. Ik zag het geschreven staan aan de binnenkant van een toiletdeur van een sjiek restaurant: “PSV forever” en zelfs met aanstekers gebrand staan in het plastic kader van de pinautomaat van een bank: “F-Side Joden”. Nog steeds wacht ik op de eerste graffiti die zegt: “Karate rules” of “F#ck Aikido h@m#’s”. Ik denk echter dat het wachten daarop nog heel lang zal gaan duren. Voetbalrellen kosten de maatschappij jaarlijks vele miljoenen terwijl dergelijke situaties op bijvoorbeeld een judo-toernooi nog nooit hebben plaatsvinden. “Maar dat heeft helemaal niets met voetbal te maken” roepen de echte liefhebbers en dat wil ik ook graag geloven. Toch gebeurt het doorgaans alleen bij voetballen en dus mogen we hier uit opmaken dat het een bepaald publiek met een bepaalde mentaliteit trekt. Daar waar in vroegere tijden voetbalwedstrijden nog werden bezocht door vaders en opa’s in driedelig pak, samen met hun kinderen en kleinkinderen, is de hedendaagse beleving van voetbal met de tijd sterk gedegradeerd en dus herhaal ik hier de vraag nogmaals: Is de definitie van respect betwistbaar?

“Wanneer mensen jou respecteren, respecteer hen dan ook.
Wanneer zij jou niet respecteren, respecteer hen dan alsnog.
Zij vertegenwoordigen immers hun ideologie

terwijl jij de jouwe vertegenwoordigd”.

De stagnering van respect is een gezamenlijk probleem

De martial arts, ofwel militaire kunsten, zijn eeuwenoude dodelijke gevechtsmethodes die door de sensei (vergelijkbaar met een officier) aan de leerlingen (vergelijkbaar met militairen) met behulp van een stalen discipline en intrinsiek respect dienen te worden bijgebracht. Want een soldaat die enkel zou leren moorden ‘alsof het een sport is’, zonder de daarbij behorende morele eigenschappen, zou immers al snel veranderen in een groot gevaar voor de maatschappij en zichzelf. Maar daar waar de oude krijgskunsten door eeuwen van oorlogvoering en traumatisering zich collectief conditioneerde met de lange termijneffecten van agressie, is dat bij beoefenaars van een reguliere sport vanzelfsprekend een stuk onduidelijker. En dat is jammer. Want om de jeugd te leren inzien wat nu werkelijk het woord respect inhoudt, zouden we er primair goed aan doen te leren inzien dat dit een gezamenlijk maatschappelijk probleem is geworden waaraan iedereen zijn steentje bij dient te dragen. Dit schrijf ik, ondanks dat ik daarbij besef dat iemands genen en karakter eveneens een onlosmakelijke rol kunnen spelen in de cultivatie van respect. Want ondanks dat positiviteit en realiteit niet altijd gelijk met elkaar optrekken, ben ik ervan overtuigd dat ieder individu binnen zijn directe leefomgeving voor een sneeuwbaleffect kan zorgen waardoor de werkelijke hufters weer ouderwets zichzelf zouden vernederen. De maatschappij zou er goed aan doen dergelijke individuen collectief langs de zijlijn te plaatsen (lees: buitensluiten) en niet langer toestaan dat zij zichzelf een erepodium verschaffen.

Oprechte nederigheid is een groot goed en daarom sluit ik deze blog af met een oud Nederlands gezegde: ‘Een blij gezicht opent alle harten’. En hierin zou een ieders allereerste begrip van ware zelfverdediging verscholen moeten liggen, namelijk ‘er niet zijn’.

Patrick Baas,
Kyoshi, 7e dan.

Share Button

De SHUHARI-filosofie en het leerproces

Ik schrijf dit stuk aan de hand van mijn vorige blog waarbij ik de Japanse term “Shuhari” opperde. Shuhari staat voor de drie fasen van het groeiproces en het leek mij een goed idee om hier vandaag eens wat dieper op in te gaan. Dit keer maak ik symbolisch gebruik van het groeiproces van de bonsai. Voor diegene die mijn vorige blog gemist hebben, heb ik hieronder een beknopte uitleg uiteen gezet.

Shuhari, de drie stappen van het groeiproces

In Japan kent men de shuhari-filosofie dat gebruikt wordt om het groeiproces in drie stappen mee aan te duiden. ‘Shu’ staat voor het begin van het leerlingschap; de leraar doceert en begeleidt de leerling. ‘Ha’ staat voor het ontwikkelingsproces van de leerling waarop hij/zij zelf keihard aan de slag gaat met alles wat er geleerd is en nog verbetert dient te worden. Men volhard als het ware in de opgedane kennis en begint aan een intensief polijstingsproces. ‘Ri’ staat voor het zelfstandig zijn en ‘klaar zijn’ met dit proces. Dit is de fase waarin de leerling de meester wordt en anderen gaat helpen met hun ‘Shu’ fase. In zekere zin is dit geheel vergelijkbaar met de ouder-kind-relatie en het volwassen worden.

Bonsaibomen worden sinds The Karate Kid films uit de jaren ‘80 nog steeds regelmatig geassocieerd met de karatewereld. Mr. Miyagi (gespeeld door acteur Noriyuki Pat Morita) was een fervent bonsai-liefhebber en uitte meerdere malen prachtige levensfilosofiën uit die in relatie stonden tot zijn hobby. Echte wilde bonsaibomen zijn zelfs in Azië zeer zeldzaam en zijn vele tienduizenden euro’s waard. Vrijwel alle bonsai die we in winkels aantreffen zijn dan ook gestekt, gesnoeid en geleid met koperdraad. Precies zoals ouders, grootouders en leraren hun kinderen en leerlingen met wijze raad, tips en adviezen begeleiden om een bepaalde richting op te groeien (Shu).

Deze wijze raad, ofwel geestelijke voeding, komt – net zoals regen de wortels van de bomen van water voorziet – vrijwel altijd van boven ofwel van hogere hand zoals ouders, ouderen en leraren. De levenscyclus waarmee Moeder Natuur ons al eeuwen bediend. In de tienertijd raken pubers vaak rebels en beginnen zij zich tegen alles om hen heen te verzetten. Net als karateleerlingen die klaar zijn voor een volgend niveau zich kunnen beginnen te vervelen. Dan is het net als bij het kweken van bonsai van belang om tijdig de te krappe pot te vervangen door een pot die meer ruimte biedt voor de groei van de wortels. Bij bonsaipotten is het tevens essentieel dat er gaten voor de waterafvoer in de bodem zitten anders ‘verdrinkt’ de bonsai letterlijk. Net als tieners en karateka in hun eigen zoektocht naar kennis en levensvragen figuurlijk kunnen ‘verdrinken’ (lees: overstuur of oververmoeid raken) indien zij niet op tijd hun rust en vertier nemen. Zij dienen daarbij goed te worden begeleid door hun ouders en leraren. Vraagstukken of hun vriendje of vriendinnetje wel of niet goed genoeg voor hen is, over welke sport te beoefenen, welke school te kiezen en  welke leraar het beste voor hen zou zijn maken allen deel uit van dit groeiproces. Maar net zoals de appel niet ver van de boom valt, dienen de antwoorden  meestal op relatief korte afstand van het probleem te worden gezocht.  

Noriyuki Pat Morita in de rol van karatemeester Mr. Miyagi.

Op een avond woonde ik uit interesse een avond bij van een bonsaihoudersclub in ‘s-Hertogenbosch. Niet dat ik bonsai kweek of de intentie had om dit te gaan doen maar ik was eenvoudigweg door een kennis uitgenodigd. Daar stak ik een aantal praktische tips op van de aanwezige bonsaiexperts die ik direct wist te vertalen naar het leerproces binnen de martial arts en het leven. De bonsai-les van die avond ging namelijk over het groeien van sterke bonsaisoorten op een zacht-houten (zwakke) ondergrond en van zwakke bonsaisoorten op een hard-houten (sterke) ondergrond. Hiermee wordt het principe bedoelt dat de wortels van een bonsai in, om en op een andere houtsoort kunnen groeien. Terugvertaald naar de principes van de kosmos moest ik meteen denken aan de lessen over yin & yang en de relaties tussen mensen onderling.

Balans is het codewoord van Moeder Natuur. Maar een perfecte staat van balans is niet voor alle mensen een dagelijkse aangelegenheid. Sommige mensen hebben nu eenmaal een zwak karakter en hebben dus baat bij een partner met een sterker karakter. Andersom geldt precies hetzelfde principe. Hierdoor kan het soms lijken – of eenvoudigweg zo zijn – dat één van de twee partners wat bazig over kan komen. Maar soms is deze ogenschijnlijk scheve balans nodig om verder te groeien. Een zeer intelligent persoon zou bij het aangaan van een relatie met een veel minder intelligent persoon mogelijk een enorme uitdaging te wachten staan. De intelligente persoon zou misschien zijn of haar niveau regelmatig moeten verlagen om tot de minder intelligente persoon door te kunnen dringen. Een minder intelligent persoon zal door de jaren heen hierdoor automatisch verstandelijk groeien en als het ware worden opgetild naar een hoger intelligentie-niveau. Het groeit op een harde solide ondergrond. Daarentegen voedt ook de harde, solide ondergrond zich onbewust en op natuurlijke wijze aan de zachte bonsaisoort. Evenals de intelligente mens zich rationeel bekommerd om en voedt vanuit de natuurlijke behoefte om te dienen, zo dienen emotioneel zachtaardige mensen weer op hun beurt door de rationele mens emotioneel (EQ) te verzorgen. Ook sterke bonsai (intelligente personen) kunnen dus stevig wortel schieten  (groeien) op zwak hout (minder intelligente personen).

Maar zoals ook het groeiproces van iedere bonsai, kan ook iedere relatie tijdens het groeiproces aan een ongebalanceerde voeding ten onder gaan. Niet alleen een gebalanceerd voedingspatroon (verzorging, regelmaat en zekerheid) vormt de balans voor een gezond groeiproces van de bonsai. Zo ook de hoeveelheid daglicht (warmte), wind (variatie, lichamelijke beweging), beschutting (veiligheid, rust en bescherming) en het snoeien van overbodige takjes en bladeren (verwijderen van overbodige, energieverspillende, stress veroorzakende factoren) dragen bij aan het succes of de ondergang van een ieders groeiproces. Maar wanneer zowel intelligentie en emotie, hard- en zachtaardigheid bereid zijn elkaar op gepaste wijze aan te vullen en van elkaar te leren, dan kan men in de loop der jaren een ongekend prachtige bonsai (relatie) creëren. 

Daarentegen kunnen (alleen bij de mens) magnetische pluspolen ook andere pluspolen aantrekken en minpolen andere minpolen. Daar waar een magnetische, scheikundige kracht direct tegen begint te werken, willen mensen dergelijke tegenstrijdige gevoelens weleens negeren en in de een of andere vorm van relatie stappen. Een situatie die natuurkundig gezien gedoemd is om te mislukken.   In het kader van deze blog lijkt vooral de factor leraar-leerling van belang te zijn maar niets is minder waar. Ieder mens kan op ieder moment van de dag van een ander mens of zelfs dier wat leren. Men zou er dan ook goed aan doen om deze tekst vanuit die visie te benaderen.

“De ware wetenschap van de krijgskunsten betekent dat je deze dient te beoefenen op een manier waarop deze op ieder moment van nut zijn, en deze te onderwijzen op een manier zodat zij nuttig zijn in alle dingen”.  

– Miyamoto Musashi – 

In de vele jaren die ik lesgeef in de oosterse krijgskunsten heb ik een aantal keren leerlingen bij mij over de vloer gekregen die ik helemaal niet zag zitten. Slechts twee keer heb ik zo’n leerling weggestuurd omdat ik zag dat het onbegonnen werk was om nog iets aan hun inzichten te veranderen. Foute mensen ofwel ‘dood hout’ om het maar in de context van dit verhaal te noemen. In veruit de meeste gevallen hou ik wel van een uitdaging want daar waar waar velen een kant en klare bonsai kopen ben ik in deze maar al te graag bereid er zelf een te leiden. Ik kan mij een reeks leerlingen herinneren die allen met zeer uiteenlopende problemen bij mij op de les verschenen. Twee van hen hadden door een nare jeugd met ernstige agressieproblemen opgebouwd. Pure frustratie en wantrouwen tegen de wereld om hen heen. Zij vochten veel op straat. Het waren zelf geen verkeerde jongens althans geen ruziezoekers, maar zij weigerden opzij te gaan voor kwaadwillenden. Dit probleem was voor mij zeer herkenbaar. Zelf was ik immers ook opgegroeid op een harde ondergrond, maar had ik dit probleem gelukkig al lange tijd geleden overwonnen. Ik weet nog hoe één van hen mij vertelde dat hij via via gehoord had dat ik hem met dit probleem zou kunnen helpen. Dat ervoer ik als een groot compliment. Beiden slaagden uiteindelijk in hun doelstelling, namelijk om hun balans met het zachte terug te vinden en een van hen werd later zelfs een van mijn assistenten. Een voorbeeldleerling.

Op de bladeren en vruchten na vertoont een boom aan de bovenzijde (buitenzijde) vergelijkingen met zijn onderzijde (binnenzijde)

Ook mensen met autisme bleken verscheidene keren goede baat te hebben bij karatelessen. Zij werden zelfverzekerder en leerden vaak beter omgaan met het idee dat nu eenmaal niet alles duidelijk kan zijn. In tegenstelling tot de zekerheid die autisten zo hard nodig hebben, gebruikte ik soms doelbewust verwarringstactieken. Mijn overtuiging in de context van het bonsaiverhaal is dan ook dat er door een goed leraar altijd naar een gebalanceerde verhouding moet worden gezocht tussen een harde aanpak (bij zachtaardige leerlingen) en een zachte aanpak (hardhandige leerlingen), tussen onophoudelijk leren doorzetten (luiheid ontnemen, discipline versterken) of juist leren om op tijd rust te nemen (fanatisme indammen), tussen een rechtstreekse aanpak (confrontatietactiek bij zelfmedelijden) of een indirecte aanpak (bij ernstig gekwetsten) van een emotioneel probleem, tussen het scheppen van verwarring (bij mensen die een buitenproportionele behoefte aan zekerheid hebben zoals autisten) of juist duidelijkheid (bij mensen die in verwarring leven). Meebewegen is belangrijk maar regelmatig tegenwind geven is hierin minstens zo belangrijk. Vergeet niet dat alle bomen aan hun dagelijkse gymnastiek toekomen door de (tegen)wind die hen vitaal en fit houdt.

“Zien jullie niet hoe Allah een vergelijking maakt met een goede uitspraak, die als een goede boom is, wiens wortels stevig in de grond staan en de takken naar de hemel reiken? Hij geeft zijn vruchten in elk seizoen, met de toestemming van zijn Heer, Allah geeft gelijkenissen voor de mensheid”.

Soerah 14 – Ibrahim
(De Koran)

Om deze reden werken veel oosterse meesters dan ook graag met korte raadsels, zoals bijvoorbeeld de zogenaamde koans uit het Zen-Boeddhisme. Overenthousiaste leerlingen kunnen zich hierdoor met een kluitje het riet ingestuurd voelen, maar dit is dus met een reden. Door een leerling tot denken aan te zetten is hij verplicht om de nodige rust en bezinning te aanvaarden. In mijn uitgave “Kempo Karate. De weg naar meesterschap” legde ik eerder het een en ander uit over de dodelijke en niet dodelijke muizenval. Dit verhaal ging over goede en verkeerde keuzes maken binnen de budo- of vechtsport en over de begeleidende rol hierin van leraren, medeleerlingen en ouders. Iedere authentieke martial art haalt namelijk het beste in je naar boven. Altijd. Is dat niet het geval dan weet je dat je op het verkeerde spoor zit of een verkeerde leraar in de arm hebt genomen en is het van belang tijdig van rails te wisselen. Het antwoord ligt meestal op relatief korte afstand van het probleem.

Dat de bonsai weleens wordt vergeleken met het ‘Shuhari’ principe is niet zo vreemd. De vertakkingen van het wortelachtige zenuw-, spier- en aderstelsel van het menselijk lichaam lijken op de wortels van een boom. (foto: tentoonstelling Bodies)

Het grootste handicap van tieners, en dus zo ook jonge leerlingen binnen de martial arts, is dat zij regelmatig weigeren te luisteren naar hun ouders of hun leraar. Het is daarbij hun goed recht om niets in dit leven voor lief aan te nemen. Doch, wanneer een groeiende bonsai voortdurend het water uit de hemel zou weigeren, zou hij uitdrogen en uiteindelijk opdrogen. Tieners en beginnende leerlingen doen er dan ook goed aan te beseffen dat zij zichzelf vroeg of laat in minder goede staat zullen aantreffen indien zij voortdurend weigeren om adviezen van hogere hand tot zich te nemen. Niet alleen van hun sensei (leraar) maar ook van de assistenten. Zo nu en dan kunnen bonsaibomen er juist sterker van worden indien zij enige tijd van water verstoken blijven (verwarring, dolen), maar uitgedroogde bonsaibomen (ontspoorde tieners of leerlingen) zullen de samenleving op geen enkele manier van nut zijn. Want wie tegen de cyclus van Moeder Natuur in gaat komt er vroeg of laat achter dat hij als een vis tegen de stroming inzwemt. Een strijd die een ieder vroeg of laat zal verliezen. En het frappante is dat er ook in dit verlies telkens weer een wijze les van Moeder Natuur verscholen ligt.

“Verbeelding is belangrijker dan kennis omdat kennis gelimiteerd is aan alles wat we weten en begrijpen,
terwijl verbeelding de hele wereld omarmd en
al wat er te weten en te begrijpen valt.
Het ware teken van intelligentie is niet kennis maar verbeeldingskracht”.

– Albert Einstein –

Zoals de wortels bomen voeden en het (visueel gelijkende) ader- en zenuwstelsel de mens, zo voeden (visueel gelijkende) bliksemschichten de lucht met triljarden luchtzuiverende ionen. Alles is één.

In ons vorige huis hadden wij een hal met een wand die was opgebouwd uit kleine houten strips. En ondanks dat dit hout al vele jaren dood en reukloos is, begon het direct zodra het buiten begon te  regenen weer naar vers hout te ruiken. Alsof het na al die jaren steeds weer ontwaakte, snakkend naar het voedende natuurelement dat het voorheen leven schonk, namelijk water. Ik wil hierin alles behalve zweverig overkomen want dat is iets waar ik oprecht een hekel aan heb. Maar ik kan het niet anders omschrijven. Het bleef telkens weer een bijzondere gewaarwording dat ook door familie en vrienden die ons bezochten niet onopgemerkt bleef. En zo beseft men telkens weer dat het ene gelijk aan alles is en dat alles gelijk is aan dat ene. De verborgen lessen van de kosmos die eigenlijk niet eens zo verborgen zijn…. Men moet alleen er voor open willen staan om deze te willen zien.

Patrick Baas
Kyoshi, 7e dan.
(professor in de martial arts)

Share Button