Religie en de magie van de martial arts

Wanneer ik vertel dat wat wij beoefenen al eeuwenlang met talloze religiën is verbonden zullen velen denken: Wat heeft vechtsport nu met religie te maken? Het antwoord is: Helemaal niets! Echter beoefenen wij geen vecht-sport maar de martial arts, ofwel de krijgskunsten; een manier waarop krijgers oorlog voerde om huis en haard, familie en gezin, dorp, stad en land te beschermen. Letterlijk alle martial arts zijn doordrongen van religieuze uitspraken en symbolen. Is dit iets dat niet meer van deze tijd is? Of is het misschien toch de moeite waard om eens wat dieper op deze materie in te gaan? Wellicht. Want wie de grootmeesters wil evenaren doet er goed aan geen andere routes of short cuts te nemen, maar juist datgene te zoeken wat zij zochten en beweerden te hebben gevonden.

Want wat heeft het voor zin om grootmeesters te roemen om hun fysieke vaardigheden terwijl we het door hen beweerde ‘pad er naartoe’ weigeren te aanvaarden? Als we onze ogen bijna niet kunnen geloven wanneer we hun in actie zien, waarom zouden we dan onze oren afsluiten van wat hun over de bron te vertellen hebben? Dat komt bepaald niet heel intelligent over. Ik verzoek dan ook een ieder om deze blog met een open mind te lezen en alles wat je eerder als jouw vastgestelde waarheid aannam even terzijde te schuiven alvorens je je eindconclusie trekt; zij het wederom je oude of misschien wel een nieuwe visie. Voorafgaand aan deze blog wil ik voorop stellen dat ikzelf geen specifieke religie aanhang maar wel geloof, wat het voor mij mogelijk maakt dat zowel atheïsten als religieuze mensen met een gerust hart verder kunnen lezen zonder bezorgt te hoeven zijn dat ik een specifieke geloofsovertuiging probeer te verkondigen.

Een nieuwe ‘waarheid’ gevonden

Vandaag de dag geloven steeds minder mensen in een hogere macht en dat mag natuurlijk. Het staat een ieder immers vrij om te denken en te geloven wat hij of zij maar wil. Kerken stromen leeg en voormalige gebedshuizen veranderen steeds vaker in luxe woningen of bedrijfsruimtes. Bijbels zijn niet langer in de kastjes van hotels te vinden en religiën worden stelselmatig bespot. Geloven in een onzichtbare God wordt door velen gezien als een signaal van dommigheid en naïviteit. De kracht waarmee men hierin overtuigd lijkt te zijn ‘een nieuwe waarheid’ te hebben gevonden verbaast mij echter nog het meest. Want plaatsen dergelijke overtuigingen deze personen niet in een exact eenzelfde ongeloofwaardige positie als een geloofswaanzinnige binnen welke religie dan ook? Want wat weten we nu werkelijk met zekerheid over ons bestaan?

“Een man kan onmogelijk de kunst begrijpen die hij bestudeerd wanneer hij zijn ogen alleen op het einddoel gericht houdt zonder de tijd ervoor te nemen zich diep in de redenen van alle facetten van zijn studie te verdiepen”.

– Myamoto Musashi –
Japan’s beroemdste zwaardvechter (1584-1645)

Wanneer ik kijk naar mijn eigen leraren dan zie ik dat zij allemaal actief waren in het belijden van een vorm van geloof. Sabum Louis Pardoel was praktiserend katholiek, Vladimir Vasiliev en Mikhail Ryabko zijn praktiserend ortodox christenen en Kang Cecep Arif Rahman is een praktiserend islamiet. Eén van hen, mijn pencak silat-leraar, Gubes Rudi Terlinden, was zelfs pastor bij de Pinkstergemeenschap en ook sabum Pardoel getuigde dat zijn eerste judo-leraar een pastor in de katholieke kerk was. Van shidoshi Hans Hesselmann weet ik dat hij het shintoïsme een prachtige en indrukwekkende religie vindt. Maar wat houdt dit alles nu eigenlijk in? En hoe komt het toch dat geloven in een hogere macht nu zo ontzettend belangrijk zou kunnen zijn op zoiets banaals als vechten…?

Zeker weten of geloven?

De tegenpool van geloven is weten. En evenmin als dat iemand het keiharde onomstotelijke bewijs kan leveren dat er zoiets als een Godheid bestaat, zo kan een niet-gelovige evenmin het tegendeel bewijzen. Alle gespreksvormen waarin ‘alwetendheid’ door mensen wordt verkondigd zijn bij voorbaat wellicht onnozel en zelfs arrogant te noemen, ongeacht vanuit welke hoek er geroepen wordt. Religieuze mensen claimen niet zelden ‘de enige echte waarheid’ voor ogen te hebben, evenals dat moderne atheïsten dit eveneens doen. Sommige religiën gaan uit van monotheïsme (het bestaan van één God zoals in het christendom en de islam) terwijl anderen weer uitgaan van polytheïsme (het bestaan van meerdere Goden zoals in het hindoeïsme en shintoïsme). De waarheid zal echter een mysterie blijven. Wie beweert te geloven dient zich echter niet te gedragen alsof hij alles weet, want wie beweert te weten is niet langer een gelovige. Atheïsten zijn in deze stelling dan ook niets meer dan gelovigen van een andere theorie dan in het bestaan van een hogere intelligentie. Betweters van beiden zijden verheffen zich boven de wetenschap waardoor hun ‘niet te bewijzen eenzijdige wijsheden’ slechts nog als dom en arrogant mogen worden beschouwd. De talloze oorlogen en miljoenen doden die daar het gevolg van zijn spreken mijn stelling niet tegen. En dit alles gaat ten koste van waar het nederige woord ‘geloven’ nu eigenlijk echt voor zou moeten staan.

Een sceptische onderzoekende geest

Want over wie of wat hebben die grootmeesters het nu eigenlijk wanneer zij spreken over een God of goddelijke krachten? Een man op een wolk met een lange baard die aan touwtjes trekt? Een denkbeeldig vriendje voor eenzame mensen? Een onnozele poging om het onverklaarbare te kunnen verklaren? Een verzinsel om het volk onder controle te houden? De beleving van hoe iemand God ziet verschilt per religie en zelfs vaak per individu binnen die religie.

Een muay thai bokser en zijn coach, biddend naar zijn voorouders en Boeddha. Het boeddhisme wordt vaak onterecht als een geloof zonder God beschouwd. Boeddha sprak namelijk vaak over de kosmos waarmee hij eenzelfde zienswijze verkondigde met slechts een andere benaming en interpretatie.

Ikzelf voel me geenszins tot een van de bovenstaande verklaringen aangetrokken. Ik ben een geboren scepticus met een onderzoekende, realistische geest. Ik nam en neem nooit iets zomaar voor waar ‘omdat iemand het zegt’. Zelfs niet van mijn eigen ouders en krijgskunstmeesters. Toen ik me als 5 jarig kind afvroeg hoe die zwarte Piet nu in hemelsnaam door onze smalle schoorsteen kon kruipen wachtte ik hem ’s nachts op achter de bank in de woonkamer. Ik was meteen een illusie armer toen ik zag dat mijn moeder het cadeautje in mijn schoen plaatste. In mijn ogen is iets pas ‘waar’ als ik het zelf zintuiglijk heb kunnen ervaren!

Een andere visie op waarnemen

Maar we kunnen willen zien wat we willen zien en voor waar aan nemen wat we voor waar aan willen nemen: Alles is onderhevig aan onze eigen perceptie en niet alles in ons leven komt nu eenmaal tot ons op de manier zoals wij dat graag zouden willen zien. En daar zijn wij ons allen van bewust want was dit wel zo dan was iedereen gezond, gelukkig en rijk. Ditzelfde gegeven geldt echter ook voor de geheimen van de kosmos of zoals de Indianen het zo mooi noemen; watan katanka (het grote mysterie) en manitu (de grote geest). En daarom vergt het zien van wat de grootmeesters zagen wellicht een andere zienswijze dan we van oudsher gewend zijn. Op deze wijze kunnen we dingen waarnemen die er wel degelijk (aantoonbaar) zijn, maar dit geschied niet altijd op de conventionele manier waarop we gewend zijn dit waar te nemen.

Hierin waren mijn krijgskunstmeesters allen heel stellig en dit maakte dat ik mijn stappen op het pad, ondanks de talloze keren dat ik ernstig twijfelde of ik nu wel of niet in ‘iets’ moest geloven, fanatiek vervolgde. Twijfel hoort nu eenmaal bij het leven en dus ook in onze zoektocht naar kennis. Twijfel zorgt voor een sceptische blik, want iemand die weet in plaats van geloofd is zoals eerder aangegeven niet langer sceptisch maar vastgeroest. Gefixeerd in het idee dat hij de enige echte waarheid voor ogen heeft, als een eigen ideologie, gestoeld op een eveneens ontastbaar gegeven.

“Fixatie is de weg van de dood.
Vloeibaarheid is de weg van het leven”


– Miyamoto Musashi –
Japan’s beroemdste zwaardvechter
(1584-1645)

In mijn omgeving zijn er maar weinig mensen (zowel onder gelovigen als atheïsten) die zich zo verregaand in theologie verdiept hebben als ikzelf. Zo las ik de Tao Té Ching, het Evangelie van Boeddha, Bardo Thodol, Confusius, de Walam Olum, de Bijbel, de Koran en diverse andere theologische literatuur en bekeerde mij nooit tot één geloof. Eenzelfde standpunt dat ik in de martial arts heb ingenomen. Want door mijzelf binnen een kader te conformeren sluit ik alle andere referentiekaders uit. In die zin beweeg ik mij voort als water en ether en zorg dat ik overal bij kan komen (lees: kennisvergaren). Daarbij heb ik altijd voor ogen gehouden dat geen enkele bron of boek mijn gezonde verstand mocht vertroebelen omdat ieder zogenoemd “heilig” boek door mensenhanden werd geschreven en daarmee blootgesteld is (geweest) aan mogelijke corruptie, leugens, persoonlijke interpretaties en visie. Ook heb ik het nooit geschuwd om mij door wijsheden uit andere bronnen te laten inspireren; zelfs niet wanneer deze uit liederen, gedichten of speelfilms afkomstig waren want ook die wijsheden werden immers eveneens door mensen geschreven. Wel geloof ik er persoonlijk in dat de krachten van de kosmos, moeder natuur, shinto, tao, watan katanka, manitu, God, Allah, Jehova en alle andere namen (what’s in a name) die aan deze zowel zichtbare als onzichtbare natuurkrachten toegedicht zijn, één zijn. En dat dat ene alles representeert.

Een fraaie woordenwisseling

Over perceptie gesproken. Ik herinner mij een woordenwisseling tussen twee leerlingen op de school waar ik eveneens werkzaam ben. De ene leerling was een katholiek, de ander een atheïst. De atheïst had gevloekt en de katholiek had hier enkel op gevraagd om die woorden niet meer in de mond te nemen in zijn bijzijn. Daarop voelde de atheïst zich aangevallen waarop zij riep: “Ben je dom of zo, geloof je nou nog echt in God? Dat is allemaal kwats man. Je gelooft toch ook niet in eenhoorns of wel soms? Nee en waarom niet? Omdat je die net zo min kunt zien als die onzichtbare God van jou”. Nu bemoei ik me niet graag in een onschuldig conflict van anderen maar ik zag dat de katholiek door de overige aanwezigen werd uitgelachen waarop ik besloot in te grijpen. Dat ging als volgt:

“Je hebt volkomen gelijk Juliette. Eenhoorns zijn net als zeemeerminnen nog nooit echt gezien en dus kunnen we veilig aannemen dat ze niet bestaan maar pure verzinsels zijn van de mens. Toch heb ik jullie wel vol overtuiging over het bestaan van ufo’s horen praten terwijl niemand van jullie er een in het echt heeft gezien, toch? Waarom is dat? Omdat je die graag zou willen zien misschien? Daarentegen is Samuel’s geloof in God nog niet zo heel raar te noemen”. Hierop onderbrak Juliette mij min of meer uitlachend met de woorden: “Hoezo, heeft u God dan wel gezien wilt u zeggen?” Waarop ik antwoordde: “Ik geloof van wel ja. Het is maar net hoe je God ziet of wilt zien; als een man op een wolk of als een ‘onzichtbare’, universele, alles verzorgende natuurkracht”. Juliette antwoordde hierop sceptisch : “Ik geloof iets pas als ik het met eigen ogen heb gezien” (goh, dat klonk herkenbaar). Ik vroeg Juliette door het raam naar buiten te kijken waar een stevige wind waaide. Ik zei: “Vertel eens wat je ziet”. Juliette antwoordde verbaasd: “Ik zie de wind door de bomen waaien, hoezo?”, waarop ik haar onderbrak en vroeg: “Zie je de wind waaien? Of zie je de effecten van de waaiende wind? Kun je de wind zelf daadwerkelijk zien?” De klas was stil. “Hetzelfde geld voor magnetische krachten. Niemand ziet wat er werkelijk gebeurt. De krachten zijn volkomen onzichtbaar. We zien enkel de effecten van de magnetische krachten en datzelfde geld voor door wind opgewekte elektriciteit en gassen. Volkomen onzichtbaar. Dus wellicht moeten we op basis van deze ‘nieuwe’ onderbouwde waarneming wat meer ruimte in onze hoofden creëren nu we beseffen dat onzichtbare krachten wel degelijk bestaan. We zien immers ook niet de zuurstof die we inademen. En als je dan toch in niets gelooft wat je niet kunt zien, dan moet je ook consequent zijn en weigeren om nog langer ‘die onzin’ in te ademen”. De klas lachte.

“Niet alles dat meetelt kan berekend worden
en niet alles wat berekend kan worden telt mee”.


– Albert Einstein –
Theoretisch natuurkundige
1879-1955

De Wali Sanga; de negen magiërs van Java, Indonesië

Op Java leefden ooit de negen Wali’s. Zij leefden verspreid over een tijdsbestek van twee eeuwen (14e en 15e eeuw) en stonden bekend als zeer bedreven meesters in de Indonesische krijgskunst pencak silat en de Indiaase yogaleer. Volgens sommige waren zij Hindoeïstische en volgens andere Islamitische geestelijken en magiërs die ongekende kunsten konden vertonen die veel verder zouden gaan dan de reguliere goochelarij. Zij zouden zich ver van zwarte magie houden maar zich enkel richtten op de witte magie, ofwel krachten die het algemeen welzijn van de mensheid zouden dienen. In hun boek De Javaanse geheime leer beschreven zij haarfijn hoe zij gebruik maakten van de natuurelementen die zij omschreven als zijnde ‘krachten van God’. Zij geloofden namelijk niet dat zij zelf bijzonder waren maar dat zij enkel als een soort van geleiders werkten, als instrumenten van een hogere macht. Die krachten zouden zich in alles manifesteren wat we in en om ons heen zouden zien, alsook in alles wat we niet zouden zien. Volgens de Wali’s zou men God dienen te zien in het water, het vuur, de donder en de bliksem, de bomen, de mensen en de dieren, de ether en al het andere wat is en niet is.

“We zien de dingen niet zoals ze zijn.
We zien ze zoals wij zijn”.


– De Talmoed –

Nu zullen sommige denken: “Ja alles leuk en aardig Pat, maar jij gaat mij nu toch niet vertellen dat jij in magie geloofd of wel soms?” Mijn antwoord hierop is heel eenvoudig: “Ja dat geloof ik. En jullie ook”. Dat durf ik hier vrij stellig te beweren. Alleen zien en benoemen jullie het niet zo ;- )

Waar ging het mis met de beeldvorming over dat woord?

De middeleeuws Europese heksenverbrandingen, in opdracht van macht en rijkdom vergarende kerken, hebben ertoe geleid dat de Europeaan bang en wars werd van het woord ‘magie’. Daar waar het woord in Azië nog een alledaags begrip is, kennen wij het fenomeen alleen nog maar van fantasierijke films zoals Harry Potter en Lord of the Rings. En de enige die daar in de realiteit nog beetje bij in de buurt komen zijn Hans Klok en David Copperfield. Maar we weten allemaal dat goochelarij, hoe fascinerend dan ook, hartstikke nep is. Daarnaast heeft ook de komst van new age, waarin excentrieke zelf uitgeroepen hobby-sjamanen en -heksen op paranormale beurzen staan, het geheel nog ongeloofwaardiger aangekleed, wat het werkelijke verhaal achter het woord ‘magie’ nog verder heeft vertroebelt. De moderne mens is zo gewend geraakt aan alle (magische) vanzelfsprekendheden om zich heen, dat zij het gebruik van het woord ‘magie’ als het ware overbodig lijkt te zijn gaan vinden. Behalve wanneer er een kindje wordt geboren… dan spreken we plotseling weer heel eventjes van ‘een wonder’.

Kijken en zien zijn twee dingen

Toen de Wali’s in de 15e en 16e eeuw spraken over onzichtbare krachten die zich als microscopisch kleine elektrische ladingen via triljarden moleculen in minder dan een seconde zich duizenden kilometers ver via de ether konden verplaatsen, sprak men van het woord “magie”. Allemaal onzin? Als dit allemaal onzin is dan mag iemand aan mij uitleggen hoe het komt dat wanneer ik op één knop op mijn mobiele telefoon druk er zich volgens de modernste technologie triljarden microscopisch kleine streepjes en puntjes (decodering) zich in minder dan een seconde duizenden kilometers ver door de ether verplaatsen waardoor ik iemands stem kan horen en zijn gezicht kan zien (Facetime/Skype).

Een beoefenaar van Shugendo, een combinatie van Boeddhisme en Shintoisme waarbij natuuraanbidding en overwinning van de menselijke zwaktes een rol spelen. Veel historische ninja-krijgers waren beoefenaars van Shugendo.

Kan ik die streepjes en puntjes zien? Nee. Zie ik de ether in beweging komen? Nee. Toch is deze alledaagse vorm van magie (en dat is alle magie) een onmiskenbaar feit geworden. Wie in de Efteling ooit naar Joris en de Draak is gaan kijken heeft vast ervaren hoe de hitte van de vlammen die op ruim 50 meter afstand van de tribune worden uitgespuwd binnen een honderdste seconde je gezicht verwarmden. Hoe? Juist. Door razensnelle etherverplaatsing van molecuul tot molecuul (dezelfde reden waarom we parfum op 10 meter afstand kunnen ruiken en dus aan de veiligheid van die 1,5 meter corona-afstand twijfelen). Diezelfde magische krachten vinden plaats wanneer we verliefd worden (liefde is eveneens een onzichtbare kracht), we spanningsvelden voelen in een woonkamer of café waar niets bijzonders te zien valt (ons instinct is eveneens een onzichtbare kracht) enzovoorts. Echte magie is dus niets meer dan ‘een andere naam voor natuurwetten’. En kunnen we die beïnvloeden? “Yes, we can!” In Indonesië spreekt men tegen gevorderde beoefenaars van de krijgskunst pencak silat niet voor niets over de levensfilosofie (filsafat) aangaande de mentale en spirituele trainingen (mental-spiritual) zoals kennis verkrijgen van het innerlijke lichaam en de geest (ilmu kebatinan), het ontwikkelen van de innerlijke krachten (tenaga dalam) en het zesde zintuig (indera keenam).  In Indonesië noemt men het beoefenen van de gevechtskunsten dan ook niet voor niets ‘ngudi kawruh’, ofwel het beoefenen van een wetenschap in plaats van een eenvoudige sport. Nu hoor ik sommige denken: “Maar een elektrische lading aan moleculen meegeven is nog altijd iets anders dan een gedachtenkracht uitzenden zoals de Wali’s dat beweerden”. Het antwoord hierop kwam van de celbioloog Bruce Lipton (1944). Lipton ontdekte in 1985 dat het leven van een cel wordt bestuurd door de fysieke en energetische(!) omgeving en niet door de genen. Met andere woorden: De Wali Sanga hadden gelijk en dit verklaard ook meteen waarom ons instinct dingen voelt die we niet kunnen zien. De triljarden moleculen in de atmosfeer worden beïnvloed door de energie die voortvloeit uit de gedachtenkracht.

“Mijn bondgenoot is De Kracht (de levensenergie van de kosmos) en het is een krachtige bondgenoot. Het creëert leven en laat het groeien. Zijn energie omringt ons en verbindt ons. We zijn lichtgevende wezens, meer dan deze ruwe zaak. Je moet De Kracht om je heen voelen. Hier. Tussen jou en mij. De boom. De rots. Overal”.

– Master Yoda –

De intelligentie van ieder natuurelement

Volgens vergevorderde yogameesters, zoals bijvoorbeeld de Wali’s, beschikt ieder natuurelement over een natuurlijke intelligentie. Zo ook water. Ook hier zullen sommige mensen nu wellicht denken: “Wat een onzin zeg, ik heb water nog nooit een space shuttle zien bouwen of wel soms?”

Het menselijk lichaam bestaat bij vrouwen uit 50%, bij mannen uit 65% en bij baby’s voor 75% uit water. We kunnen dus stellen dat een mens voor het merendeel uit water bestaat. Watermoleculen verspreiden zich via de maag, darmen, het bloed, de huid, de hersenen en iedere andere uithoek van het lichaam om exact die cellen te voorzien en te verzorgen die dat nodig hebben. Bijna 80% van ons brein bestaat uit water en in die zin worden ruimteschepen dus wel degelijk grotendeels gebouwd door middel van water ;- )

“Iedereen (en alles) is een genie. Maar wanneer je een vis beoordeelt op zijn capaciteit om een boom te klimmen dan zal hij zijn hele leven met de gedachte leven dat hij dom is”.

– Albert Einstein –
Theoretisch natuurkundige
1879-1955

Geen perfecter organisme dan de natuur

Wanneer een zaadcel in de baarmoeder terecht komt en een eicel bevrucht weet de eicel exact wat te doen. Het heeft geen hulp nodig of een instructieboekje over hoe men een been of een arm maakt. Ook bij een verwonding haasten de bloedlichaampjes zich, voorzien van alle pijnstillende, stollende en ontsmettende stoffen, zich naar de plek des onheils waar zij met chirurgische precisie de wond verzorgen, afdekken (stollen/korstvorming) en verzorgen. Geen computer die daar aan te pas komt want dit gebeurt zelfs in onze slaap. Het ingenieuze irrigatiesysteem waarbij water verdampt, via wolken (ether) boven het land (aarde) worden geblazen (wind) om vervolgens neer te dalen en alles wat leeft te verzorgen om zich vervolgens weer in diezelfde eeuwenoude cyclus voort te bewegen. Diezelfde terugkerende cyclus zien we ook in de vier jaargetijden. Dingen waar we, net als ademhalen, nooit echt bij stilstaan omdat het allemaal zo normaal voor ons is. Hoe vernuftig is het dat wij als mensen zuurstof inademen en koolstofdioxide uitademen terwijl bomen voor ons zuurstof uitademen en het door ons uitgeademde koolstofdioxide weer inademen? Iedere dag weer, zelfs na duizenden jaren, ontdekken moderne wetenschappers nog steeds nieuwe planten-, dieren- en insectensoorten.

Een taoïstische kung fu priester, biddend in het Wudang gebergt van China. Taoïsten richten zich voor een groot deel op de kosmos en de natuur en streven naar een lang en gezond leven

Zij kunnen een raket naar de maan sturen maar kunnen nog steeds geen natuurelementen creëren of reproduceren. Geen blaadjes aan een boom, geen organisch hart of longen en geen bloedblaasjes, ongeacht de kunst van transplantatie. Zelfs die raket is vervaardigd van metalen die voorkomen uit moeder natuur en wordt gelanceerd op basis van grondig bestudeerde natuurwetten. En alles in die natuurwetten is op alle fronten deelbaar door Phi, ofwel het getal 1.619 dat men wiskundig ook wel de gulden snede of de goddelijke verhouding (Divina Proportia) noemt. Ook de medicijnen die vandaag de dag door miljarden mensen worden gebruikt, daarvan bevat 85% een natuurlijk plantenextract. Wederom een bewijs dat de natuur in alles voorziet en verzorgd: Voor iedere kwaal is er wel een plant.
Wanneer we de wetenschappers als de meest intelligente mensen op aarde beschouwen, dan is het natuurlijk niet zo heel vreemd dat er verschillende hypothesen rondwaren die er vanuit gaan dat er haast wel een veel grotere intelligentie achter dit alles schuil moet gaat. Een intelligentie die ons iedere minuut van de dag verzorgd en onvoorwaardelijk beschermd.

In de hierboven staande alinea heb ik nu de fysieke manifestatie beschreven, maar ook in mentale/geestelijke zin zou ik hier heel wat interessante manifestaties kunnen uiteenzetten. Om er in het kort een paar op te noemen: Het (moeder)instinct dat waarschuwt wanneer er iets niet in de haak is, geliefden die elkaars gedachten lezen, nachtelijke dromen als voorbodes van wat zich later voltrekt, aan iemand denken die je al 14 jaar niet meer gezien hebt en die zelfde week deze persoon tegen het lijf lopen, er aan denken je moeder te willen bellen maar de telefoon gaat al; het is je moeder (telepathie). Allemaal dingen die sommige aan het toeval zullen toeschrijven, daar waar anderen – zoals de negen Wali’s van Java – deze toedichten aan de werking van hele natuurlijke krachten die wij allen te allen tijde tot onze beschikking hebben. Krachten die men vroeger magie noemde. Echter geldt voor magie hetzelfde als bij voetbal: Iedereen kan een balletje trappen maar slechts zéér weinigen worden een Johan Cruijff.

“Kijk diep in de natuur en je zult alles beter leren begrijpen“.

“Toeval is God’s manier om anoniem te blijven”.

– Albert Einstein –

De magie van de natuurwetten en sportbeoefening

Topsporters, ofwel mensen die al hun gedachten en krachten op slechts één doel concentreren zonder hier vanaf te wijken, laten dagelijks haarfijn zien dat deze uitspraak geen onzin is. Krachtig wensen, verzoeken en/of geloven in iets is een definitie van het eigenlijke woord ‘bidden’. Dat geldt eveneens voor iemand iets goeds of slechts toewensen. Vanuit iedere onzichtbare gedachte gaat een even onzichtbare kracht en effect uit. Onzin? Sta dan even stil bij de vraag waarom we ons anders zo ontzettend ongemakkelijk kunnen voelen in een kleine ruimte met iemand die we niet zo heel graag mogen? Waarom kan een moeder in nood plotseling een auto optillen waar haar kind onder ligt? Waarom voelen we wanneer er negatief over ons gesproken wordt? Waar komen zulke onzichtbare, onverklaarbare krachten vandaan? En waarom ervaren we deze niet als onzin?

“Want, voorwaar, Ik zeg u: wie tegen deze berg zal zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen, en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal geloven dat wat hij zegt gebeuren zal,
het zal hem gebeuren wat hij zegt”.

– Markus 11:23 –

Deze tekst uit de Bijbel geeft in principe exact neer wat de Wali’s eveneens beweerden, namelijk dat men gebruik kan, mag en behoort te maken van alle krachten die moeder natuur, de kosmische krachten waarin wij ons voortbewegen, ter beschikking heeft gesteld. Men is daarin vrij om goede of slechte handelingen te verrichten, echter zitten daar in beiden gevallen consequenties aan. We weten dat de natuur op zijn allerbest is wanneer deze in vrede verkeerd en op zijn slechtst wanneer deze vrede bruut wordt verstoord. Dit feit alleen al zou voor iedereen als een primaire handleiding moeten dienen zonder dat daar een Tora, Bijbel of Koran aan te pas zou hoeven komen. Zowel je instinct als je geweten is immers van nature al ruimschoots van voldoende onzichtbare intelligentie voorzien!

De krachten van laser-geconcentreerde bundeling

Een goede vriend van mij zit bij de Osse kerkgemeenschap CrossPoint waar hij een boek bijhoudt waarin hij ieder gezamenlijk gebed noteert. Hij vertelde mij dat vrijwel 2/3e tot 3/4e van de collectieve gebeden binnen een jaar verhoord werden. Toeval? Of een gebundelde onzichtbare kracht van woorden, gedachten en wensen die als een soort van radiogolf via de onzichtbare ether zijn zichtbare doel bereikt? Wie zal het zeggen. “Maar Patrick, waarom kunnen hun gebeden dan niet alle ellende in de wereld doen stoppen?” Ten eerste omdat de meeste gelovigen niet de ambitie hebben om Miss Universe te worden en ten tweede omdat er aan iedere wereldproblematiek duizenden gebeden aan verschillende zijden worden geopperd. Bekijk het als de aanwezigheid van linkse en rechtse politiek. Samenwerkende gedachtenkrachten zijn constructief daar waar botsende gedachtenkrachten elkaar afzwakken en dus destructief zijn. Bij twee strijdende legers roept men aan beide zijden: “God is met ons” (plus + plus = min) waarna zij elkaar met ongekend geweld genadeloos de dood in jagen.

“Als er zoiets als een God was,
dan was er niet zoveel ellende in de wereld”

Zoals ik al aangaf is het goddelijke principe voor mij gelijk aan de krachten van de kosmos ofwel moeder natuur. We zeggen met de bovenstaande uitspraak dus eigenlijk: “Als er een natuur was (en die is er, zoals we weten) dan zou er niet zoveel ellende in de wereld zijn”. Een uitspraak die veel hypocrisie bevat, want wanneer de moderne mens iets presteert dan is hij trots op zichzelf (ego) want niets of niemand anders heeft dat voor hem gedaan. Daarvoor hoeven zij geen hogere macht voor te bedanken toch? Maar hoe komt het dan dat zij wel plotseling de schuld van alle ellende aan diezelfde hogere macht durven toe te dichten wanneer hen iets ergs overkomt? Op zo’n moment liegt de mens zichzelf voor want we vormen nu eenmaal een onlosmakelijk onderdeel van de kosmos en dat kunnen we niet ontkennen; het is immers wetenschappelijk bewezen dat alles – inclusief de mens – uit sterrenstof bestaat. Al onze krachten en zwaktes staan daar dan ook onvermijdelijk direct mee in verbinding, aangestuurd door een lang proces van (volgens de Boeddhisten en Hindoes) vrije keuzes.

Een wens voor vrijheid of slavernij?

Een omgekeerde insteek is dan ook de moeite waard om eens te bekijken. Wanneer al onze vrijheden zouden worden ontnomen zouden we immers doodongelukkig zijn. De huidige corona-crisis zou daar slechts een verwaarloosbaar voorbeeld van zijn.

Een Boeddistische kung fu monnik van Shaolin, mediterend bij een rivierbedding in Henan, China.

Zonder vrijheid zouden we ons als poppetjes aan de touwtjes van een poppenspeler voelen, vergelijkbaar met de leefwijze van de inwoners van Noord Korea. Weerloos binnen een dictatuur datgene doende wat ons werd opgedragen. Maar wanneer we echter wel die vrijheid verkrijgen willen we niet de verantwoordelijkheid nemen van onze daden of die van anderen? Wat ons ook in negatieve zin overkomt; we hebben dit vrijwel altijd te danken aan onze eigen foute keuzes of aan de foute keuzes van andere (vrije) mensen en of dieren die we in ons bestaan toelieten.

Het controversiële woord “God en de moderne maatschappij

Hierbij plaats ik de schijnwerpers even op dat ene controversiële woord: “God”. Een woord dat je in de hedendaagse maatschappij bijna niet meer fatsoenlijk in de mond kunt nemen wil je niet rekenen op een stortvloed aan kritiek. Gelovigen zouden zich er bijna dom door gaan voelen. Maar wanneer we het woord God gelijkstellen aan moeder natuur, de kosmos, de ether waarin wij ons dagelijks voortbewegen, het magische feit dat we dagelijks mogen ademhalen, leven en liefhebben en dingen kunnen doen die we zo graag willen doen… dan klinkt dat woordje ineens een stuk minder beladen en controversieel. Vergeet niet dat een woord slechts een woord is. De inhoud die jij er aan toe kent is eveneens een vrije keuze!

Velen zijn tegen discriminatie, maar alleen wanneer het hen schikt

Bij het horen van het woord “Manitu” of “Odin” denkt men natuurlijk meteen aan indianen- en vikingfilms. Bij het horen van het woord “God” of “Allah” denkt men dus ook automatisch aan christenen en moslims. Dat terwijl al deze termen exact hetzelfde betekenen. Slechts namen die binnen tientallen culturen evenveel varianten kennen. Echter zorgt onze typische zienswijze vrij direct voor de (on)nodige kortzichtigheid, vooroordelen en afkeer want alle moslims dragen immers bomgordels, joden zijn geldwolven, katholieken kunnen niet van kleine kinderen af blijven, christenen zijn incestplegers en Jehova’s zetten allemaal hun voet tussen de deur. Maar wanneer iemand roept dat ‘alle allochtonen lui en crimineel’ zijn dan springt diezelfde samenleving plotseling overeind en schreeuwt men van discriminatie, racisme en schande. En terecht!

“Onderzoek alles, behoud het goede en vermijd elk kwaad, in welke vorm het zich ook voordoet”.

Tessalonicenzen 5:21

Maar hoe komt het dan toch dat diezelfde samenleving ineens zo hypocriet, lacherig en zwijgzaam wordt wanneer het gaat om het stigmatiseren, beledigen, uitlachen en discrimineren van mensen die überhaupt nog ergens in geloven? Waar blijft dan ineens het respect, de nederigheid en de solidariteit om het voor elkaar op te nemen?

Waarom praat men toch altijd over nederigheid in de krijgskunsten?

Ik ben nu bij het punt aangekomen waarop ik duidelijk probeer te maken waarom religiën en de martial arts door de eeuwen heen zo sterk met elkaar verbonden zijn geweest. En nog steeds. Zo ook ga ik proberen te omschrijven waarom een leerling onmogelijk het ware meesterschap zal kunnen bereiken wanneer hij niet geloofd en hier persistent in volhard. Op zijn eenvoudigst uitgelegd; zo’n leerling kan namelijk onmogelijk ten volste ervaren wat de oude grootmeesters in fysieke, mentale en spirituele zin ervoeren. Wijsheid is immers gebouwd op feitelijke waarnemingen en ervaringen en nooit op slechts aannames of theoretische meningen.

Wanneer we kijken naar het woord ‘nederigheid’ dan zien we dat het woord ‘neder’ erin verwerkt zit. Een woord dat ‘laag’ betekent. Nederland betekent immers Laagland. Nederigheid betekent volgens de Van Dale:

1. onaanzienlijk, gering 2. bescheiden, deemoedig.

De gehele Nederlandse taal er vol mee: ‘Een lage dunk van iemand hebben’, laaghartig zijn, spijkers op laag water zoeken, laag bij de grond en een nederlaag lijden. Kortom, niets positiefs dus aan dat woordje “neder”. Nederige mensen worden dan ook vaak geheel ten onrechte omschreven als onderdanig en onzeker. Daarentegen staat het woord ‘hoog’ symbool voor verhevenheid zoals we zien in de uitspraken: De lat hoog leggen, zijne koninklijke Hoogheid, hoogtij vieren, je naam hoog houden enzovoorts.
Om deze reden wordt het woordje nederigheid door velen verward met het woord ‘onderdanig’ en ‘ondergeschikt’ of zelfs ongeschikt zijn en daar gaat het helemaal mis.

Want wanneer we dagelijks via de televisie worden bestookt met reclameadviezen om in ons individuele, materialistische bestaan vooral uniek te zijn, dan is het begrijpelijk dat een uitspraak als ‘nederig zijn’ als een kleinerend bevel klinkt. Waarom werkt de media zo? Nederige mensen hebben namelijk niet de behoefte om te wedijveren en zich te verheffen boven anderen en dus dragen zij niets bij aan de commercieel ingestelde maatschappij, die beter vaart bij een devide et impera strategie (verdeel en heers). Hoe sterker de onderlinge verdeling, hoe groter het koopgedrag van de consument. Succesvol ogen, gezien worden en zoveel mogelijk volgers op social media vergaren veranderde hierdoor in een soort van nieuwe religie. Maar met de groei van het kwetsbare ego komen grote gevaren en dat geldt zeker voor een persoon die zich in dodelijke technieken als die van de martial arts traint. Personen die zichzelf verheffen stellen zichzelf immers boven anderen en kijken op hen neer omdat zij hen minder belangrijk achtten. Er zijn immers meer dan genoeg voorbeelden van misdrijven en oorlogen te vinden die aan zo’n hoogmoedige zienswijze kunnen worden toegeschreven.

Als er een hoog en een laag is dan is er vanzelfsprekend ook een middengebied. Met nederigheid binnen de martial arts wordt dan ook vooral gedoeld op deze middenlijn, waarbij men met beiden benen op de grond staat (en blijft) zodat er geen ruimte is om in termen van verlaging of verhevenheid te denken. Je bent nooit iets meer of minder dan een ander.

“Gehechtheid leidt tot jaloezie, de schaduw van hebzucht. Train jezelf om alles los te laten waar je bang voor bent om het te verliezen. Je moet ontleren wat je hebt aangeleerd. Je zult het goede van het slechte kunnen onderscheiden wanneer je in kalmte, vrede en rust verkeerd. Gebruik De Kracht (de kosmos) voor kennisontwikkeling en verdediging. Nooit om aan te vallen”.

– Master Yoda –

Alleen door steevast de neutrale middenweg (lees: balans) te verkiezen is een serieuze beoefenaar van de martial arts in staat om alle dingen te zien zoals deze gezien zouden dienen te worden, zonder aanzien des persoon of zijn materiële bezittingen. Zo heb ik persoonlijk naast mijn gesprekken met grootste meesters talloze fantastische gesprekken gevoerd met zwervers, succesvolle managers, junkies en noem maar op. Pas wanneer een martial artist dit basisprincipes begrijpt, pas dan beschikt hij over de mogelijkheid om in zijn volste glorie uit te bloeien tot een waar meester en misschien zelfs ooit een grootmeester. In Azië heeft men hier veel uitspraken over. In Indonesië zegt men: “Volle rijstplanten buigen vanzelf. Alleen lege rijstplanten blijven rechtop staan”. Dit noemt men de ilmu padi-filosofie en is een klein beetje vergelijkbaar met het Nederlandse ‘holle vaten (ofwel leeghoofden) klinken het hardst’. Buigen wordt gezien als een symbool voor nederigheid ofwel wijsheid, terwijl rechtop blijven staan staat voor trots, het ego, ofwel leeghoofdigheid. In China hanteert men een soortgelijk gezegde: “Wees als bamboe. Hoe hoger je groeit hoe dieper je buigt”. Pas als je leert beseffen hoe nietig wij werkelijk zijn, dan volgt nederigheid vanzelf. Want vergeleken met het heelal zijn we als individu nog minder dan een waterdruppel in de oceaan, minder dan een zandkorrel in de woestijn.

“Wees sterk maar niet dominant,
Wees aardig maar niet zwak,
Wees dapper maar niet overmoedig,
Wees nederig maar niet verlegen,
Wees zelfverzekerd maar niet arrogant.

Geloof nooit dat je boven of onder iemand staat.
Behoudt een nederige geest”


– Boeddhistisch gezegde –

In mijn vorige blog (Alle wegen leiden naar China) verwees ik veel naar het belang van de kung fu stroming. Ik zeg niets teveel wanneer ik beweer dat de beste kung fu niet vanuit het Boeddhistische Shaolin-klooster in Henan afkomstig is maar vanuit de Taoïstische kloosters in Wudang. In hun Taoïstische Bijbel, de Tao Té Ching, wordt door deze kung fu monniken eveneens voortdurend gewezen op het ongekende belang van nederigheid:

“De Tao (het hemelse) pleit voortdurend voor nederigheid. Al het water stroomt immers naar het laagste punt. Daar komt alles moeiteloos naar je toe. Nederigheid leidt tot leiderschap. Het zachte en nederige zal overwinnen“.

Ook ben ik er van overtuigd dat diegene die zich te allen tijde nederig en eerbiedig opstelt in zijn leven, en niet alleen naar mens en dier maar evengoed in de richting van de alles verzorgende kosmische kracht van moeder natuur die ook wel God/Allah wordt genoemd, er naast verbeterde levensinzichten een ongekende tsunami aan kennis te wachten staat. Prins Sidhartha (de Boeddha) nam afstand van alle luxe om  zich nederig onder de mensen te begeven en hen vreedzaam te dienen. Vandaag de dag bestaan er 530 miljoen volgers van zijn wijsheden. Jezus maakte zijn intocht in Jeruzalem doelbewust op armoedige wijze op de rug van een ezel. Hij wilde slechts vreedzaam dienen in plaats van bediend worden. Zijn leer wordt anno 2020 door 2,3 miljard mensen aangehangen. Ook Mohammed riep op tot nederigheid en zijn volgelingenteller staat vandaag de dag op 1,6 miljard. Aantallen die de meest populaire vloggers en instagrammers nog maar eens moeten zien te evenaren. Want voor hun is het slechts een feestje zolang het duurt. Pas wanneer dat feestje voorbij is en zij worden vergeten, zullen zij zich beseffen hoe belangrijk zij werkelijk waren voor de mensheid. De duur van zo’n val kan emotioneel gezien ernstig lang zijn.

“Wie zichzelf verheft zal vernedert worden, maar wie zichzelf vernedert zal worden verheven”

– Mattheus 23:12 –

Er is mij weleens gevraagd of ik geloof of historische personages zoals Boeddha, Jezus, Mozes en Mohammed echt bestaan hebben. Ik geloof dat wel, maar mijn antwoord is in deze geheel onbelangrijk want ik heb daar namelijk geen wetenschappelijk bewijs voor. Niemand heeft dat. Maar maakt dat wat uit? Gaan we de vrucht op de wortel beoordelen? Van een Famke Louise en een Enzo Knol is het fysieke bestaan namelijk wel tastbaar maar zoveel wijzer worden we daar ook niet van. Master Yoda is slechts een filmpersonage uit Star Wars, maar de mensen erachter schreven fantastisch wijze one-liners.

De met vlammen omgeven beschermheilige van de martial arts, Fudo Myo (de onbeweeglijke) met in zijn rechterhand het zwaard waarmee hij de duivel weert en in zijn linkerhand een touw om (innerlijke) demonen te beteugelen zoals het ego. Met de vlammen reinigt hij zich van al het kwaad.

Waar het om gaat is dat er historisch gezien mensen zijn geweest die de krachten van het universum als een soort van Johan Cruijff van de theologie kenden en erkenden en beseften dat alles één en dat ene alles was. Watan Katanka, het grote mysterie. Zij verwierpen geweld en zagen vrede en naastenliefde als de allergrootste deugd. Wie de Chinese karakters voor de woorden “martial arts” vertaald ziet dat er letterlijk staat; “stop geweld”. In die zin zouden Jezus en Boeddha al per definitie beiden als hanshi, voorbeeldmeesters van de allerhoogste soort, mogen worden beschouwd. Pas wanneer je als martial artist beseft dat diezelfde natuurlijke kosmische zienswijze doorsijpelt tot in de allerkleinste details zoals zelfs de biomechanische beoordeling van bijvoorbeeld een zenkutsu dachi (lange pas), een yodan uke (bovenwaartse blok), een gedan-no-kamae (lage zwaardhouding) een sutemi-waza (offerworp), de strategische zienswijze van Generaal Sun Tzu of simpelweg de beoordeling van je eigen ademhaling. Pas wanneer je beseft dat alle gedragingen van zowel de dieren, planten en de weersomstandigheden van grote waarden zijn op de gedragsleer van de mens en je alles in alles terug begint te zien, pas wanneer je een dergelijk groot besef hebt weten te ontwikkelen waardoor je een ongekende vorm van nederigheid en eerbied zult gaan ervaren voor al wat is, pas dan besef je dat je voldoende ruimte hebt gecreëerd voor het ware ontwikkelproces tot meesterschap. Want enkel een praktisch spiritueel ingestelde leerling, wars van allerlei zweverige onzinpraktijken, zal uiteindelijk een ongelimiteerde toegang kunnen vinden tot de relatie van de zichtbare met de onzichtbare wereld. Met de onzichtbare wereld doel ik niet zozeer op de geestenwereld. Ik doel hier in de context van deze blog vooral op het onzichtbare in deze zichtbare wereld. Signalen die voor de meeste mensen verborgen blijven. Met eenvoudige mensenkennis kun je soms al een eind komen (instinct), maar met een krachtige spirituele onderlegging en een nederige houding kun je vroeg of laat eindeloos ver komen.

Een gelovige klant raakte in de kapperstoel in discussie met zijn atheïstische kapper. De kapper zei: “Die God van jou bestaat helemaal niet man, kijk buiten om je heen. Allemaal ellende”. De klant rekende af en liep naar buiten. Daar zag hij mensen met lange haren en baarden, waarop hij terug de kapperszaak in liep. Hij zei: “Kappers bestaan helemaal niet man, kijk buiten om je heen. Allemaal mensen met lange haren en baarden”, waarop de kapper zei: “Ja hé, ze moeten natuurlijk wel naar mij toe komen he”. Waarop de glimlachende klant knipoogde en de deur sloot.

De relatie tot de martial arts

Maar wat heeft dit alles nu zozeer met de leer van de martial arts te maken? Via beoefening van de martial arts leren we onszelf te confronteren met geweld, op realistisch korte afstand. Zelfs wapens worden niet geschuwd en ook ons ego wordt voortdurend op de proef gesteld. We lijden soms fysieke en dan weer emotionele pijnen tijdens de beoefening. Voortdurend gaan we de confrontatie aan met onszelf, met onze acceptabele en verborgen angsten. Angst is namelijk de grootste vijand. Ofwel zoals Master Yoda het verwoord: “Angst is het pad van de duisternis. Angst leidt naar woede, woede leidt naar haat en haat leidt naar lijden”. Nu zullen ‘stoere’ jongens beweren nooit bang te zijn, maar het tegendeel is waar: Stoer-doen is namelijk de ultieme manifestatie van bang-zijn. Dit leren beseffen is de eerste stap in het ontmantelen van zo’n houding. De stap die zal leiden tot beteugeling van het ego (denk aan de mythologische beschermheilige van de martial arts). Daarop zul je als een oprechte en echte beoefenaar van de martial arts begrijpen dat je de plicht hebt de woorden martial arts, ofwel het stoppen van geweld, eer aan te doen. Vanaf dat moment gaat het niet meer om wat de martial arts voor jou kunnen doen, maar wat jij met de martial arts voor de samenleving kunt betekenen. Dit is het punt waarop een leerling het verschil leert begrijpen tussen een ordinaire vechtersbaas en een respectabele krijger.

“Een krijger is niet wat jullie beschouwen als een krijger. Een krijger is niet iemand die vecht, want niemand heeft het recht om iemands leven te nemen. De krijger is voor ons iemand die zichzelf opoffert in het belang van anderen. Zijn taak is te zorgen voor de ouderen, de weerlozen, diegene die niet voor zichzelf kunnen zorgen en boven alles, de kinderen, de toekomst van de mensheid”.

Sitting Bull
Opperhoofd van de Hunkpapa Sioux
(1831-1890)

Slotpleidooi

Tot de tijd dat alles wat ik hier geschreven heb intrinsiek kan worden ervaren in alles wat je doet en denkt, tot dan blijft de martial arts niets meer dan wat het dan is; slechts een vorm van gymnastiek of sport. Een tekst als deze lezen is onvoldoende om dit alles te leren begrijpen. Deze tekst kan slechts een begin vormen van een nieuwe visie. De eerste stap in de ontwikkeling tot herziening van je eerdere opvattingen. Want fysieke training zonder mentale en spirituele ontwikkeling is even funest als alleen maar praten over de martial arts zonder daadwerkelijk te trainen. Of zoals de shintoïsten zeggen: “Visie zonder actie is een dagdroom. Actie zonder visie is een nachtmerrie“.

Ik wil mijn schrijven afsluiten door te onderstrepen dat ook ik natuurlijk op geen enkele manier pretendeer de volle waarheid in pacht te hebben, want dat heeft niemand. Een fraai aansluitend shintoïstisch gezegde luidt: “Wanneer je alles weet dan ben je verkeerd ingelicht”. Wel kan ik hier mijn persoonlijke levenservaringen en die van mijn meesters, mijn en hun zienswijze, en (verdedigbare) onderzoeksresultaten en bevindingen etaleren. Voor de rest van mijn leven dien ook ik mij in alle nederigheid open te blijven stellen voor alle vernieuwende visies en ontwikkelingen.

“In de martial arts draait alles om de kunst van het leren leven”.

Patrick Baas
Kyoshi, 7e dan.

Share Button