Dan-graden. Een vloek of een zegen?

Vanavond sprak ik een oude man aan de telefoon. Het betrof een karateleraar die ik nog niet kende. Hij belde mij op met de emotionele vraag of ik dacht dat het tij misschien nog ooit te keren zou zijn in de budowereld. Ik vroeg hem wat hij daarmee bedoelde, waarop hij los brandde over de dan-graduaties, de dan-jagers en de daarmee verschrikkelijke egotripperij die de martial arts wereld vandaag de dag nog erger overspoeld dan ooit tevoren.

Ik vertelde hem dat ik daar geen zinnig antwoord op kon geven. Er wordt weleens gezegd dat de geschiedenis in golfbewegingen werkt. Normen en waarden vervagen, dat is een feit, maar de aandoenlijke houding van egotripperij en haantjesgedrag zal men wellicht in iedere sport aantreffen. Maar het klopt dat het binnen de martial arts, een kunst waarvan de beoefenaars veel beter zouden moeten weten, wel degelijk een zeer groot probleem is gaan vormen.

Ik bemerk dat zelfs binnen mijn eigen gelederen, ongeacht wat ik er ook over vertel. Telkens knikken mensen instemmend en geven zij aan het helemaal met mij eens te zijn totdat…. totdat ze denken dat het hun tijd is om te promoveren, afgaande op de vastgestelde ‘minimale’ wachttijden (minimaal… dat woord zegt genoeg). Dan wordt die dan-graad plotseling heel erg belangrijk! De meest aandoenlijke onder ons zijn zelfs bereid er bakken met geld voor neer te tellen en dan liefst zonder examen een hogere graduatie opstrijken! Velen proberen zelfs schaamteloos hun wachttijd te verkorten of proberen zoveel mogelijk leerlingen zo snel en zo jong mogelijk te promoveren. Weer anderen richten speciaal hiervoor hun eigen bonden op en gradueren elkaar om de meest belachelijke drogredenen. Cross Ranking en het verlaten van hun eigen vaste meester ‘omdat hij niet snel genoeg promoties verstrekt’ (inclusief zwartmakerijen) wordt daar niet bij geschuwd. De reden? Dat heb ik mij ook bijzonder vaak afgevraagd.

Is het de angst om niet meer mee te tellen? Achterop te raken bij de anderen trainingspartners? Tegen anderen kunnen zeggen hoe “hoog” en “goed” ze wel niet zijn? Voelen zij zich verheven door dat ene streepje? Ik heb werkelijk geen flauw idee! Ik heb me persoonlijk nooit met zulke onzinnige flauwekul ingelaten want dan zou ik me compleet verlagen tot een niveau ver beneden alle budo(geloof)waardigheid. Nu zullen sommige zeggen: “Maar Patrick, jij hebt makkelijk praten met je 7e dan”.

Daarover het volgende. Om te beginnen heb ik mijzelf altijd voor laten dragen door mijn eigen meesters en heb ik mij enkel laten gradueren door enkele van de meest beroemde meesters en grootmeesters. Ik heb daar zelf nooit om gevraagd. Zij bepaalden wanneer ik er klaar voor was en niemand anders. Vragen om een dan-examen werd vroeger door mijn leraar bestraft met een jaar lang allerlei onverpakte verwijten die je naar je hoofd geslingerd kreeg zoals: “En jij wilde op examen?? Leer eerst maar eens fatsoenlijk je kata!!” of “Moet ik jou dat nog uitleggen hoe je die beweging moet maken?? En dan durft jij om een dan-examen te vragen?? Je zou je diep moeten schamen!”
En zo hoorde het ook…. de meester bepaalde wanneer je zover was. Niemand anders. Niet dat ikzelf er ook maar één keer om gevraagd heb maar ik ben er wel enkele keren getuige van geweest, inclusief de gevolgen. Doordat mijn meester je daarop publiekelijk aan de schandpaal nagelde was voor iedereen duidelijk dat je daarvoor niet bij hem aan moest kloppen. Tegenwoordig zien we veel leraren apentrots pronken met de zwarte banden die hun leerlingen hebben behaald. Maar wanneer een leraar trots is op een leerling, dan zegt dat veel over zijn/haar volslagen verkeerde visie op het totaalplaatje.

De meester beslist wanneer het zover is en dat is ook de enige logische weg. De meester is je immers voorgegaan en heeft dus als enige het beste uitzicht op de weg die je moet bewandelen. De meester oordeelt oprecht wanneer het tijd is.  Twijfel je daar aan? Wat doe je dan bij die meester? Wie gaat er nu in hemelsnaam in de leer bij iemand waar je aan twijfelt? Twijfel je niet aan zijn oordeel maar voelt het toch niet helemaal goed? Wellicht ligt je gevoel dan in je eigen ego verscholen en vindt je jezelf, geheel ongepast, beter dan je in werkelijkheid bent. Mogelijk vindt je jezelf zelfs beter dan anderen binnen de club waar je traint en snap je maar niet dat je meester niet hetzelfde lijkt te zien? Ook in dat geval twijfel je dus: Either way, make up your mind!

Ik denk met veel liefde en plezier terug aan mijn grote vriend Sifu Jim Bax (78) die eerder dit jaar helaas overleden is. Hij was één van de grootste kempo legendes van Nederland maar was na de 3e dan gestopt met het behalen van graduaties. Reden? Zijn leraar Sifu Faulhaber was overleden en hij wilde geen andere Sifu meer. Een andere grote vriend van mij, Sifu Cor van den Broek (72), beschikt eveneens “maar” over een 3e dan-graad en traint nu (met een veel grotere berg aan martial arts ervaring dan ik) bij mij als leerling. Ook hij had er geen behoefte aan om verder te gradueren. En ondanks dat ik over een 7e dan-graad beschik voel ik mij alles behalve ook maar een millimeter meer meester dan hen. Integendeel! Ik, als 47 jarige, beschouw hen beiden tot op de dag van vandaag als veel grotere meesters dan mijzelf waar ik nog veel van kon en kan leren. Zij ademen de ware weg van Budo: Soms een leraar, altijd een leerling.

Leerlingen vragen weleens: “Patrick, wanneer mag jij voor de 8e dan op?” Ik denk dan oprecht: I COULDN’T CARE LESS! Iedereen herinnert zich nog vast de uitspraak van Mr. Miyagi in The Karate Kid van 1984: “Karate hier (verwijzend naar zijn hoofd), Karate hier (verwijzend naar zijn hart), Karate nooit hier” (verwijzend naar zijn middel). De echte Mr. (Chojun) Miyagi overleed in 1958 en had inderdaad zijn leven lang geweigerd ook maar één dan-graad te verstrekken. Naarmate ik ouder wordt begin ik ook zijn zienswijze steeds beter te begrijpen.

“Maar Patrick…. wat hebben die dan-graden dan eigenlijk voor zin als ze voor zoveel problemen zorgen?” Mijn antwoord daarop is vrij simpel: “Dan-graden kunnen niet voor problemen zorgen, dan kunnen alleen de mensen die ze dragen”. Katoen vecht niet. Ook maakt een zwarte band je niet gevaarlijk. Je zou er iemand mee kunnen wurgen maar daarvoor zou die band net zo goed wit kunnen zijn. Een leren broekriem of een schoenveter volstaat ook, dus… nee… die zwarte band geeft je geen superkrachten. 

Een ander vreemd fenomeen zijn de leerlingen die stoppen zodra ze hun zwarte band hebben behaald. Alsof het HET onnozele doel op zich was. Aan mijn leerlingen leg ik vrijwel alles in metaforen uit omdat dit vaak beter tot de verbeelding spreekt. Humor wil daar ook nog weleens bij helpen. Zo verklaar ik bijvoorbeeld de gekleurde banden als een leerproces dat vergelijkbaar is met een kok in opleiding. Eerst leert hij alles over hygiëne in de keuken (witte band), daarna leert hij alles over zijn gereedschappen zoals de verschillende type messen, pepermaler, rasp, eiersnijder, de oven enz. (gele band), vervolgens leert hij alles over de verschillende soorten vlees en vis en hoe er mee om te gaan (oranje band), over de verschillende soorten groenten en fruit (groene band), over kruiden en hoe deze in de juiste verhoudingen te mixen (blauwe band), hij leert over het bereiden en bakken van deeg (paarse band), over welke borden en entourage hij het beste kan gebruiken om het door hem bereide voedsel zo fraai mogelijk op te dienen (bruine band). Nu komt het grote moment…. Het zwarte band examen! De kok in opleiding geeft daarvoor zijn beste demonstratie van alle vooraf opgedane kennis. Slaagt hij? Dan mag hij vanaf nu voor het eerst echt gaan koken en zal hij serieuze gerechten en combinaties gaan leren bereiden onder toeziend oog van alle ervaren koks die hem voorgingen. Stoppen wanneer je je zwarte band hebt behaald is dus net zoiets als ‘eindelijk je rijbewijs halen’ om vervolgens de rest van je leven te fietsen!

Daarom geloof ik wel degelijk in graduaties mits ze slechts gebruikt worden waar ze voor nodig zijn, namelijk als een soort van richting aanduidende verkeersborden…!

Een gekleurde band is geen plateau, geen bereikt level, zoals velen denken en daar gaat het nu juist vaak zo ontzettend mis. Wanneer een meester je een band toereikt dan zegt hij eigenlijk niets meer of minder dan: “Je bent op de goede weg bezig. Je vorderingen zijn dermate goed van aard dat ik een stapje verder met je de ingeslagen weg in sla”.
Wanneer we graduaties als levels of plateaus beschouwen dan zouden we het kunnen vergelijken met bergbeklimmen. Eenmaal op de top ben je ‘the man’ en kun je neerkijken op alle stumperds die zich onder jou nog rot ploeteren om naar boven te komen. Alsof ieder balkje op je band een traptrede is. Maar die trap is fictief! Het is in deze zin vergelijkbaar met virtueel geld. Met deze zienswijze verzand je dus in typische westerse denkwijzen over hoog of laag, verheven of vernederd, iets meer (denken te) zijn of iets minder dan een ander. Met deze blinde zienswijze is het onmogelijk de oosterse filosofie van de sakura, die de basis vormde voor de gekleurde banden, te doorgronden. De eerste gekleurde banden onder de zwarte band zijn in Azië sowieso slechts stimulatiebanden om leerlingen te motiveren door te gaan en te groeien tot zij het allerbeste uit zichzelf hebben weten te halen.

Vergeet niet dat je in Japan, het land waar de dan-graden ontstonden, deze dan-graden ook kunt behalen in bloemschikken, vis bereiden, het bekende Go-bordspel enzovoorts. Schrijvende over het Japanse Go-bordspel moet ik denken aan een waargebeurd verhaal:

Een Israëlisch wereldkampioen schaken was ooit onderweg naar Boekarest. Tijdens de rit zat hij in zijn eentje te schaken. Bij een halte stapte een arme oude landarbeider in. Met zijn gebaren maakte hij duidelijk dat hij tegen de schaakkampioen wilde spelen, niet wetende wie hij voor zich had. De kampioen veronderstelde dat de arme man wellicht geen tv thuis had, anders had hij hem wel gekend. Na lang aandringen stemde de kampioen in. De arme oude landarbeider versloeg de kampioen echter keer op keer op keer. Glimlachend stapte hij uit bij de volgende halte, de wereldkampioen stomverbaasd achtergelaten.

Moraal van het verhaal: Niet iedereen die goed kan koken (lees: knokken) beschikt over een zwarte band en niet iedere zwarte band drager kan goed koken! Leer van deze relativiteit. Alles is betrekkelijk.

Laten we daarom ter herziening de berg vergeten en een betere metafoor nemen: De oceaan! In de westerse zienswijze spreken we weleens over ‘een oceaan aan kennis’ dus dit sprak mij als aanknopingspunt wel aan. Je leraar, meester of grootmeester (afhankelijk van het diepteniveau waarop hij/zij tot op heden studeerde), behoort veel, heel veel of misschien zelfs wel alles te weten over wat er in de diepte van de wateren schuilt. Hij kent er de levens, de stromingen, de waterplanten, de verschillende bodemoppervlakten, de temperaturen, het koraal, de gevaren en noem maar op. Al deze elementen van de zee zou je in karate kunnen vergelijken met je technieken, standen, verdedigingen, trappen en stoten, geestelijke ontwikkelingen, kennis, zienswijze enzovoorts. De meester voelt uit veel ervaring exact en feilloos aan wanneer het voor de leerling tijd is om met hem een laag dieper te gaan voor een (het woord zegt het al) diepgaandere studie. Soms kan hij het verklaren. Soms niet. En dat hoeft hij ook niet. Hij is je geen enkel antwoord verschuldigd. Jij bent hem fatsoenshalve echter wel je blinde vertrouwen verschuldigd.

Jij moet er blindelings op kunnen vertrouwen dat zijn redenen, gestaafd op zijn ruime ervaring en diepgaande studie, zuiver en vertrouwenswaardig zullen zijn. Met ieder besluit dat hij je een laag dieper die oceaan mee in wil nemen (lees gradueren omdat hij vindt dat je er klaar voor bent), geeft hij dus niets meer of minder aan dat je er klaar voor bent om nog verder af te dalen voor nog meer kennis…. Daarom is er nooit een reden voor een leraar om te balen of teleurgesteld te zijn wanneer een leerling van hem zakt voor een dan-examen. Het geeft slechts aan dat de leerling nog niet helemaal zijn weg wist te vinden. En is verdwalen ofwel falen erg? Welnee. Zij die verdwalen leren immers meer wegen naar Rome kennen dan zij die altijd meteen goed rijden en er in een noodsituatie achter moeten komen dat zij maar één weg kennen. Een dan-graad is immers geen eindhalte maar slechts een herkenningspunt (en dus geen erkenningspunt). Daarom zien we weleens dat er eerlijke scholen zijn waarbij een 3e dan een hoger niveau lijkt te hebben dan bijvoorbeeld een 6e dan op een andere eveneens eerlijke school. Dit geeft getuigenis van het feit dat ook het interpretatieniveau aangaande de opgedane kennis per school, leraar of organisatie varieert.

Wanneer een leerling slaagt kan een leraar daar onmogelijk trots op zijn, want als leerlingen het namelijk niet zelf deden dan zou iedereen op een zelfde hoge (of liever gezegd diepe) niveau trainen, namelijk het niveau dat de leraar het liefst bij iedereen zou willen zien! Denk daar maar eens goed over na. Wanneer een leraar trots is wanneer zijn leerling een dan-graad behaald, dan is hij in feite met een eer aan het strijken die hem niet toebehoord. Vraag je eens af: deed de sensei dat ook met de talloze flaters tijdens de les van de leerling? Rekende hij deze ook zichzelf vol schaamte aan?  Of rekende hij deze jou aan? Iedereen kan immers slechts trots of teleurgesteld zijn in zijn eigen slagen of falen. De rest is betrekkelijk want een ieders smalle pad wordt individueel bewandeld en dus is slagen of falen ook slechts een natuurlijke maar individuele aangelegenheid, afhankelijk van de wil en inzet van ieder individu. Om deze reden was mijn oud-taekwondo leraar Louis Pardoel er fel op tegen dat een jurylid traditiegewijs de zwarte band omknoopte bij een geslaagde kandidaat. Hij zei altijd: “Die heeft hij zelf verdiend dus die moet hij ook zelf om zijn middel knopen!” Toen begreep ik zijn ophef niet. Nu inmiddels wel. Uiteraard mag een leraar wel oprecht blij zijn voor de progressie van zijn leerling. Ook mag hij blij zijn dat de leerling de door hem verstrekte kennis ten volste heeft benut, maar dat is wel een ander verhaal. Zelf meester Pardoel kon op zo’n moment weleens een kleine grijns van blijdschap voor je op zijn gezicht vertonen.

Denk je zelf nu nog steeds dat je er wel klaar voor bent, ondanks de afwijzende mening van je leraar, dan mag je dus wellicht in de spiegel kijken en enige erkenning geven aan je ego-probleem. Er om vragen, zelfs wanneer de minimale wachttijd erop zit, getuigt namelijk niet van een respectvolle houding en geeft dus aan dat je de martial arts (nog) niet begrijpt. Met dergelijk gedrag in de richting van je meester laat je zien dat je het sleutelwoord van budo, namelijk “nederigheid” nog steeds in zijn geheel niet begrijpt. En nee… nederigheid betekent in Azië niet onderdanigheid. Integendeel. Het betekent een volledige gelijkgesteldheid, maar wel met een oprechte respectvolle en intrinsieke erkenning jegens diegene die jou voor zijn gegaan op het door jou verkozen budopad. Dat geldt des te meer in de richting van zij (de oprechte leraren) die het zogenaamde Primus Inter Pares concept hanteren (Latijns voor ‘zich als meerdere onder de gelijken’ begeven). En ben je fysiek sterk of een kampioen en zie je dat als een reden om een hogere dan-graad te mogen claimen? Bedenk dan dat fysieke kracht de aller betrekkelijkste factor van allemaal is gezien deze al slechts aan de tand des tijd onderhevig is.

Alleen met kokoro, ofwel een zuivere geest, kan een persoon het ware pad van Budo, het pad van de krijger, bewandelen. Een pad waar afgunst, jaloezie, minderwaardigheidsgevoelens, respectloos gedrag, arrogantie en haantjesgedrag van een onacceptabel laag niveau getuigen.
Een ware budoka toont onvoorwaardelijk zijn loyaliteit, respect en vertrouwen. Hij is oprecht, eerlijk en integer. Hij doet wat juist is en bewandelt, zichzelf wegcijferend, het pad van de oude wijze meesters. Dat is geen filmfictie maar  een goed geconserveerd historisch geheim.

Sommige misvattingen zijn hardnekkig. Zo beweert men weleens dat geld mensen slecht maakt. Doch, een overvloed of een tekort aan geld onthult ook hier slechts iemands ware karakter. Hufters worden nog grotere hufters en vrijgevige mensen worden nog vrijgeviger. Hetzelfde effect zien we voltrekken in het hedendaagse dan-gradencircus: Sommige budoka veranderen in zelfvoldane hufters, weer andere in meesters. Terugkomend op de vraag van de oude man: Ik hoop oprecht dat het tij zich ooit zal keren, want anders zal de wereld van de klassieke martial arts ooit echt ten onder gaan alle Don Quichots die het te druk hebben met het bevechten van windmolens in plaats van zichzelf. Met deze zin sluit ik af: De dan-graden zijn geen vloek maar een zegen: het onthult iedere budoka’s ware karakter.

Ik hoop dat een ieder hier wat aan heeft.

Met vriendelijke groet,

Patrick Baas
Kyoshi, 7e dan

 

Share Button