“Hij was een echte samoerai”

Het is tegenwoordig een steeds vaker voorkomende uitspraak op begrafenissen en crematies om een vechtsporter, -meester of -grootmeester een laatste eer mee te bewijzen. Een fraai compliment zou men denken. Maar is het wel zo gepast om een dergelijk compliment te pas en te onpas de ether in te spuien? Persoonlijk ben ik daar helemaal niet zo’n voorstander van en de reden daarvan ga ik in deze blog verduidelijken en (hopelijk) bespreekbaar maken.

Laten we de betekenis van het woord samoerai eens goed onder de loep nemen. Samoerai betekent letterlijk vertaald: ‘hij die dient’. En dit heilige woord(!) dienen werd door de samoerai zeer letterlijk als iets onvoorwaardelijks beschouwd. Hij was te allen tijde bereid om zijn eigen leven zonder enige aarzeling op te offeren voor deze opperste waarheid die hem van kinds af aan was bijgebracht. Om in zo’n mindset te kunnen functioneren is het afleren van alle vormen van zelfzuchtigheid een absolute must! Sterven tijdens het dienen was immers de hoogst haalbare eer voor deze krijgerskaste en dus diende zij te leven alsof er geen ‘zelf’ was. Dit zelfde fenomeen zien we in de natuur terug bij een mieren- of wespennest. Iedereen dient zonder vragen te stellen. Haal de koningin eruit en men werkt door. Dood de koningin en het hele nest stopt per direct met alle activiteiten. De samoerai werden dan ronin (samoerai zonder leenheer).

Hagakure en de zeven deugden van Bushido

Om de samoerai tijdens het dienen te begeleiden leefden zij volgens de code van bushido, ofwel de leefcodes die werden opgetekend in het boek Hagakure (letterlijk vertaald: Verborgen onder bladeren) van Yamamoto Tsunetomo. Het boek werd geschreven tussen 1709 en 1716. De code kende zeven deugden die als gedragshoofdregels werden beschouwd, te noemen:

  1. Gi = Integriteit
  2. Rei = Respect
  3. Yu = Moed
  4. Meiyo = Eer
  5. Jin = Medeleven, barmhartigheid
  6. Makoto = Eerlijkheid
  7. Chu = Loyaliteit

De weg van de samoerai is de weg van de dood

In de Hagakure wordt zelfverzaking hoog aangeschreven en dit is ook niet zo verwonderlijk, want wie onvoorwaardelijk wilde kunnen dienen was, zoals zojuist vermeld, onvermijdelijk genoodzaakt zijn eigen ego en dus het bewustzijn van het eigen ik, volledig weg te cijferen. De vraag is of zulke mensen nog wel bestaan. Mensen die zichzelf niet zo heel belangrijk achten en veel meer voldoening halen uit het onvoorwaardelijk dienen van anderen, zelfs al gaat dit ten kosten van henzelf.

Gelukkig weten we allemaal dat zulke mensen nog bestaan, maar ze lijken zeldzamer geworden dan ooit tevoren. Want wie vandaag de dag naar de krijgskunsten kijkt ziet dat velen hun veel te grote ego’s laten prevaleren. Zij overtreden daarbij stelselmatig de al veel eenvoudigere budoleer. Dit fenomeen neemt regelmatig aandoenlijke vormen aan want voor niets zeggende hoge dangraden, diploma’s en titels zijn veel zogenaamde budoka of budomeesters bereid om over lijken te gaan. Jaloezie en afgunst voeren daarbij vaak de boventoon. Velen verlaten genadeloos hun meester of grootmeester omdat een ander hen (uit eigenbelang) een snellere promotie belooft heeft. Pure blindheid. Sommige sensei lichten zelfs probleemloos hun leerlingen op. Weer anderen ruilen onverschillig hun loyale vrouw en kinderen in voor het gezelschap van een knappere jonge dame. En zo zijn er ook die schaamteloos met valse(!) graduaties en titels leven omdat deze leugens hen beter dienen dan de waarheid, zelfs wanneer anderen daardoor ernstig worden gedupeerd door hun gebrek aan gedegen kennis. Desondanks zien we het woord bushido overal terugkeren, op banieren aan wanden in dojo, bij lichaamstatoeages (wat tegen het samoerai zijn in druist want alleen yakuza, ofwel criminelen, waren getatoeëerd) en bovenalles glijd de inmiddels trendy term over de tongen van velen. Maar wat heeft dit alles voor waarde als men niet tot de kern van het begrip kan komen?

Nu is dat natuurlijk een ieder zijn eigen zaak, want een ieder is vrij om te gaan en staan waar hij maar wil en te denken en te doen waar hij zin in heeft. Ook kennen we van veel vervelende besluiten de achtergrond niet en dus moeten we altijd voorzichtig blijven in onze oordelen. Maar in veel gevallen kunnen we er ook gewoonweg niet omheen en dienen we ons wat bewuster te zijn van onze woordkeuze voordat we zo iemand een samoerai gaan noemen! Een beschaming waar duizenden echte samoerai zich in zo’n geval in hun graf bij om zouden draaien!

Seppuku, ofwel de rituele zelfdoding van de samoerai, omvatte een uitgebreid ritueel waarbij de samoerai zijn eigen buik van links naar rechts openreet met zijn kortzwaard (wakizashi). Achter hem stond de kaishaku-nin, ofwel de secondant die een snel einde zou maken aan het leed door onthoofding. Dit betrof bij voorkeur een goede vriend of een naaste familielid.

Egocentrische handelingen en besluiten staan namelijk geheel haaks op de Japanse bushido-leer. Want een ware samoeraikrijger zou nog liever seppuku (rituele zelfdoding, ook wel bekend als harakiri) plegen dan dat hij zijn naasten zou verraden, bedriegen, af zou vallen of in de steek zou laten. Om deze redenen zou bushido, zelfs vandaag de dag nog, als een boegbeeld kunnen dienen van ‘zij die (werkelijk) dienen’ ofwel mensen met een zuivere spirit, levend voor de belangen van anderen in plaats van zichzelf. Want in plaats van onze eigen belangen zoals ego, trots en status naar de voorgrond te drukken, zou iedere “moderne” samoerai er eveneens genoegen in moeten vinden om anderen op handen te dragen en op weg te helpen. Vormen van eerbetoon zou een moderne samoerai, net als de historische samoerai, zoveel mogelijk dienen te vermijden aangezien deze de nederigheid kan ondermijnen. Een fraai voorbeeld daarvan is de bescheiden, behulpzame maar tegelijk krachtige levenshouding van Mr. Miyagi in de speelfilm ‘The Karate Kid’ uit 1984, geregisseerd door John G. Avildsen.

Geen keuzepalet maar een intrinsieke manier van ‘zijn’

Diezelfde intrinsieke mentaliteitsverschillen zien we vandaag de dag nog steeds levendig terug in het het moderne Japan en Nederland. Want wanneer we naar het westen kijken dan zien we bijvoorbeeld dat goede werkgevers regelmatig aan de kant worden geschoven omdat er elders een paar stuivers meer geboden wordt. Egoïstische werkgevers ontslaan regelmatig personeelsleden om zelf een paar grijpstuivers meer over te houden. Fenomenen die tot op de dag van vandaag in Japan volslagen ondenkbaar zijn. In Japan gaan werkgevers nagenoeg iedere dag met hun werk uit eten en plegen nog steeds bijzonder veel Japanse zakenmensen suïcide wanneer zij failliet gaan. Het is niet de schaamte van het verlies van hun eigen status die hen hier zozeer toe beweegt, maar de schaamte om hun personeelsleden en hun gezinnen met dit slechte nieuws (en de voor hen daaruit voortvloeiende economische gevolgen) te moeten confronteren. Zij zien dit als een ‘falen in het dienen van zij die hen dienen’. De ultieme vorm van loyaliteit, respect, integriteit en medeleven.

“Weten en doen zijn één en hetzelfde” *
(*met andere woorden; wie hier niet naar handelt weet niet!)

– Samoerai gezegde –

Ook is het voor Japanners heel normaal om een leven lang bij één en dezelfde baas te werken. Iets dat we hier in het westen nog maar zelden tegenkomen. Tijdens financiële crisisperiodes is het in Japan heel normaal om zakenmensen met hun koffertjes de hele dag in het park te zien zitten. Uit schaamte weigeren zij bij hun buren de indruk te wekken dat zij geen werk meer hebben (lees: niet langer hun werknemer en dus gezin kunnen dienen) en dus verlaten zij op tijd hun huis en keren zij keurig op tijd terug. Men zou dan kunnen spreken van een soort van ‘moderne ronin’. Als het gaat om huwelijken dan geldt voor veruit de meeste Japanners nog steeds eenzelfde code: Je laat elkaar op geen enkele manier vallen. Nooit!

Verkleuring door het romantiseren van de realiteit

De beeldvorming die wij van de samoerai hebben is hoofdzakelijk afkomstig van speelfilms. Maar is dit beeld wel zo realistisch? Om hier een kritische blik op te werpen zouden we als eerste dienen te beseffen dat het witte doek altijd de zaken dusdanig belicht zodat die ons als kijkers het beste zullen bevallen. Een actieheld dringt een gebouw binnen en dood alle bewakers alvorens hij de kwaadaardige personage in de film dood. Hartstikke leuk om naar te kijken. Maar niemand zou zo bij de films smullen als we per gedode bewaker(!) ook uitgebreide filmbeelden te zien zouden krijgen van zijn hevig geëmotioneerde familieleden op zijn uitvaart. De film zou er niet beter op worden en de lol zou er vanzelfsprekend al snel vanaf zijn. Toch was dat wel de achter-de-schermen-realiteit waarmee de feodale krijgers leefden, evenals de trauma’s die daarmee gepaard gingen. PTSS (post traumatische stress stoornissen) mag dan wel een moderne term zijn, maar omdat het toen nog niet benoemd werd wil dat natuurlijk niet zeggen dat het nog niet bestond. De mens is immers nooit echt veranderd.

“Katte kabuto no o wo shimeyo”
(letterlijk vertaald: “trek na de overwinning de riem van je helm aan”, vrijelijk vertaald: “wees voorbereid op wat er nog komen gaat”).

– Samoerai gezegde –

Een actiescene uit de speelfim “13 Assassins”.

Een ieder van hen had een gezin. Een ieder van hen was zijn leven nooit zeker. Een ieder van hen leefde met de menselijke zorg hoe het zijn gezin zou vergaan als hij er niet meer zou zijn. Wie zou er dan voor hen zorgen? Een ieder van hen verzonk regelmatig in gedachten met het idee dat wanneer de dood voor hen zou komen, zij hun kinderen nooit meer zouden zien opgroeien, zien trouwen, kinderen zien krijgen. En hoe zou het hun geliefde vrouw vergaan. Zou zij de diepe armoede met de kinderen het hoofd weten te bieden? De samoerai verdiende namelijk niet zo heel veel. Wat zou er van hen terecht komen? En wie nu zegt: “Daar hadden ze geleerd mee om te gaan” heeft echt teveel geromantiseerde samoeraifilms gekeken. Want Yamamoto Tsunetomo, de schrijver van de Hagakure, schreef hier namelijk uitvoerig over en erkende de zorgen van deze krijgerskaste. Ook getuigd het boek van samoerai die dit intrinsieke leed door onzekerheden niet langer de baas waren, waarop zij deserteerden en samen met hun gezinnen op de vlucht sloegen. Een hele natuurlijke reactie omdat Moeder Natuur ons van nature de bushido-code ijzersterk richting ons gezin oplegt. Diep genesteld in ons hele systeem, ons wezen. De rest is immers aangeleerd gedrag en werd/wordt cultureel bepaald.

Auteur en interventiespecialist Ellis Amdur scheef hierover het volgende:  

“Deze krijgers werden ook geplaagd door de zoete geur van brandende kinderlijken, door het gepruttel van hun lichaamsvet, door de explosies van schedels omdat het vocht in hun hersenen zich in stoom omzette. Veel mensen schijnen te vergeten dat de waarden van deze krijgers, hoe bewonderenswaardig ook, verkregen werden tegen een verschrikkelijke prijs. Het slachtveld stonk naar bloed en stront en gonsde van het gezoem van vliegen. Het is niet zo dat we alleen maar met onze zegevierende voorouders dansen. Voorouders die charismatische en fascinerende krijgskunsttradities creëerden. We dansen ook met de doden van die tradities. We dansen op altaren van botten en meren van bloed. Onze muziek bestaat niet alleen uit glorieuze overwinningshorens. Het is het geschreeuw van de gewonden, het gekrijs van kinderen, het gekraak van schedels onder hun voeten, Natuurlijk zijn waarden als moed en zelfopoffering zeer bewonderenswaardig. Maar persoonlijk zou ik iemand niet zo snel een krijger willen noemen”. 

Het “geweldsmonopolie” van het kirisute gomen recht

Wat eveneens vaak onderbelicht blijft is dat de samoerai over het verschrikkelijke recht van kirisute gomen (het recht om iemand neer te hakken) beschikten. Dat recht pasten velen te pas en te onpas toe zodra zij beledigd werden door een gewone burger. Door dit recht maakte corrupte, slechte samoerai zich echter regelmatig schuldig aan tsujigiri, ofwel het zwaard testen op willekeurige(!) voorbijgangers. Kiritsu gomen leidde vanzelfsprekend tot machtsmisbruik. Wanneer een arme boer op een markt per ongeluk tegen de saya (schede) van een samoerai zijn katana (langzwaard) aan liep dan kon dit al leiden tot zijn dood. Ter plekke! Niet alle samoerai waren immers goed van harte en sommige hadden bij pech een laaghartige commandant. Geen van hen gaf om het lot van de arme boer die het wellicht al moeilijk genoeg had en onderweg was om zijn gezin te voeden. Niet iedereen kan immers verantwoord met een dergelijke machtspositie omgaan. Iets dat we vandaag de dag ook regelmatig bij politieagenten terug zien.

De samoerai konden zich bij ieder verlies van hun zelfbeheersing beroepen op kirisute gomen, zolang het burgers betrof. Gebeurde dit bij een andere samoerai dan volgde er een onderzoek.

Zo ook leefde niet iedere samoerai de code van bushido na. Dat aspect zul je zelden in films terugzien maar ook dit mag nooit vergeten worden. Uitzondering op de regel is de film ’13 Assassins’ (geregisseerd door Takashi Miike in 2010), gebaseerd op een waargebeurd verhaal over Lord Matsudaira Naritsugu (1820-1838), een zeer kwaadaardig sadistisch heerser die ondersteund wordt door zijn samoerai-leger. Ondanks dat de samoerai zijn handelswijze niet goedkeuren, kiezen zij er toch voor om zelf niet na te denken maar gewoon instructies op te volgen, ofwel om onvoorwaardelijk te dienen. Een typisch voorbeeld van de keerzijde van de bushidomedaille! Totdat 13 samoeraikrijgers besluiten om hem te neutraliseren (vandaar de titel) en het volk te beschermen volgens bushido regel 5 en 6. Dit maakt immers het verschil tussen dwaze samoerai en moedige, eervolle samoerai (lees; bushido regel 3 en 4).

“Kalmte, niet techniek, is het teken van een volgroeide samoerai. Een samoerai zou zich nooit groots of arrogant voordoen”.

– Tsukahara Bokuden –
Beroemde Japanse zwaardvechter
(1489-1571)

Wanneer we het leger aan politieagenten (‘dienders’) op het Malieveld in Den Haag afgelopen zaterdag (21 juni 2020) aanschouwden, dan zagen we dat zij met waterkanonnen, knuppels en schilden de menigte verjoegen. Voor de harde aanpak van de hooligans kan de politie rekenen op een ieder zijn begrip. Maar velen magen zullen zich ongetwijfeld hebben omgedraaid bij het zien van de beelden waarop diezelfde politiemacht even hardhandig optrad tegen oude gepensioneerde mensen die zij doelbewust omver duwden en neersloegen. Ook hier werden klakkeloos instructies gevolgd zonder zelf eens serieus na te denken. Kun je je enigszins voorstellen dat zij dit men zwaarden zouden doen zoals in de tijd van de samoerai? En daarbij zelfs kinderen en honden niet zouden ontzien? Hoe romantisch zouden we dan nog tegen het beeld van die dienders aankijken? Beeld je eens in dat jouw ouders en kinderen hen voor de voeten zouden lopen. Een gedachte die best even de revue mag passeren. Eigenlijk is het oude kirisute gomen principe, zij het in veel ernstigere mate, vergelijkbaar met het hedendaagse geweldsmonopolie dat de staat bij de politiekorpsen heeft neergelegd. Bij goed gebruik ervan maakt het de burgers blij. Bij misbruik ervan is dat ontzettend ongepast. Dergelijke wettelijke bepalingen zijn slechts een verzinsel, een illusie van de mens dat nooit waterdicht is aangezien Moeder Natuur niet voor niets ieder mens van het vermogen tot geweldpleging heeft voorzien. Hierdoor werden er zowel in de geschiedenis als vandaag de dag wereldwijd nog regelmatig zogenaamde ‘geweldsgerechtigden’ gedood door burgers die geen genoegen namen/nemen met zulke vormen van machtsmisbruik. Overleven krijgt bij ieder wezen immers voorrang op overgeven. Het enige verschil zit hem in het daarop volgende vervolgingsproces.

De Guardian Angels en de Zeven Samoerai

In de jaren ’70 van de vorige eeuw waren de New Yorkse metrolijnen op hun gevaarlijkst. Mishandelingen, berovingen, moorden, diefstallen, bendegeweld en verkrachtingen waren er aan de orde van de dag. Een speelfilm die daar een impressie van geeft is de speelfilm “The Warriors” uit 1979 van regisseur Walter Hill. De politie stond machteloos en in sommige wijken lagen vermoorde mensen soms dagenlang op straat alvorens deze werden opgehaald. De politie durfde er letterlijk de wijken niet meer in. In datzelfde jaar stond er een New Yorker op die vond dat de stad beter verdiende dan dit. Curtis Sliwa, een vechtsporter, richtte een burgerwacht op waarmee hij zijn stad veiliger wilde gaan maken. Hun motto werd: “Dare to Care” (letterlijk vertaald; “durf zorg te dragen”).

Inmiddels is de Guardian Angels een geweldig fenomeen dat zich inmiddels in 13 landen is gaan manifesteren. Op de bovenstaande foto zijn de Guardian Angels van Londen te zien.

Samen met een groep vechtsporters bewaakte zij de perrons en de metro en grepen zij, standaard ongewapend, in bij het zien van criminaliteit. Zij voerde daarbij burgerarresten uit en werden graag geziene helden in het New Yorkse straatbeeld, altijd herkenbaar aan hun vuurrode baretten. Naast patrouilleren hielden en houden zij zich bezig met het verstrekken van voorlichtingen aan kinderen en ouderen, gaven en geven zij gratis martial arts lessen voor de minder bedeelden en verrichten zij veel vrijwilligerswerk door middel van voedsel- en kledinginzamelingsacties, tot aan boodschappen doen voor ouderen en hen helpen oversteken in het verkeer.

“Denk lichtzinnig over jezelf,
maar diepzinnig over de wereld”

– Myamoto Musashi –
Japans beroemdste zwaardvechter
(1584-1645)

Wanneer we de film ‘Zeven samoerai’ uit 1954 van filmregisseur Akira Kurosawa bekijken dan zien we een fraaie gelijkenis met de Guardian Angels, namelijk een groep van zeven samoerai die besluiten om eigenhandig een dorp te beschermen tegen een beruchte roversbende. Als we het dan toch over “moderne samoerai” hebben, dan vind ik dat deze vechtsporters, die zowel de moraal van zowel budo als bushido (ja, er is wel degelijk een verschil) ten volste naleven, veruit het meeste recht op zo’n benoeming hebben. Zij zetten zich naar eer en geweten belangeloos in voor de maatschappij en cijferen zichzelf daarbij volledig weg, met alle risico’s van dien. Er valt hen namelijk weinig eer ten dele en dat terwijl zij in de afgelopen 41 jaar heel wat geweld hebben meegemaakt; in 2000 werd zelfs één van hun leden voor de deur van zijn huis doorgeschoten in Oakwood.

Tot slot

Toen ik ooit met iemand sprak over de legendarische 47 Ronin, een ultiem verhaal over onvoorwaardelijke loyaliteit dat zich in de late geschiedenis van Japan voltrok, schreeuwde hij het uit: “Dat waren in mijn ogen geen ronin, maar samoerai, zo noem ik ze ook altijd. Samoerai!!!” Voor mij was dit een teken dat deze persoon niet echt wist waar hij over sprak. Want het is juist het verhaal van 47 ronin dat het zo’n hoogst fascinerend verhaal maakt. Waren het 47 samoerai geweest dan was het slechts een incident in de geschiedenis geweest zoals er zovelen waren. Opvallend in dit zelfde gesprek was ook dat deze persoon een mij bekende Nederlandse meester afviel en belachelijk maakte. Dit terwijl deze meester in mijn ogen veel kenmerken van een samoerai vertoonde, waaronder het feit dat hij zijn doodzieke vrouw jarenlang, dag en nacht, ondersteunde en verzorgde tot hij haar eervol naar haar laatste rustplaats had begeleid. Zulke handelingen zeggen bijzonder veel, al dan niet alles over een persoon.

De graven van de 47 ronin bij de Sengakuji-tempel in Tokio die ik in 2010 bezocht.

Ook is mij een verhaal ter oren gekomen van een Nederlandse grootmeester die eveneens op zijn begrafenis als “een ware samoerai” werd afgeschilderd terwijl deze man meer drank, tabak en vrouwen had verslonden dan een normaal mens aan zou kunnen; en dat alles ten koste van zijn verscheidene huwelijken en zijn nazaat. Nog een andere bekende grootmeester werd na zijn dood eveneens door velen vereerd met de uitspraak “hij was een ware samoerai in hart en nieren”. Dat terwijl deze man gedurende zijn leven zijn eigen meester had verlaten en hem voortdurend intens bespot had. Ook verliet hij zijn vrouw voor een ander en stond hij bekend om zijn talloze egoïstische acties waarbij hij stelselmatig zijn eer, ten koste van zijn talloze goedgelovige volgelingen, voorop stelde.

Vooropgesteld dat het menselijk is om gedurende je leven fouten te maken en ik als schrijver daar evenmin vrij van ben (wie wel?), durf ik met een gerust hart te wijzen naar mensen die systematisch negatieve patronen richting anderen ontwikkelen, vertegenwoordigen en daar gedurende hun leven aan vast bleven houden. Patronen die haaks staan op de levensstijl van de samoerai, op de Hagakure, op bushido en daarmee ook op de budo-leer. Vraag jezelf af hoeveel keren dergelijke personen in het feodale tijdperk al seppuku hadden moeten plegen voor hun oneervolle, onloyale, verraderlijke gedrag. Vraag jezelf eens af of een persoon die zo verschrikkelijk met zichzelf en zijn eigen welzijn begaan is op enig moment bereid zou kunnen zijn om te voldoen aan een onzelfzuchtige actie zoals die van de legendarische 47 ronin. Het eenvoudige antwoord kan door een klein kind worden voorspeld.

“De weg van de krijger kent geen andere wegen.
Zodra je de weg leert begrijpen zul je het in alles terug gaan zien”


– Myamoto Musashi –
Japans beroemdste zwaardvechter
(1584-1645)

Iemand is wat hij is in zijn hele wezen, in zijn hele zijn. Niemand kan twee personen zijn. Je bent wat je doet. Niet iedere rups is geboren om een prachtige vlinder te worden. Ondanks dat ik deze tekst niet geschreven heb om te oordelen of te veroordelen, durf ik hardop te zeggen dat sommigen toch echt iets teveel eer wordt toebedeeld wanneer we hen ‘een echte samoerai’ gaan noemen. Vanzelfsprekend hoeft je vandaag de dag geen lid van de Guardian Angels te zijn om een samoerai te worden genoemd. Maar…

“Een persoon die een (vecht)kunst beoefent
is een kunstenaar en geen samoerai.
Een persoon zou wél de intentie moeten hebben
om een samoerai genoemd te worden”.

– Yamamoto Tsunetomo –
Auteur van de Hagakure, de code van Bushido
1659-1719

Pas wanneer iemand de grenzeloze eer, eerlijkheid en loyaliteit van de 47 ronin als zijn onwrikbare levenspatroon weet te belichamen, zij het gewoon op microschaal binnen zijn eigen familie- en leerlingenkring, pas dan ben ik bereid om in zo’n uitspraak op iemands begrafenis of crematie volmondig mee te gaan. En niet omwille van een schaamteloze nieuwe trend. Want zoals we weten gaat iedere mirco-actie aan iedere macro-reactie vooraf en bepaalt de optelsom van al onze acties het uiteindelijke geheel. Zo ook, of misschien wel juist, voor de generaties die na ons volgen.

Patrick Baas
Kyoshi, 7e dan.

Share Button