Hojojutsu / Torinawajutsu

Hojojutsu, ook wel torinawajutsu of nawajutsu genoemd, is de traditionele Japanse krijgskunst om een persoon in bedwang te houden met een koord of touw (in het Japans nawa genoemd). Hojojutsu omvat veel verschillende materialen, technieken en methoden en is een typische kunst, uniek aan de Japanse geschiedenis en cultuur.

Hojōjutsu wordt zelden of nooit op zichzelf gegeven, maar vrijwel altijd als onderdeel van completer samengesteld studiegebied (ofwel sogo bujutsu) dat wordt gegeven door een budoschool, vaak als geavanceerde studie binnen het ju-jitsu. Over het algemeen kan Hojojutsu worden onderverdeeld in twee categorieën. De eerste is om de gevangenneming en beperking van een gevangene. Dit werd uitgevoerd met een sterk, dun koord, een hayanawa of ‘snelkoort’ en soms de sageo, ofwel het koort dat door de samoeraikrijger aan zijn zwaard werd gedragen. Het torinawa, ofwel “vangsttouw” was dermate opgerold zodat het koord vanuit één uiteinde ingezet kon worden, terwijl het gebundelde koord van daaruit om het lichaam, de nek en de armen van de gevangene werd geleid en hij werd vastgebonden. Dit werd tijdens de arrestatie doorgaans door één agent uitgevoerd terwijl de arrestant actief weerstand bood.

Zelfs in dit stadium werd er nog steeds aandacht besteed aan de visuele en esthetische zorg van de bindmethode en aan de culturele behoeften van de Japanse samenleving. Volgens sommige deskundigen zou een beschuldigde maar niet veroordeelde gevangene worden vastgebonden met methoden waarmee de gevangene veilig kon worden vervoerd, maar die geen knopen bevatte. Dit was om te voorkomen dat de gevangene publiekelijk te schande zou worden gezet. In plaats van de stropdas met knopen vast te zetten, hield de agent dan slechts het vrije uiteinde van het touw vast en liep achter de gevangene om hem of haar onder controle te houden terwijl hij/zij werd meegenomen voor een verhoor.

Bij het vastbinden van de gevangene werd rekening gehouden met de verandering van de seizoenen en zijn status, evenals de richting die paste bij het seizoen en de kleur:

  1. Blauw: Lente, oosten, links, blauwe draak
  2. Rood: Zomer, zuiden, voorkant, rode feniks
  3. Wit: Herfst, westen, rechts, witte tijger
  4. Zwart: Winter, noorden, achterzijde, zwarte schildpad

Voor mensen van adel werd doorgaans een paars koord gebruikt.

De tweede categorie werd gebruikt om met één of soms twee hoofdtouwen of honnawa die, in tegenstelling tot de hayanawa, meestal van hennep waren. De dikte van dit touw was gemiddeld zes of meer millimeter in diameter. Dit werd gebruikt om een veiligere, langdurigere binding in te zetten dan mogelijk was met de hayanawa. Hierop werd men vervoerd naar een politiecel of, in geval van ernstige misdaden, naar de publieke executieplaats.

Honnawa-stropdassen werden doorgaans aangebracht door een groep mensen, meestal minder dan vier, wiens aanwezigheid het gebruik van ingewikkeldere en sierlijke patronen beter mogelijk maakte dan meestal het geval was bij de hayanawa. Beide methodes combineerden effectieviteit met een uitgesproken visuele estethiek.

Bij beiden methoden vereisten de hojojutsu-methodes een goed begrip van de menselijke anatomie en vertoonden zij telkens weer verschillende terugkerende thema’s. Denk daarbij aan thema’s zoals het inzetten van hefboomtechnieken door bepaalde ledematen in posities vast te binden waardoor er geen kracht kan worden gegenereerd, het onmogelijk maken of ontmoedigen van worstelbewegingen of door bindtechnieken in te zetten die bij verzet de bloedvaten en zenuwpunten in de ledematen direct bestraffen. Het duurde dan ook niet lang of hojojutsu werd ingezet voor semejutsu, ofwel als methode voor martelingen. Een van de beruchtste methodes was tsubaku, ofwel de methode waarbij de gevangene met zijn handen achter zijn rug gebonden werd opgehangen voor soms onbepaalde tijd.

Hojojutsu in de moderne tijd

Hojojutsu heeft de moderne tijd maar beperkt overleefd. Torinawa technieken worden vandaag de dag nog steeds onderwezen als onderdeel van het curriculum dat wordt geleerd aan Japanse politieagenten en het blijft een geavanceerd onderdeel binnen enkele Japanse ju-jitsu scholen. Volgens sommige een overbodig geraakte kunst omdat men tegenwoordig immers stalen handboeien heeft. Maar zeg nu eerlijk: Welke burger heeft een paar handboeien bij zich voor in geval van nood? Juist. Niemand! En om deze reden heeft deze kunst nog steeds een groot overlevingsrecht en kunnen de technieken nog steeds effectief worden ingezet met o.a. schoenveters, broekriemen, kledingstukken en computer- of telefoonkabels.
Naast de praktische methodes is hojojutsu ook erg populair geworden in de wereld van de erotiek, onder de namen shibari (bondage) en kinbaku (strakke bondage).

Op 6 juni 2026 verzorgen wij een Hojojutsu seminar
Schrijf je nu in door hier te klikken