DE VLOEK VAN DE TREND-ERA

Wellicht zal niemand het ontkennen wanneer ik schrijf dat we in een trend-era leven. Een era waarin zaken die gisteren nog als geweldig en zinvol werden beschouwd, vandaag de dag alweer als ouderwets en nutteloos worden afgeschilderd. De steeds sneller toeslaande verveling jaagt deze wereld dagelijks steeds sneller voort, terwijl de meeste mensen zich hier eigenlijk helemaal niet zo comfortabel bij voelen.

Want wat is er erger dan je halve leven al je tijd en energie in iets steken en het dan plotseling in de publieke opinie te zien transformeren als ‘iets ouderwets’ en ‘niet meer van deze tijd’, vergelijkbaar met opa’s driedelige pak dat niemand nog na zijn dood wil dragen. Dagelijks zien we allerlei zaken impopulair en populair worden. Dingen zijn in of uit de mode. Of het nu onze kleding, auto’s, interieurs of ons voedingspatroon betreft. Hetzelfde zien we gebeuren met allerlei sporten. Telkens duikt er weer iemand op die net één heel klein dingetje veranderd, het een nieuwe naam geeft en huppekee: een nieuwe trend is geboren. De sportscholen die er in mee gaan blijven hip en populair en wie dat niet doen gaan er vroeg of laat mogelijk aan ten onder. In de jaren ’70 was Kung Fu de populairste oosterse vechtkunst en kort daarna Karate en Taekwondo. Deze vechtkunsten lijken vandaag de dag echter steeds verder van de radar te raken.

Het Free Fight deed zijn intrede maar werd al snel weer vervangen door het zogenaamde MMA, ofwel Mixed Martial Arts (eigenlijk Mixed Fighting Sports aangezien het geen krijgerskunst is maar een sport). De vraag blijft; voor hoelang zal deze vechtkunst het toneel domineren? De geschiedenis heeft namelijk de eigenschap zich telkens weer te herhalen en met het trendieuze vertrek van iedere vechtkunst zien we tegenwoordig niet zelden ook meteen al het respect voor de legendes binnen dergelijke sporttakken vertrekken. Geanimeerde youtube filmpjes met namen als “Conor McGregor versus Bruce Lee” zeggen immers voldoende. Zelfs de doden blijven niet meer gespaard wanneer het even trendy en hersenloze machogedrag de overhand neemt. In die zin wordt het er natuurlijk niet beter op aangezien iedere martial art zonder goede moraal even betrouwbaar is als een vuurpijl zonder stok.

Het grote probleem met de martial arts is echter dat deze van nature een levenslange focus van je verwacht wil je ooit het meesterschap in een specifieke vechtkunst kunnen bereiken. Voor diegene die graag leraar willen worden of het meesterschap nastreven, heeft het geen enkele zin om telkens van stijl te wisselen nadat er weer eens iets anders populair is geworden. Een Joods gezegde luidt:

“Het toppunt van onzekerheid is wanneer je bij het zien
van iedere klok denkt je horloge gelijk te moeten zetten”.

De vloek hiervan is dat tegen de tijd dat je effectief genoeg bent geworden om een specifieke kunst over te dragen, dat er dan mogelijk nog maar een paar mensen over zijn gebleven die interesse tonen in de vechtkunst die je onderwijst. De waarheid is echter dat zelfs de meest traditionele stijlen, die je nog met traditionele honderden oude wapens leren vechten, of vol met formele oosterse routines zitten, vaak voldoende kwaliteiten bevatten die nog steeds universeel toepasbaar zijn in de moderne hedendaagse wereld.

En ook al is de kans niet zo heel erg groot dat je tegenwoordig nog op straat met een katana of een naginata wordt aangevallen; de timing, snelheid, behendigheid, inzichten en vooruitziende blik die een dergelijke training van je vereist maken het mogelijk om situaties die veel vaker voorkomen, maar niet minder serieus zijn, te voorzien, te voorkomen of tot een goed einde te brengen. Dus ongeacht hoe populair of impopulair je vechtkunst ook is, of hoeveel leerlingen je ook hebt; je dient altijd op zoek te gaan naar de meest praktische applicaties van wat je onderwijst. Overigens vinden er in Nederland jaarlijks gemiddeld nog zo’n 15 á 20 zwaardaanvallen plaats!

Natuurlijk dienen we enerzijds onze best te doen om de krijgskunsttradities te beschermen en in tact te houden (specifieke etiquette, vocabulaire, technische applicaties) maar we moeten ons leven niet in het teken van de geschiedenis plaatsen. We bouwen immers niet aan onze geschiedenis maar aan onze toekomst. Onze voorouders kunnen we niet meer beschermen, wel onze kinderen. Om iedere vechtkunst dus in leven te houden dienen we deze dus tegelijkertijd eigentijds te maken en toepasbaar te maken op het leven anno 2020. Wanneer we dat doen hebben onze leerlingen iets om uit te dragen buiten de dojo, in hun dagelijkse leven, op hun werk, in hun gezin en in de gemeenschap.

Wanneer we dit niet doen dan zijn we met niets meer bezig dan een exotische anachronisme in leven te houden waardoor we als martial arts meesters niet langer de juiste leerlingen zullen aantrekken maar juist mensen die aan hun eigen alledaagse monotome leven trachten te ontsnappen. Dergelijke mensen leven niet zelden in een fantasiewereld en wanen zich heuse samoerai, ninja of kung fu meesters. En dit is niet wat een waar meester na zou moeten streven, tenzij lesgeven op de Fantasy Fair je voorkeur heeft.

Share Button